Samenvatting_les_8_over_het_interview
Samenvatting Les 8: Genrekenmerken Interviewverslag
Kop
Bevat een prikkelende, sfeertekenende titel die goed aansluit bij de inhoud.
Het gebruik van stijlmiddelen is cruciaal voor het aantrekken van de lezer.
Inleiding
Het trekt de aandacht van de lezer met een sterk citaat, een stelling, sfeertekening, etc.
Eindigt met een korte zin als uitsmijter of met een vraag.
Verrijdt nooit de volledige inhoud, maar enkel een tipje van de sluier.
Lead/Openingsalinea
Bevat verschillende elementen:
Beschrijving
Verwijzing naar actualiteit
Citaat
Interessante vraag
Terugblik in de tijd
Toepasselijke anekdote
Schokkende cijfers
Slotalinea
Zorgt voor een goede afsluiter.
Kan een terugkoppeling naar de titel zijn, een gevatte uitspraak of een uitsmijter.
Quote
Een kort citaat uit het interview dat de lezer nieuwsgierig maakt naar meer informatie.
Kan humoristische toets, controversiële uitspraak, bekentenis of paradox bevatten, om de lezer verder te laten lezen.
Tussentitels
Creëren een adempauze tussen tekstdelen.
Bestaan uit 1 of 2 korte woorden die iets zeggen over de inhoud of sfeer van het volgende tekstonderdeel.
Moeten letterlijk terug te vinden zijn in de tekst.
Vermijd het gebruik van woorden uit de 1e of laatste alinea van lange interviews.
Slang
Een soort sociolect: de taal die door een specifieke groep wordt gesproken.
Vraagsoorten
Gesloten Vragen
Beperkt aantal antwoorden, zoals:
Ja-nee vragen
Of-of vragen
Suggestieve vragen
Feitenvragen
Open Vragen
Bieden meer ruimte aan de geïnterviewde:
Als-vragen
Confrontatievragen
Opinievragen
Intentievragen
Motivatievragen
Begripsvragen
Visievragen
Plus-min vragen
Emotievragen
Interviewstijlen
1. Directieve Interviewstijl
Gekenmerkt door gerichte, gesloten vragen.
2. Non-directieve Interviewstijl
Stimuleert de geïnterviewde om te antwoorden zoals hij of zij wil, met open vragen.
Gebruik van de doorvraagtechniek is mogelijk.
Actief Luisteren
Technieken die getuigen van een actieve luisterhouding:
Samenvatten in eigen woorden of met sleutelwoorden.
Parafraseren: herhalen met eigen woorden wat de gesprekspartner zei.
Ordenen: het structureren van het verhaal van de gesprekspartner.
Vragen naar verduidelijking: meer uitleg vragen wanneer de betekenis niet onmiddellijk duidelijk is.
Aanmoedigen: kleine woorden of zinnen tussendoor gebruiken.
Onderbreken: indien iemand te lang praat, afwijkt van het onderwerp of het verhaal saai begint te worden.
Non-verbaal: zoals oogcontact, knikken, hummen, etc.
Interviewsoorten
1. Informatief Interview
Een gesprek met een deskundige om op zoek te gaan naar specifieke informatie over een onderwerp.
2. Portretterend Interview/Humaninterestinterview
Centraal staat het portret van de geïnterviewde; diens leven en ervaringen worden verkend.
3. Kritisch/Confronterend Interview
Het doel is om te achterhalen waarom de geïnterviewde iets heeft gedaan of heeft beslist.