2 | Het verhaal van de geschiedenis
België in oorlog
In augustus 1914 trok het Duitse leger door België. De Duitsers waren verrast door de stevige weerstand van het Belgische leger, die hun opmars vertraagde. Daardoor leefde bij de Duitsers het idee dat ze werden aangevallen door gewapende burgers, zogenoemde vrijschutters. Als reactie terroriseerden ze de burgerbevolking.
Om een omsingeling te vermijden, trok het Belgische leger onder leiding van koning Albert I zich terug achter de IJzer. Nadat eind oktober 1914 de sluizen geopend werden, met de onderwaterzetting van de IJzervlakte tot gevolg, kwam het front in België min of meer tot stilstand en werden er loopgraven uitgegraven. Tijdens de oorlogsjaren werd dat loopgravennetwerk steeds verder uitgebouwd. Het leven in de loopgraven was geen pretje: het was er nat en smerig, het krioelde er van ratten, vlooien en luizen, en ziektes en infecties maakten veel slachtoffers. Daarnaast leefden de frontsoldaten onder de constante stress van artilleriebeschietingen en sluipschutters. Aan het Belgische front bleef het relatief rustig. Koning Albert I was spaarzaam met zijn manschappen en weigerde deel te nemen aan grootschalige geallieerde offensieven. Er ontwikkelde zich een routine waarbij de troepen gedurende enkele dagen de voorste linies bemanden, vervolgens de tweede linies en daarna rust kregen achter het front.
Aan het front hadden heel wat Vlamingen het gevoel dat ze benadeeld werden ten opzichte van de Franstalige Belgen. Dat was de voedingsbodem voor de frontbeweging die door Vlaamse intellectuelen werd opgericht. Ze bekommerden zich over het morele en sociale welzijn van de Vlaamse soldaten en stelden de taalpolitiek in het Belgische leger in vraag. De legertop smoorde de initiatieven in de kiem, wat tot grote spanningen leidde. In 1917 werd de frontbeweging een illegale beweging.
Gedurende vier jaar leefden bijna zeven miljoen Belgen onder de Duitse bezetting. Die periode werd gekenmerkt door honger en materiële ontberingen, beperkingen van de vrijheid, opeisingen en inbeslagnames. De Belgen werden geconfronteerd met rantsoenering en moesten zich aanpassen aan beperkte hoeveelheden en weinig variatie in voedsel. De Duitse bezetter oefende strikte controle uit over de media en censureerde informatie. Burgers werden onderworpen aan beperkingen, zoals avondklokken en reisbeperkingen, waardoor hun bewegingsvrijheid werd ingeperkt. Daarnaast eiste de bezetter grondstoffen, industriële producten en ook arbeiders op voor de Duitse oorlogsinspanningen.
Ter herhaling
politieke ideologieën, | Vlaams-nationalistische beweging opgericht door Vlaamse intellectuelen aan het IJzerfront die zich verzette tegen het taalbeleid van de Belgische legerleiding. |