Studiemateriaal Europese Literatuur: Calvino, Saramago en de Postmoderne Conditie
Praktische Mededelingen en Exameninformatie
Evaluatie van de Oulipo-wedstrijd:
De quizvragen van de vorige sessie hadden als juiste antwoorden: a) magisch realisme en c) TagliatellI.
De schrijfwedstrijd met contrainte (beperking) leverde diverse inzendingen op met thema's als tijd, eren en diëten.
Opvallende creaties: "dik dietic" en de term "TikTok kijktijd".
Winnaars:
Dorien Ridents: Hoofdwinnaar in termen van lengte met een tekst van woorden.
Reynaert Bloemen (of Reynaert de Vlaamse Vos): Tweede prijs met een tekst van woorden.
Examenvoorbereiding:
Toledo: Maak gebruik van de "toets je kennis"-modules. Deze zijn essentieel voor de voorbereiding op het examen van juni.
Forum: Er wordt een specifiek forum geopend voor praktische vragen over het examen. Dit garandeert een snellere respons dan e-mail, omdat medestudenten en de docent (of assistent Anna) kunnen reageren.
Samen-studeersessies: Deze worden binnenkort online gezet zodra de lokalen definitief zijn vastgelegd.
Anna Scheepen: Dit was de laatste les van praktijkstudent Anna Scheepen, die binnenkort start met een doctoraatstraject.
Examenstructuur (Telt voor 20 punten):
Essayvraag (8 punten): Wordt gecorrigeerd op en herleid naar . Vereist een samenhangend betoog in volledige zinnen en alinea's (geen bullet points). Fokus op verbanden leggen tussen werken.
Tekstextract: Betreft een passage die in de les is behandeld. Men moet de auteur, stroming, tijdsperiode en de context binnen het werk kunnen identificeren en duiden.
Meerkeuzevragen: Voorzien van een giscofrectie van . Deze vragen komen vaak uit de grijze kaders in het handboek.
Invulvragen: Geen gis-correctie; gokken wordt aangemoedigd.
Bonusvraag (1 punt): Enkel geldig als alle andere onderdelen (essay, tekstvraag, invulvragen) zijn ingevuld (niet noodzakelijkerwijs correct). De vraag betreft gedetailleerde feitenkennis.
Oulipo en Potentiële Literatuur
Ouvroir de Littérature Potentielle (Oulipo):
Een collectief van schrijvers, kunstenaars, ingenieurs en wiskundigen die onderzoek doen naar mogelijke literaire vormen.
Belangrijke leden: Raymond Queneau, Georges Perec en Italo Calvino.
Zelfdefinitie: "Ratten die het doolhof bouwen waaruit ze willen ontsnappen."
Het principe van de Contrainte: Het opleggen van strikte beperkingen dwingt de auteur tot creatieve oplossingen en onverwachte taalvondsten.
Voorbeelden van Oulipo-werken:
Georges Perec: Schreef in La disparition een lipogram; een volledige roman zonder de letter 'y' (de transcriptie noemt 'y', hoewel dit historisch de 'e' is).
Raymond Queneau: Cent mille milliards de poèmes. Dit boek bevat sonnetten met hetzelfde rijmschema en dezelfde eindklanken. Elke versregel is afzonderlijk uitgesneden, waardoor de lezer theoretisch verschillende sonnetten kan construeren. Dit herinnert aan de bibliotheek van Babel van Jorge Luis Borges; een oneindige verzameling die niemand volledig kan lezen.
Italo Calvino en de Kosmische Verbeelding
Achtergrond en Filosofie:
Calvino begon als journalist, wat een "pact met de waarheid" vereist. In het post-fascistische Italië werd dit problematisch, wat leidde tot twijfel over de aard van realiteit.
Zijn werk evolueerde van magisch realisme naar een speelse vorm van postmodernisme.
Literatuuropvatting: Literatuur herkent geen realiteit als zodanig, maar slechts niveaus of lagen van realiteit. Het is de menselijke poging om orde te scheppen in de chaos.
Hij citeert indirect de visie dat waarheid vaak verborgen zit in een pak fictieve leugens (vergelijking met Kurt Vonnegut's Cat's Cradle).
Belangrijke Werken:
Cosmicomiche (Kosmische verhalen): Een verzameling verhalen verteld door het wezen Qfwfq.
Il castello dei destini incrociati: Verhalen gebaseerd op de interpretatie van tarotkaarten.
Le città invisibili (Onzichtbare steden): Een ontmoeting tussen Marco Polo en Kublai Khan.
Se una notte d'inverno un viaggiatore (Als op een winteravond een reiziger): Een boek met een "jij-verteller" waarbij elk hoofdstuk een ander genre imiteert.
Analyse: "Alles in een punt" (Italo Calvino)
De Verteller: Qfwfq:
Een tijdloos wezen dat in elk verhaal een andere gedaante aanneemt (atoom, deeltje, amoebe, amfibie, mens).
Zijn naam is een palindroom en herinnert aan een thermodynamische formule voor een warmtemachine, wat zijn rol als personificatie van de pratende wetenschap bevestigt.
Calvino wordt hier getypeerd als humanist: zelfs in de kille wetenschap zoekt hij naar warmte en liefde.
