Componenten van macht
Eenheid en Structuur van Politieke Macht
Drie componenten van politieke macht in vroegmiddeleeuwse rijken
Romeinse component
Bestuur, rechtspraak, fiscaliteit, machtsidiomen, publieke cultuur
‘Barbaarse’ component
Militaire dominantie, patronage, assembly politics
Christelijke component
Bekeringen, christelijke koningschap
1.1 Romeinse Component
Barbaarse krijgsheren vormen een minderheid en streven naar integratie/assimilatie in het Rijk
Meestal geen nieuw systeem, maar toe-eigening van imperiale bestuurs- en tradities
Machtsovername vaak met toestemming van de Romeinse overheid/adel
1.1.1 Scheiding Tussen Burgers en Soldaten
Onderscheid van macht en sociale structuren vervaagt in West-Europa
Terugtrekking Romeinse militaire bestuur
Assimilatie van ‘barbaren’ en geromaniseerde ‘autochtonen’
Mits regionale verschillen
Conciliaire dyptiek van Albinus Basilius (c. 541)
1.1.2 Rechtspraak
Vorsten profileren zich als rechters en wetgevers, vergelijkbaar met Romeinse keizers
Vaak op vraag van en met medewerking van juristen in gebieden met sterke juridische cultuur zoals Italië, Zuid-Gallië, en Hispanië
Formele aspecten van rechtspraak zijn schatplichtig aan Romeinse traditie: taal (Latijn), structuur, omvang
Frankische Rijk: Lex Salica van Clovis (vroege zesde eeuw)
Longobardische Rijk: Edictum Rothari van Rothari (643)
Visigotische Rijk: Codex Eurici, wetgevende traditie
Wet Æthelberht van Kent (d. 616), Ine van Wessex (d. 726) in Oud-Engels
Inhoudelijke beïnvloeding door ‘barbaarse’ tradities:
‘Weergeld’ = boete ter genoegdoening
Verzoening en duellen
Focus op straf- en eigendomsrecht
1.1.3 Fiscaliteit
Systematische belastingen verdwijnen geleidelijk rondom c. 600
Waar? Snel in Brittannië, trager in Hispanië, Italië, en Zuid-Gallië
Oorzaken: Hoe
Teloorgang van bestuursstructuren door politieke en economische crisis (late 4de E/5de E)
Teloorgang van bestuursstructuren door politieke/economische crisis late 4de E/5de E
Belastingen geïnd vanuit Romeinse civitates/steden
Assimilatie en versmelting van elites, belastingbetalende inwoners van het Romeinse rijk en belastingvrijgestelde ‘barbaren’
Aantasting door kerkelijke uitzonderingsregimes: privilege van ‘immuniteit’ ten opzichte van seculiere gezag op hun gronden, verstrekt door vorsten aan kathedralen en abdijen
Impact? inkomsten van vorsten uit eigen grootgrondbezit, buit, tribuut en tollen
1.1.4 Machtsidiomen
Voorbeeld uit Gregorius van Tours:
“Nadat hij zijn overwinning [op de Visigoten] volbracht had, keerde Clovis terug naar Tours, alwaar hij vele giften schonk aan de kerk van de heilige Martinus… Vanaf die dag werd hij consul of Augustus genoemd.”
Dit benadrukt de culturele toe-eigening en continuïteit met Romeinse machthebbers
Bautpolitiek en organisatie spelen een belangrijke rol
Bijv. in bouwprojecten door leidinggevenden zoals Theodorik de Grote, en Chilperik I
Gebruik van Romeinse vormentaal op munten, maar met ‘barbaarse’ elementen
Toe-eigening Romeinse machtssymbolen
Culturele toe-eigening: benadrukken continuïteit met Romeinse machthebbers, bevordering aanvaarding door hun nieuwe geromaniseerde onderdanen
Bouwpolitiek (cf. Theodorik de Grote), organisatie spelen (cf. Chilperik I (r. 561-84) in circus Parijs), panegyrieken (lofdichten op vorst) door hofdichters
Afbeelding op munten in Romeinse vormentaal
Maar gecombineerd met ‘barbaarse’ elementen (lange haartooi, speer, schild)
1.1.5 Publieke Cultuur
Belangrijke Romeinse definitie van ‘publieken openbare’ autoriteit:
Publicum: taxatie, staatsbezit, bureaucratie in het Romeinse Rijk
Postimperiale vorsten gebruiken publicus/e als aanduiding van hun autoriteit, cruciaal voor legitimiteit van bestuur
Collectieve inslag van koninklijk bestuur: verantwoordelijkheid voor alle vrije onderdanen
Openbaarheid van bestuur en recht: directe bijeenkomsten in assembly politics tot de late 12de E!
