Inleiding tot het recht

Inleiding tot het recht


Academiejaar 2025 – 2026

  • Bachelor Bedrijfsmanagement

  • Juridisch kader van een organisatie

  • Samengesteld door Lector Erik Van der Cruysse


Inhoud

  • Nationale instellingen

    • Van eenheidsstaat naar confederatie

    • Scheiding der machten

    • Federale of Nationale Staat

    • Federale (Nationale) Wetgevende Macht

    • Federale (Nationale) Uitvoerende Macht

    • Gemeenschappen

    • Gewesten

    • Lokale besturen

    • Rechterlijke Macht

    • Algemeen

    • Principes van de rechterlijke macht

    • Organisatie van de Hoven en Rechtbanken

  • Burgerlijk recht

    • Oud- en nieuw Burgerlijk Wetboek

    • Personen- en Familierecht

    • Personenrecht

    • Familierecht

    • Nalatenschappen

    • Goederen

    • Verbintenissen

    • Recht op gegevensbescherming (GDPR)

  • Handelsrecht & Vennootschappen

    • De onderneming

    • Ondernemingsbewijs

    • Continuïteit van ondernemingen en faillissement

    • Vennootschappen

    • Algemeen

    • Rechtspersoonlijkheid

    • Aansprakelijkheid

    • Oprichting van een vennootschap

    • Vennootschapsvormen tot 2019

    • Vennootschapsvormen vanaf 2020


1 DE NATIONALE INSTELLINGEN

1.1 Van eenheidsstaat naar confederatie
  • Bij de stichting van België in 1831 werd een eenheidsstaat opgericht.

  • Begon vanuit Brussel door een centrale overheid, bestaande uit de Koning en de regering.

  • Bevoegdheden werden gedelegeerd naar lokale besturen: provincies en gemeenten.

  • Taal van bestuur was hoofdzakelijk Frans.

  • Spanningen tussen Zuidelijke (Latijnse) en Noordelijke (Germaanse) culturen.

  • In de tweede helft van de 20e eeuw splitsen politieke partijen op in Vlaamse en Franstalige partijen.

  • Bevoegdheden van de Staat werden opgesplitst in drie niveaus tussen 1968 en 2014:

    • Federale overheid

    • Gemeenschappen (cultureel)

    • Gewesten (economisch)

  • Bevoegdhedenwet evolueert naar een Confederatie; 6 grondwetswijzigingen resulteerden in de huidige structuur.

  • Huidige bestuursniveaus:

    • 1 Federale (nationale) overheid

    • 3 Gemeenschappen

    • 3 Gewesten

    • 10 provincies

    • 565 gemeenten

1.2 Scheiding der machten
  • België hanteert het principe van "scheiding der machten":

    • 3 machten (wetgevend, uitvoerend, gerechtelijk) zijn gescheiden en controleren elkaar.

  • Deze scheiding biedt burgers de garantie van invloed op wetgeving en naleving.

  • De drie machten zijn:

    • Wetgevende macht:

    • Parlement (Kamer en Senaat) stemt wetten.

    • Uitvoerende macht:

    • Regering zorgt voor uitvoering van wetten.

    • Gerechtelijke macht:

    • Onafhankelijke rechters bewaken de correcte toepassing van wetgeving.

  • Wetgevende en uitvoerende macht zijn uitgesplitst per niveau (Federale, Gemeenschappen, Gewesten).

  • Gerechtelijke macht is één en ondeelbaar; het garandeert de correcte toepassing van wetten op alle niveaus.

1.3 De Federale of Nationale Staat
1.3.1 De Federale (Nationale) Wetgevende Macht
  • Bestaat uit het Parlement en de Koning.

1.3.1.1 Het Parlement
  • Bestaat uit twee Kamers:

    • Kamer van Volksvertegenwoordigers

    • Senaat

  • Tot 1970 had België een tweekamerstelsel met vergelijkbare bevoegdheden.

  • Wetgeving door de Senaat is gewijzigd; geen wetgevende functie meer sinds 2014.

1.3.1.1.1 Kamer van volksvertegenwoordigers
  • Taken van de Kamerleden:

    • Voorstellen en goedkeuren van wetten.

    • Stemmen over begrotingen, rekeningen en belastingen.

    • Goedkeuren van internationale verdragen.

    • Onderzoeken van overheid.

    • Vragen en interpellaties aan de regering.

    • Verlenen van Belgische nationaliteit.

    • 150 Kamerleden gekozen via provinciale kieskringen.

1.3.1.1.2 Senaat
  • Vergaderingen slechts eenmaal per maand.

  • Functie als overlegplatform tussen taalgroepen.

  • Senatoren aangeduid door Gewest- en Gemeenschapsparlementen.

  • Mandaat van vijf jaar, tenzij vervroegde verkiezingen.

  • Bijzonder statuut van parlementsleden:

    • Parlementaire onverantwoordelijkheid: geen vervolging voor meningen in functie.

    • Parlementaire onschendbaarheid: aanhouding enkel na toestemming parlement.

1.3.1.2 De Koning
  • Bindend element tussen wetgevende en uitvoerende macht.

  • De Koning is hoofd van zowel nationale wetgevende als uitvoerende macht, is onverantwoordelijk.

  • Ondertekent wetten zonder stemrecht in totstandkoming.

1.3.2 De Federale (Nationale) Uitvoerende Macht

1.3.2.1 De Koning

  • Uitvoerende macht berust bij de Koning en federale regering.

  • Bevoegdheden van de Koning:

    • Uitvoer van wetten.

    • Defensie en buitenlandse betrekkingen.

    • Benoemingen van Ministers en Staatssecretarissen.

    • Benoeming van overheidsambtenaren, rechters.

  • De Koning kan nooit alleen optreden, is onverantwoordelijk voor zijn functie.

