Hoorcollege Anatomie en Fysiologie van het Zenuwstelsel

Hogeschool PXL - Hoorcollege Anatomie en Fysiologie van het Zenuwstelsel

  • Docent: Dr. Frederik Houben

  • Academiejaar: 2021-2022

Zenuwcellen

  • Belangrijke onderdelen van zenuwcellen:

    • Cellichaam

    • Axon

    • Dendrieten

    • Synaptische knoppen

    • Nucleus van neuron

Voortgeleiding van Actiepotentialen

  • Actiepotentiaal:

    • Een verandering in de elektrische potentiaal over het celmembraan, veroorzaakt door depolarisatie.

    • Depolarisatie vindt plaats tot aan de drempelwaarde.

  • Mechanisme:

    • Ongemyeliniseerd axon:

      • Voortgeleiding is ononderbroken.

    • Gemyeliniseerd axon:

      • Voortgeleiding gebeurt via saltatoire impulsgeleiding.

  • Figuur 8-9: Illustreert verschillen tussen voortgeleiding langs gemyeliniseerde en ongemyeliniseerde axonen.

Axonstructuur

  • Componenten:

    • Axon

    • Synapsknop

    • Mitochondria

    • Synapsblaasjes

    • Presynaptisch en postsynaptisch membraan

Synaptische Geleiding

  • Proces:

    • Stap 1: Activatie van synapsknop door een actiepotentiaal

    • Stap 2: Ca2+ ionen van buiten de cel komen de synapsspleet binnen.

    • Stap 3: Dit veroorzaakt de exocytose van acetylcholine (ACh).

    • Stap 4: ACh bindt zich aan receptoren op het postsynaptische membraan en depolariseert het.

    • ACh wordt vervolgens verwijderd door acetylcholinesterase (AChE).

Functionele Indeling van het Zenuwstelsel

  • Afferent: Verwerking van sensorische informatie.

  • Efferent: Motorcommando's.

  • Integrerend: Verwerking en integratie van informatie.

  • Somatisch: Willekeurig zenuwstelsel; controleert skeletspieren.

  • Autonoom: Onwillekeurig zenuwstelsel; regelt gladde spieren, hartspier en klieren.

Anatomische Indeling van het Zenuwstelsel

  • Centrale Zenuwstelsel (CZS):

    • Verbonden met de hersenen en het ruggenmerg.

    • Verwerkt en integreert informatie.

  • Perifere Zenuwstelsel (PZS):

    • Bestaat uit hersenneuralen en ruggenmergzenuwen.

    • Verbindt het CZS met de rest van het lichaam.

Indeling van de Centrale Zenuwstelsel

  • Hersenen:

    • Grote hersenen

    • Hersenstam

    • Kleine hersenen

  • Ruggenmerg: Omgeven door wervelkolom.

Lobben van het Cerebrum

  • Frontalis: Regelt motorische functies en hogere cognitieve functies.

  • Parietalis: Sensorische verwerking.

  • Temporalis: Verwerking van auditieve informatie.

  • Occipitalis: Verwerking van visuele informatie.

Functionele Gebieden van de Hersenschors

  • Primaire motorische schors

  • Centrale sulcus

  • Primaire sensorische schors

  • Associatiegebieden: Motorisch en sensorisch.

Zenuwbanen in het Ruggenmerg

  • Motor- en sensorische banen:

    • Pyramidaal en extrapiramidaal voor motorische controle.

    • Dorsale kolom en anterolaterale systemen voor sensorische informatie.

Ruggenmerg en Zenuwbanen

  • 31 paar spinale zenuwen: Elke zenuw verzorgt een lichaamssegment.

    • Bestaat uit dorsale (sensorische) en ventrale (motorische) wortels.

Gefunctionaliseerde ruimtes van het Zenuwstelsel

  • Epidurale ruimte: Ruimte gevuld met vetweefsel.

  • Subarachnoïdale ruimte: Bevat cerebrospinaal vocht (CSV).

Reflexbogen

  • Betrokken componenten:

    • Sensorische receptor, sensorische neuron, integratiecentrum, motorneuronen, effector.

Autonoom Zenuwstelsel

  • Eigenschappen:

    • Onderdeel van het vegetatieve/unwillekeurige zenuwstelsel.

  • Sympatisch: Fight or flight reactieve aanpassingen.

  • Parasympatisch: Rust- en herstelacties.

Neurotransmitters in het Autonoom Zenuwstelsel

  • Belangrijke neurotransmitters:

    • Acetylcholine (ACh) voor parasympatisch.

    • Noradrenaline voor sympatisch.

Belangrijke Hersenzenuwen

  • Bestaan uit twee functies: sensorisch en motorisch.

  • Bijv:

    • Opticus (II): Sensorisch voor het oog.

    • Oculomotorius (III): Motorisch voor oogbewegingen.

Effecten van het Autonoom Zenuwstelsel

  • Sympathische reactie (bijv. pupildilatatie) vs. parasympathische reactie (bijv. pupilconstrictie).

  • Gevolgen voor organen en functies:

    • Vermindering van spijsvertering door sympathische activatie versus stimulatie door parasympathische activatie.