1.2 ‘Barbaarse’ Component
‘Barbaars’: geen gemarkeerde culturele identiteit of uniform politiek model, maar verzamelnaam niet-Romeinse elementen
1.2.1 Militaire Dominantie en Patronage
Vorsten heersen als warlords met militair gevolg uit aristocratische entourage; geen beroepsleger
Gezag gebaseerd op militair succes (op slagveld) en dominantie (lordship)
Verwerving van buit en land door plundering en confiscatie
Persoonlijke banden met aristocratische volgelingen door uitwisseling van geschenken en gunsten
Voorbeeld: Nicetius vroeg om hertog te worden na het geven van geschenken aan koning Childebert
Leiders van patronagenetwerk (cf. laatantieke keizers, maar instituties en bureaucratie toen sterker)
1.2.2 Assembly Politics
Voorbeeld van koningin Fredegonde: bewoog prinsen en bisschoppen om haar kind te legitimeren bij koning Chilperik
Bestuur in postimperiale rijken: gebaseerd op collectieve besluitvorming, uitgedrukt in openbare bijeenkomsten van adel
Visigotische concilies, Frankische placita, Angelsaksische Witan
Gericht op beslechten conflicten tussen edellieden, koning treedt op als arbiter die streeft naar consensus tussen adellijke belangen
Plek voor verlenen van gunsten (consolidatie patronagenetwerk-)
Postimperiale koninkrijken: adellijke netwerken gebonden door huwelijken, loyauteit aan vorst en (meestal) gedeeld geloo
1.3 Christelijke Component
Tegen c. 650: vrijwel uitsluitend Rooms-Katholieke vorsten in post-imperiaal West-Europa
1.3.1 Bekeringen
Hoe bekeringen gebeurden: vaak plotseling, top-down
Voorbeeld: bekering van heidense Frankische koning Clovis (ca. 496)
Geschreven door Gregorius van Tours met semi-legendarisch relaas
Geïnspireerd door zijn vrouw, katholieke prinses Clothilde
Bekeerling en doop te Reims met 3000 krijgers; begin traditie in kroningen van Franse monarchie
Echter: wellicht meer geleidelijke bekering en contact met Gallo-Romeinse bisschoppen
Beschrijving van Doop
“Het aroma van wierrook vulde de ruimte, welriekende kaarsen brandden helder… de koning verzocht als eerste bisschop om hem te dopen…”
Koninklijke bekeringen tot katholicisme: politieke motieven
Voordelen voor vorsten
Steun van lokale senatoriale elites, o.a. bisschoppen
Geletterd (Latijn), adviseurs vorsten, belangrijke rol in bestuur
Aanreiken christelijke ideologie ter consolidatie vorstelijk gezag
Bevordert integratie met plaatselijke (katholieke) geromaniseerde bevolking
Legitimatie territoriale veroveringen op religieuze gronden: i.c. geloofsverspreiding
Voordelen voor ‘Kerk’= bisschoppen, religieuze instellingen
Ontvangen steun en bescherming vorst
bij geloofsverbreiding: militair, materieel, wetgevend
bij uitbouw kerkelijke structuren (bisdommen, abdijen, kerken…)
Niet louter politieke strategie
Geloof in bovennatuurlijke krachten
Belang gehecht aan relieken, heiligenverering, collectieve gebeden…
Echter: geleidelijke convergentie naar het Rooms-katholicisme, ook bottom-up
vanuit arianisme (dissidente christelijke stroming, ‘ketterij’)
Arianisme: Jezus is enkel mens <-> Katholicisme (Romeinse variant): Jezus is zowel mens als God
vanuit heidens polytheïsme (prechristelijke godsdienst)
meestal al in contact met christendom voor vestiging
Geen lineair/onomkeerbaar proces, vaak tijdlang combinatie cultussen (syncretisme)!
Wanneer?
Frankische Rijk: vanaf wellicht einde 5de E, geleidelijk
Visigotische Rijk: koning Reccared (ariaan) verzaakt aan Arianisme in 587
Angelsaksische rijken: over drie generaties bekering vanaf 7de E
Ostrogotische en Vandaalse rijken: blijven Ariaans, niet altijd conflict met Rooms geloof
Longobardische Rijk: geleidelijke bekering
1.3.2 Christelijke Koningschap
Probleem van bronnen geschreven door religieuzen betreft morele of historische waarde.
Bescherming en promotie van het christelijk geloof => stimuleren geloofsverspreiding
Bewaking van orthodoxie en klerikale discipline
Vorsten roepen kerkelijke concilies bijeen; patronage en vrijgevigheid ten opzichte van kerkelijke instellingen
Patronage en vrijgevigheid t.a.v. kerkelijke instellingen
Cf. model van Constantijn de Grote (cf. Clovis, Reccared): symbiose religieuze en politieke macht
Conclusie
Breuk of continuïteit in verschillende regio's:
Brittania: sterkste breuk met Romeinse periode
Gallia en Hispania: meer geleidelijke overgang
Verval van Romeinse administratie
Culturel assimilatie: barbarisering, christianisatie en romanisering
Politiek systeem van lordship en persoonlijke verhoudingen
aanvankelijk gebaseerd op plundering en verovering
maar geleidelijke consolidatie van grootgrondbezit: consensus, machtsdeling
Meest duurzame postimperiale koninkrijk: het koninkrijk van de Franken