B3 - Liberalisme & Nationalisme

Het liberalisme komt op voor de vrijheden

Liberalen wijzen restauratiepolitiek v/h congras v. Wenen af → kritiek op herinveoring v/h absolutisme / gelijkaardige regeriingsvormen met veel macht vr. de vorsten

hun visie → geïnspireerd op ideeën v/d verlichte filosofen (vb. Rousseau = volk hoogste macht, Montesqieu = scheiding der machten)

Vrijheidsbeginsel* = centraal

→ vrijheid v/h individue = hoogste goed

→ vrije meningsuiting, persvrijheid & levensbeschouwelijke vrijheid

→ scheiding tussen Kerk & staat

→ vrijhandel & volkssoevereiniteit

Rol van de staat

= beperkt mogelijk zijn, toezien dat die persoonlijke vrijheid & de individuele grondrechten gegarandeerd worden

→ politiek: democratische rechtsstaat = regeringsvorm gebaseerd op volkssoevereiniteit

                   → mensen hebben bep. grondrechten & vrijheden = grondwet, scheding der                         machten!

→ economisch: overheid minimaal ingrijpen

    → vrij ondernemerschap, zonder wettelijke beperkingen & vrijhandel

Kiesstelsel

→ representatieve democratie: via verkiezingen → vertegenwoordiging in parlement

→ / alg. stemrechtn mr. cijnskiesrecht*

→ rijkdom = teken v. verantwoordelijkheid & onafh.
→ loonslaven hebben / tijd om zich te inform. over politiek & kunnen dr. hun werkgever onder     druk worden gezet

Actualisering

→ politiek liberalisme → economisch liberalisme → neoliberisme*

→ vrije marktprincipe: vrijheid v. ondernemen & consumeren

→ libere partijen Vlaanderen:

    Open VLD - benadrukt individuele vrijeheid, ondernemerschap & beperkte overheid

    N-VA - economisch liberale standpunten (lage belastingen, meer verantwoordelijkheid vr de     burger), mr. vooral Vlaams-nationalistisch & ethisch & qua migratie eerder conservatief

Het nationalisme ijvert voor de volkeren

→ 1 volk, 1 staat verbonden dr. taal, leefgewoonten, godsdiesnt, gedeelde gesch.

→ aangewakkerd dr. Franse bezetting → volksverbondenheid als reactie tegen Franse     overheerser

→ Stimuleren trots op volk/staat door: emotionele schilderijen, lteratuur over eigen     geschiedenis ophemelen, standbeelden v. grootste ‘voorouders’

Congres van Wenen

→ / rekening met nationalistische gevoeligheden

    → polen krijgen / eigen staat

    → Duitsland & Italië worden opnieuw verdeeld, terwijl Oostenrijk groter wordt & gebieden         v/h noord v/h Italiaanse schiereiland krijgt

→ Multinationale staten = staat waarin verschillende volkeren leven, met vaak 1 dominant volk     → streven nr. onafh. staat: Habsburgse rijk, Ottomaanse & Russische rijk

Revoluties veranderen het uitzicht van Europa

revolutiegolven:

  1. Latijns-Amerika — Spaanse kolonisator

  2. Noord-Italië — Oostenrijk

  3. Griekenland — Ottomanen

  4. Polen — Rusland

  5. Frankrijk — conservatieve koning Karel X

  6. België — Hollanders (koning Willem I)

revolutiegolf 1830

→ bloedige represse, mr succesvol!

→ Belgische rev. : scheurt af van Nederland!

soorten nationalisme

→ streven nr. autonomie + seperatisme (ontbindend)

    → België & Schotland nu

→vr. eenmaking v/e verdeeld volk (verbindend)

    → Duitsland / Italië in 19e eeuw → nu: Koerdistan

Kenmerken nationalisme

→ klemtoon op ‘romantisch’ gevoelv. samenhorigheid

→ verheerlijken grootsheid v/h eigen volk

→ interesse vr. identificatie met de eigen ‘roemrijke’ geschiedenis/cultuur

→ tegen de overheersing v/e natie dr een buitenlandse vorst / een buitendlands volk (sterk aanwezig in de 19e eeuw)

potentieel gevaar

→ wij-zij denken (in termen v. superioriteit)

→ discriminatie & racisme