Woordenschat politiek


Begroting: De schatting van overheidsinkomsten en -uitgaven, belangrijk voor het plannen en uitvoeren van beleid.

Belastingen: Hoe belastingen dienen als inkomstenbron voor de overheid en gebruikt worden om publieke voorzieningen te financieren.

Bevoegdheid: De verschillende niveaus van bestuur en hun respectievelijke bevoegdheden.

Blanco stem: Wat het betekent om blanco te stemmen en hoe dit wordt behandeld in verkiezingen.

Coalitie: De vorming van een regering door samenwerking tussen verschillende politieke partijen.

Commissie: De rol van commissies in het parlementaire proces voor gespecialiseerde discussies.

Decreet: Het besluit van een parlement dat kracht van wet heeft.

Parlementaire democratie: Het systeem waarin het volk vertegenwoordigers kiest om beslissingen te nemen.

Federale staat: Het systeem van bestuur waarbij macht verdeeld is tussen centrale en regionale niveaus.

Fractie: Een groep volksvertegenwoordigers van dezelfde partij in een parlement.

Geldig stemmen: De criteria voor een geldige stem bij verkiezingen.

Ongeldig stemmen: Wat een stem ongeldig maakt bij verkiezingen.

Gemeenschap en Gewest: De organisatie van het federale België in gemeenschappen en gewesten.

Kandidatenlijst: Hoe politieke partijen kandidaten selecteren voor verkiezingen.

Kiesdrempel: De drempel die een politieke partij moet overschrijden om zetels te winnen bij verkiezingen.

Kiezer: De persoon met het recht om te stemmen bij verkiezingen.

Lijstduwer, -stem en -trekker: De posities en functies binnen een kandidatenlijst bij verkiezingen.

Meerderheid en oppositie: De verdeling van politieke macht tussen regerende en niet-regerende partijen.

Oproepingsbrief: De brief die kiezers ontvangen met informatie over waar en wanneer te stemmen.

Stembiljet, -bureau en -computer: De procedures en technologieën die worden gebruikt bij verkiezingen.

Opkomstplicht: Het vereiste voor kiezers om naar de stembus te gaan op verkiezingsdag.

Verkiezingen: Het proces van het kiezen van vertegenwoordigers door middel van stemming.

Volksvertegenwoordiger: De persoon die door het volk gekozen is om hen te vertegenwoordigen in het parlement.

Voorkeurstem: De mogelijkheid voor kiezers om specifieke kandidaten te steunen binnen een lijst.

Zetelverdeling: De toewijzing van zetels in een parlement op basis van verkiezingsresultaten.

Verkiezingscampagne: De periode voor verkiezingen waarin politieke partijen hun ideeën promoten.

Plenaire vergadering: De voltallige vergadering van het parlement.

Legislatuur: De termijn waarvoor een parlement wordt gekozen.

Kieskring: Het gebied dat de verdeling van parlementszetels bepaalt.

Volmacht: De mogelijkheid voor kiezers om iemand anders namens hen te laten stemmen.