HC1-Thema 1: 1500-1700: Staatsvorming en Oorlogsvoering

Moderne Oorlog

Leger professioneler, strakker en beter georganiseerd.
80K spaanse troepen met buskruit-artillerie en belegeringswerken.
Technologisch op hoog niveau. Dit was allemaal absolute noodzaak.

Breda had moderne verdediging, namelijk bastion (opkomst Strar Fort).
7K verdedigers, maar belegering duurde 11 maanden, wat standaard was. (uitputting)

Grote uitdaging: hygiëne, voedsel, ‘soldij’ (betaling) en natuurlijk materiaal.

Moderne Staat

Pruisen 18e eeuw, werd een kleine, maar zeer sterke staat met staand leger.
Geprofessionaliseerd met structuren, waar de adel werd geïntegreerd in het leger.
Er hoort een centraal rekruteringssysteem bij evenals een uniform belastingstelsel.
De steden en standen bepalen niet veel, ze zijn gemarginaliseerd.
Er was veel oorlog met Oostenrijk, Rusland en Zweden.

Staat

“Een menselijke gemeenschap die met succes het monopolie claimt op het legitieme gebruik van fysiek geweld binnen een bepaald grondgebied.” - Max Weber, 1918

Voor de ‘staat’ hadden koningen wel de macht, maar geen monopolie van geweld. Iedereen komt met zijn eigen legertje, waardoor de adel veel macht heeft. 
(Alleen de hoogste macht bepaalde de wetten en hoe mensen gestraft moeten worden in een staat.)
Ook deelt de vorst de macht met de Paus. Deze onderdelen zijn later uitgeschakeld of opgenomen in het staatsysteeem. Rechtspraak → Geweld

Staatsvorming

“De oorsprong van de moderne Europese staat ligt in oorlog en voorbereidingen voor oorlog” - Charles Tilly, 1992

Door oorlogsvoering beginnen die staten te vormen. Het is een monotone massa in het leger. Dat kan alleen als de bevelen komen vanuit de staat.

Het is een duidelijke ontwikkeling, met veel verschil in tempo (Frankrijk vs. Duitsland).
Ook is er een verschil in uitkomst, bijv. tussen Republiek en Absolute staten.

Oorlogsvorming & Staatsvorming

Het is een cyclus die een paar eeuwen doorgaat.
Oorlogsvoering verandert, waardoor een staat meer nodig heeft.
Belasting, bureaucratie en organisatie zijn enorm belangrijk.
Hier komen allerlei systemen voor om dit te realiseren.

Als de staat er dan is, dan gaat de staat meer oorlog voeren om zijn machtspositie te beschermen. Je moet je staat blijven doorvormen om jezelf te beschermen. Zij willen precies weten wat hun grondgebied is, om weer geld uit te trekken. Grenzen worden dus belangrijk. Ook willen zij allemaal hun legitimiteit bevestigen.

Oorlog maakt de Staat

“War made the State and the State made War.”- Charles Tilly

Er komt een militaire revolutie m.b.v. buskruit. Vanaf dat moment komen ze in de vroegmoderne tijd. (effectieve buskruitwapens)

Er is discipline en training nodig om overtuigende staande legers te maken. 
Fire and shock, daarmee win je de veldslag.

Met betere wapens heb je ook betere verdediging nodig. Zo krijgen we complexe vestingswerken en militaire bureaucratie.

De staat kan alleen oorlog voeren als ze meer geld en meer mensen krijgen.
Hiervoor moeten zij eerst (intern) rivalen uitschakelen (Coersion).
Dan moeten zij bureaucratiseren (extraction). Ze moeten zo veel mogelijk geld trekken uit hun staat. 

Waar draaien vroegmoderne oorlogen om:

  1. Welke staatsvorm?

  2. Hoeveel macht heeft de staat?

  3. Wie betaalt?

  4. Wie heeft inspraak?

Deze vragen leiden vaak tot conflicten, doordat er religieuze diversiteit bijkomt.
16e en 17e eeuw waren geweldadige oorlogen.

Tachtigjarige oorlog 1568-1648

  1. Willen wij gecentraliseerd worden onder de monarchie van Filips II?

  2. Bepaalt de monarch de religie?

  3. Tiende Penning moest betaalt worden voor Spaanse leger in de Nederlanden.

  4. De Gewesten waren van oudsher gewend aan autonomie en inspraak. Mag Filips II dit zomaar afpakken?

Succesfactor: geld

Er moet enorm veel betaald worden.
Hoe komen de staten aan geld?

Ze staan nooit in de plus, het kost altijd maar meer.

Daarom heffen zij belastingen. Vaste betalingen onder alle onderdanen was nieuw.
Ook was er krediet. Er komt een centrale bank waar mensen hun geld kunnen brengen.
Hier kunnen staten ook internationale staatsleningen uitdelen, tegen hoge rente.

in ruil hiervoor kreeg de adel inspraak in het Parlement en de Staten-Generaal.
De vraag is altijd of de staat niet gebukt gaat onder de schulden op lange termijn.
Ze proberen steeds goedkopere leningen af te sluiten om oudere leningen te vervangen.
Zolang mensen blijven lenen is alles ‘goed’.

Spanje is al heel ver in de staats- en oorlogsvorming.
Echter is de Republiek heel goed met geld. Zij investeren het in handel (lening geven), kolonialisme en kaapvaart (gedoogde piraten). 

Het was een strijd om hun ideologie en manier van leven te verdedigen. Hierin kwam men samen en werden ze verenigd.

