Latijn: filosofie

Vergilius maakte in zijn leven kennis met de leer van Plato, het epicurisme en het stoïcisme, die praktischer gericht waren.

Deze stromingen ontstonden tijdens de burgeroorlog en hadden als nut om mensen geluk te wijzen en houvast te geven in moeilijke tijden.

Epicurisme:

Het epicurisme is gesticht in 306 v. Chr. in Athene door Epicurus van Samos. Het doel van Epicurus was mensen te leiden naar een gelukkig leven. Geluk is volgens hem een toestand van onverstoorbare tevredenheid (= ataraxie) waarin negatieve emoties afwezig zijn. Hij legt ook de nadruk op genot (= hèdonè) maar met mate.

Epicurus koos voor een materialistisch wereldbeeld en stelt dat alles bestaat uit atomen, gebaseerd op het model van Democritus. Hij geloofde niet in een hiernamaals en eveneens dat de goden zich niet bemoeiden met de mens. Alles wat op aarde gebeurt is toeval.

Hij vond vriendschap belangrijk maar hield zich afzijdig van politiek en relaties.

Stoïcisme:

Het stoïcisme is gesticht rond 300 v. Chr. in Athene door Zeno van Citium. De stoa geloven in een ratio, logos of zelfs een vuur (= waarin elk van ons een vonkje, en dus gelijk is) die alles op de wereld in stand houdt.

De grondgedachte is dat de mens in overeenstemming met de natuur moet leven, enkel als je daarin slaagt zie je alles wat je overkomt als iets goeds. De sapientia is volgens hen de belangrijkste deugd. Ze streven naar een toestand van apatheia, gevoelsloosheid.