Levensbeschouwing H2 Samenvatting
Samenvatting door Mees
1e klas vwo
473 woorden
1 maand geleden
Concepten van Inspiratie
Inspireren:
Betekenis: Inspireren betekent aanvuren, inblazen en bezielen.
Inspirerende personen:
Personen die voor jou een groot voorbeeld zijn.
Voorbeelden van inspirerende levensbeschouwelijke figuren:
Nelson Mandela:
Strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika.
Jarenlang gevangen gezeten, bereikte zijn doel en werd de eerste 'zwarte' president van Zuid-Afrika.
Overleden in 2013.
Mahatma Gandhi:
Strijd voor de onafhankelijkheid van India, dat destijds deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk.
Vermoord omdat hij de moslims niet allemaal had 'verwijderd' uit India.
Inspirerende religieuze figuren, zoals:
Jezus
Mozes
Mohammed
Belangrijke Geschriften
D doel:
Zorgt voor meer duidelijkheid over waar iemand in gelooft.
Helpt te begrijpen bij welk geloof iemand hoort.
Maakt 'reclame' voor dat geloof.
Heilige boeken:
Bevatten belangrijke geschriften waar 'het hogere' een rol speelt.
Voorbeelden:
De Bijbel
De Koran
Levensbeschouwelijke geschriften:
Teksten die verklaren hoe je over het leven kijkt.
Mythen:
(Verzonnen) verhalen over goden en godinnen.
Ze zijn heel oud en vaak doorverteld (afkomstig van het oude Griekse woord 'Mythos').
Voorbeeld van een mythe:
Het verhaal van Abraham die zijn zoon moest offeren op verzoek van God.
Rituelen
Definitie:
Daden die je op een vast tijdstip op een vaste manier doet.
Rites de passage:
Rituelen die je uitvoert om een bepaalde periode te beginnen of af te sluiten.
Voorbeelden:
Geboorte
Trouwen
Dood
Kenmerken van levensbeschouwelijke rituelen:
Ze hebben een vast patroon.
Ze bevatten woorden, symbolen en daden.
Ze vinden plaats bij belangrijke momenten in het leven.
Ze verwijzen naar wat belangrijk is.
Er zijn meerdere mensen bij betrokken, wat een gemeenschapsgevoel creëert.
Ze geven mensen kracht.
Feesten
Soorten feesten:
Levensbeschouwelijke feesten:
Bijvoorbeeld kerst.
Traditionele feesten:
Bijvoorbeeld koningsdag.
Seizoensgebonden feesten:
Bijvoorbeeld Pasen.
Historische feesten:
Bijvoorbeeld Bevrijdingsdag.
Persoonlijke feesten:
Bijvoorbeeld je verjaardag.
Religieuze feesten:
Voorbeelden:
Kerstmis
Suikerfeest
Offerfeest
Deze feesten zijn altijd levensbeschouwelijk van aard.
Symbolen
Betekenis en waarde van symbolen:
3 Kenmerken:
Een symbool is (meestal) tastbaar.
Een symbool verduidelijkt hoe je denkt over belangrijke zaken in het leven.
In een symbool zitten herinneringen opgeslagen.
Verschil tussen symbolen en tekens:
Een symbool heeft meerdere betekenissen, terwijl een teken slechts één betekenis heeft.
Specifieke levensbeschouwelijke symbolen:
Deze variëren per religie, bijvoorbeeld:
Menora (Jodendom)
Wiel (Boeddhisme)
Aanhangers van Levensbeschouwelijke Organisaties
Actieve aanhangers:
Doen deel aan veel activiteiten binnen de organisatie (bijvoorbeeld elke zondag naar de kerk gaan).
Passieve aanhangers:
Zijn ingeschreven maar nemen niet actief deel aan de activiteiten.
Geloven vaak (bijna) niet meer.