Maurits van Nassau zorgde ervoor dat het leger werd gemorderniseerd. Het leger is van de Staten-Generaal.

Nederland heeft geluk dat Spanje ver weg ligt en dat Spanje al veel oorlogen hadden destijds.
Spanje was financieel overbelast. Hierdoor konden ze niet volledig ingrijpen. De opstand was slechts deels geslaagd, is de Republiek een moderne Staat?

Geweldsmonopolie

  1. Extern: Alleen de staat kan als enige oorlog voeren. 

  2. Intern: Staat gebruikt als enige geweld om onderdanen te straffen.

Een staand leger is intern en extern inzetbaar.
Soevereiniteit: staat heeft de hoogste macht in een territorium

Het denken over oorlogsvoerig begint te veranderen.
De ‘Rechtvaardige Oorlog’ theorie (Just War). Door legitieme autoriteit en voor rechtvaardig doel. Niet om een buurland te vernietigen. 

Als christen mag je niet moorden. Er komt een idee dat mensen van hun zonden te verheffen. Men kan de zonden afstaan aan de staat, die kan namelijk niet naar de hemel. Je ziel is daarmee gered van de zonden.

Militaire revolutie?

Sommige mensen vinden dat de technologische revolutie niet heeft plaatsgevonden.
Volgens Peter Wilkinson is technologie slechts een deel van de verklaring.
Het leger van spanje bestond vooral uit ‘buitenlanders’. Is een groep huurlingen dan wel of niet gelijk aan een staand leger?

Het belang van burgermilities (schutters) wordt groot. Deze kosten de staten niets.
Ook blijft het de norm om tijdelijk gerekruteerd te zijn. 

De vestingen vormen 5 tot 10% van het staatsbudget. De rest gaat o.a. op aan handel.

De kosten van militaire training zijn juist lager, omdat dit makkelijker is dan leren vechten met het zwaard. 

Culturele revolutie?

Misschien is het belangrijk om te kijken naar de culturele factoren.

Er is sprake van militair strafrecht. Daarin wordt jij gedisciplineerd, misschien wel vooral om ervoor te zorgen dat ze luisteren naar de staat en dat zij zich netjes gedragen. Er komen normen voor gedrag in het leger en is er een militaire rechtbank die overtredingen straft.
Vaak lijfstraffen.

De staten moeten hun leger professionaliseren om hun legitimiteit te behouden.

1648: Vrede van Westfalen

Europa is een continent van Staten geworden.
Hoe gaan we vrede als ‘normale’ toestand verwezenlijken?

We hanteren samen oorlog en vrede, spraken zij af.
De Paus heeft geen rol in dit verslag.
Elk land gaat permanente ambassades hebben in andere staten.
Staten worden dragers van vrede i.p.v. de Kerk.

Overwinning soevereine staten

Na 17e eeuw worden veel succesieoorlogen gevoerd.
Ook in de Balkan was nog veel te halen, dat was een territoriumoorlog.

Het zijn niet meer de religieuze vernietigende oorlogen. Het is iets meer gelimiteerd, maar er zijn nog zeker wel incidenten.

Oorlog buiten Europa

Grote kritiek op militaire revolutie.
In Azië wel staatsvorming, maar geen militaire revolutie en dus geen staand leger.

De Aziatische landlegers waren een stuk groter dan Europese legers.

Expansie en kolonialisme is een gevolg van staatsvorming. In Europa kon de Republiek niet uitbreiden, dan maar overzees. 

Kolonialisme gebeurt door private ondernemingen, niet door de staat.

Conquistadores

Dit waren gewapende ondernemers op eigen initiatief met koninklijke licentie.
Zij waren niet in dienst van de koning. Zij moesten zelf mensen en spullen verzamelen.
Hiervoor hadden zij investeerders nodig. Die gingen vaak mee, of zij wilden een winstdeling.
Er was veel sprake van onderlinge concurentie.

Ook was er een religieuze rechtvaardiging en een biologische factor.
Vaak als beloning werd je gouverneur van het veroverde stuk land.

VOC

Zij waren een handelscompagnie met soevereine bevoegdheden.
Groep van verschillende kleine bedrijven.

Dit was private onderneming, niet van de staat. De beloning voor het samenvoeging en winsten zijn soevereine bevoegdheden.

Zij mocht oorlog voeren, vrede sluiten, een leger en vloot onderhouden, forten en administratieve centra bouwen en beheren en een eigen munt slaan.

Dit werd gefinancierd vanuit aandelenhandel. De staat verhandelde de aandelen hiervan. Aandeelhouders deelde in de winst van de specerijenhandel. De beurs in Amsterdam stond los van de VOC. 

De politieke elite was de grootste groep aandeelhouders. De staat heeft officiëel geen aandelen, maar veel mensen uit de staat wel.

Kernvraag

Staat moet oorlog voeren om te bestaan.

Oorlog dwingt staten om te organiseren, belasten en disciplineren.

Staatsvorming motiveert expansie.

Succesvolle oorlog bewijst soevereiniteit en machtspositie.

Gevolgen

  1. Oorlog als motor van staatsvomring

  2. De staat als hoeder van vrede

  3. Nieuwe legitimatie van geweld

  4. Expansie buiten Europa

Resultaten rond 1700

  1. Europa bestaat uit soevereine staten met monopolie op geweld.

  2. Grote verscheidenheid staatsvormen en mate van staatsvorming

  3. Oorlogen gaan over macht, grenzen en successie.

  4. Vrede = orde door macht