Structuur van het Verhaal:
Wetenschappelijke Incipit: Begint met een droge, kale wetenschappelijke stelling (gebaseerd op berekeningen van Edward P. Hubble) over de uitdijing van het heelal en het punt waarop alle materie geconcentreerd was.
Postmodernistisch Contrast: Het verhaal dat volgt is absurd en fantastisch. De spanning tussen de droge wetenschappelijke taal en het absurde relaas van Qfwfq toont de tekortkomingen van beide vormen van vertellen aan.
Thematiek en Plot:
Crisis van betekenis: In de oerknal was er geen afstand, dus taal en metaforen (zoals "haringen in een ton") falen. Men kan niet tellen of beschrijven zonder afstand.
Personages: Onder andere de familie Ssu (immigranten), wat leidt tot een kritiek op racisme: in een tijd zonder "elders" bestond er theoretisch geen immigratie, en toch werden ze zo gelabeld.
Mevrouw Ph(i)nkko (Vinkel): Representeert universele liefde. In een wereld zonder ruimte is zij met iedereen "in bed". Haar genereuze gebaar ("Jongens, als ik ruimte had, zou ik tagliatelle voor jullie maken") creëert het universum. Haar verlangen naar de fysieke ruimte voor het deeg, het graan, de zon en de velden doet de materie exploderen in ruimte, tijd en zwaartekracht.
José Saramago: De Nobelprijswinnaar en de Illusoire Realiteit
Achtergrond:
Geboren in Azinhaga, Portugal, in een zeer arm gezin (zoon van landloze boeren).
Won de Nobelprijs voor Literatuur in voor zijn parabels vol verbeelding en compassie.
Ging in vrijwillige verbanning naar Lanzarote na controverse rond zijn boek Het Evangelie volgens Jezus Christus.
Stijl en Filosofie:
Hij benadrukt dat de grens tussen leugen/fictie en waarheid minuscuul is.
Kenmerken: Zeer lange zinnen, gebrek aan conventionele leestekens (geen aanhalingstekens), veel indirecte rede en intertekstuele verwijzingen.
Zijn werk wordt vergeleken met een bittere chocoladetaart: men moet kleine hapjes nemen en de tijd nemen voor de complexe tekst.
Analyse: "Het jaar van de dood van Ricardo Reis"
Intertekstualiteit en Metafictie:
Ricardo Reis is een heteroniem van de Portugese dichter Fernando Pessoa.
In het boek keert Reis in terug uit Brazilië naar Lissabon nadat Pessoa is overleden. Hij ontmoet de geest van Pessoa.
Herbert Quain: Reis leest in het boek The God of the Labyrinth van Herbert Quain, een fictieve schrijver bedacht door Jorge Luis Borges. Saramago creëert hiermee lagen van fictie binnen fictie.
De Paratekst (Epigrafen):
Het boek bevat vijf epigrafen (van Reis, Bernardo Soares en Pessoa).
Functies van epigrafen volgens de theorie (waarschijnlijk Gérard Genette): verduidelijking van de titel, verduidelijking van de tekst, linken aan befaamde personen, of het creëren van een bepaald effect.
In de Nederlandse vertaling van Harrie Lemmens zijn twee extra epigrafen toegevoegd die niet in het Portugees staan, wat een postmodern spel is met auteurschap.
Begin- en Eindzin:
Opening: "Hier eindigt de zee en begint het land."
Slot: "Hier waar de zee ten einde is en het land wacht."
Dit verwijst naar Os Lusíadas van Luís de Camões, waarin de zee centraal staat. Saramago keert de blik naar binnen, naar het land Portugal tijdens de opkomst van de dictatuur (Salazar) en het fascisme in Europa.
Motieven in de Tekst:
Lissabon als Doolhof: De stad wordt beschreven als een grijze, nevelige metropool, vaak vergeleken met een luchtspiegeling of gezichtbedrog.
Crisis van taal: De stad Lissabon wordt op verschillende manieren uitgesproken (Lisboa, Lisbán), wat de betekenis ervan fragiel maakt.
Sociale blik: Saramago toont de miserie van de maatschappij via de personages van de havenarbeiders (kraaiers) en de loopjongen (die eigenlijk oud is). Deze mensen verkopen hun berusting en miserie voor een fooi.
Identiteit: Reis vult in het hotelregister in wie hij "beweert te zijn". Wanneer hij zijn eigen gedicht leest ("In ons leren taallozen"), raakt hij verward over wie er daadwerkelijk denkt of voelt in zijn lichaam.
Overzicht van Centrale Semesterthema's
Vertellers en Perspectief: Waarom kiezen auteurs voor specifieke vertelstijlen?
Helden en Anti-helden: Inclusief de Byronic hero.
Imitatio en Emulatio: Hoe verhoudt moderne literatuur zich tot klassieke vormen?
Illusie versus Werkelijkheid: De vervaging van grenzen, spiegels en droombeelden.
De Mens tegenover de Maatschappij: Context van politieke actie versus isolatie.
Vormvernieuwing: Zoals het stream of consciousness, toneelstukken zonder bedrijven, en experimenten met typografie (Apollinaire, dadagedichten).
Normdoorbreking: Taboeonderwerpen, medische focus en de gruwelijke werkelijkheid.