Kernpunten Pluriforme Samenleving
- Samenleving met veel variatie in levensstijl, godsdienst en andere cultuurkenmerken
- Bestaat al eeuwen in Nederland; immigratie na 1945 vergrootte diversiteit
Cultuur
- Verzamelnaam voor alle aangeleerde waarden, normen, gewoonten, symbolen
- Functies
- Socialisatie: vormt persoonlijkheid
- Gemeenschappelijk referentiekader: bevordert onderling begrip
- Gedragsregulerend: maakt gedrag voorspelbaar
Dominante cultuur & subculturen
- Dominante cultuur: gedeelde basisregels (bijv. Nederlands spreken, gelijkheid man–vrouw, Koningsdag)
- Subcultuur: groep wijkt op enkele cultuurkenmerken af (studenten, skaters, Friezen, e-boys, etnische groepen)
- Eén persoon kan tot meerdere subculturen behoren
Culturele diversiteit
- Altijd aanwezig geweest (regionaal, religieus, sociaal)
- Sinds jaren 60 extra toename door jeugdculturen en nieuwe vrijetijdsvormen
Factoren die diversiteit bepalen
- Woonomgeving: stad (anonimiteit, vrijheid) vs. dorp (betrokkenheid)
- Generatie: andere referentiekaders door technologische & sociale veranderingen
- Maatschappelijke positie: opleiding, beroep, inkomen vormen leefstijl
- Gender: culturele invulling van mannelijkheid/vrouwelijkheid; rolpatronen; non-binair
- Migratieachtergrond: etnische subculturen; term “persoon met migratieachtergrond” vervangt “allochtoon”
- Godsdienst & levensbeschouwing: waarden, normen, rituelen, feestdagen
Cultuur is dynamisch
- Sommige basisregels onveranderd (verbod op moord), andere onderwerpen veranderen (seksuele diversiteit, vrijetijdsbesteding, man–vrouw-relatie)
- Tegenculturen stimuleren verandering (vrouwenbeweging, klimaatbeweging, Black Lives Matter)
Dilemma eenheid vs. verscheidenheid
- Sociale cohesie: gevoel van onderlinge verbondenheid
- Pluriformiteit geeft vrijheid voor eigen leefstijl, maar grote verschillen kunnen cohesie verzwakken
- Balans vinden tussen gedeelde basis en ruimte voor diversiteit is blijvende maatschappelijke uitdaging