1.3.2.2 Ministers en Staatssecretarissen
  • Ministerraad of kabinetsraad voor regeringsbeleid.

  • Ministerraad bestaat uit evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers, maximaal 15.

  • Staatssecretarissen hebben een aparte bevoegdheid en maken geen deel uit van de Ministerraad.

1.3.2.3 De Federale Regering
  • Bestaat uit de Koning, Ministers, en Staatssecretarissen.

  • Verantwoordelijk voor residuaire bevoegdheden.

  • Belangrijkste bevoegdheden:

    • Monetair beleid.

    • Justitie.

    • Sociale zekerheid.

    • Defensie.

    • Burgerlijk, Handelsrecht, Arbeidsrecht.

1.4 De Gemeenschappen
  • Gemeenschappen delen België in 3 taalgebieden:

    • Vlaamse Gemeenschap: Vlaams taalgebied en tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

    • Franse Gemeenschap: Frans taalgebied en tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad.

    • Duitstalige Gemeenschap: Duits taalgebied.

  • Elke Gemeenschap heeft eigen wetgevende en uitvoerende macht.

  • Exclusieve bevoegdheid voor: onderwijsmaterie, culturele aangelegenheden, persoonsgebonden aangelegenheden, gebruik van talen.

1.4.1 De Wetgevende Macht van de Gemeenschappen
  • Bevoegd voor:

    • Algemene rechtsregels (decreten).

    • Verdragen.

    • Controle op de Gemeenschapsregering.

  • Vlaams Parlement: 124 leden (118 van Vlaams Gewest, 6 uit Brussel).

  • Frans Gemeenschapsparlement: Samenstelling door Franstalige leden van Brussels Parlement en Waals Parlement.

  • Duitstalig Parlement: 25 leden in Eupen.

1.4.2 De UItvoerende Macht van de Gemeenschappen
  • Elke Gemeenschap heeft eigen regering, samengesteld door meerderheid in Gemeenschapsparlement.

  • Voornamelijk verantwoordelijk voor decreten.

1.5 De Gewesten
  • Belgie verdeeld in 3 regio's:

    • Vlaams Gewest: Oost- en West-Vlaanderen, Limburg, Antwerpen, Vlaams Brabant.

    • Waals Gewest: Henegouwen, Luxemburg, Namen, Luik, Waals Brabant.

    • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 19 gemeenten.

  • Exclusieve bevoegdheid voor materies van economische aard:

    • Economisch beleid, ruimtelijke ordening, bescherming leefmilieu.

1.5.1 De Wetgevende Macht van de Gewesten
  • Vlaams Parlement is ook bevoegd voor decreten in beide gemeenschappen.

1.5.2 De Uitvoerende Macht van de Gewesten
  • In praktijk wordt er geen aparte regering opgericht voor Gemeenschap en Gewest in Vlaanderen.

1.6 De lokale besturen
1.6.1 De Provincies
  • België telt 10 provincies:

    • West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant, Waals Brabant, Henegouwen, Namen, Luik, en Luxemburg.

  • Bestuurd door Provincieraad, Deputatie, en Gouverneur.

  • Bestuurder op basis van de verkiezing voor 6 jaar.

1.6.2 De Steden en Gemeenten
  • 581 gemeenten; fusies mogelijke.

  • Bestuurd door Gemeenteraad, College van Burgemeester en Schepenen.

  • Bevoegdheid in openbare werken, huisvesting, onderwijs, bijhouden bevolkingsregisters.

1.7 De Rechterlijke Macht
1.7.1 Algemeen
  • Bestuursbevoegdheden over meerdere niveaus; één en ondeelbare rechterlijke macht.

1.7.2 Enkele principes van de rechterlijke macht
  • Monopolie rechtsmacht die bindende uitspraken kan doen.

1.7.3 Organisatie van de Hoven en Rechtbanken
  • Hiërarchie bestaande uit:

    • Hof van Cassatie

    • Hof van Assisen, Hoven van Beroep

    • Rechtbanken van 1e Aanleg, Arbeidsrechtbanken, Ondernemingsrechtbanken

    • Vredegerechten

  • Beslissingen sindsdien genaamd "vonnissen" of "arresten".

1.7.3.1 Vrederechter
  • Bevoegd voor burgerlijke zaken tot EUR 5,000.

1.7.3.2 Rechtbank van eerste aanleg
  • Behandelt ook hoger beroep tegen vonnissen van vrederechter.

1.7.3.3 Ondernemingsrechtbank
  • Bevoegd voor handelszaken in eerste aanleg.

1.7.3.4 Arbeidsrechtbank
  • Bevoegd voor geschillen tussen werkgevers en werknemers.

1.7.3.5 Hof van Beroep & Arbeidshof
  • Hoven van Beroep behandelen alle zaken van Vonningen van 1e Aanleg.


2 BURGERLIJK RECHT

2.1 OUD- en NIEUW BURGERLIJK WETBOEK
  • Algemeen juridisch kader voor privaatrecht.

  • Vanaf 1794 onder invloed van de Code Napoleon.

2.2 PERSONEN- en FAMILIERECHT
2.2.1 Personenrecht
  • Definitie van personen:

    • Natuurlijke of juridische personen.

2.2.1.1 De Personen
  • Iedereen kan als persoon rechten en plichten dragen.

2.2.1.2 Identificatie van personen
  • Belang van naam, woonplaats, nationaliteit, geslacht.

    • Naam: voor- en achternaam.

2.2.1.3 Staat van de persoon
  • Identificatie via de burgerlijke stand.

    • Authentieke akten als bewijs.

2.2.1.4 Onvolledige Persoonlijkheid
  • Bepaalde categorieën met verminderde handelingsbekwaamheid (minderjarigen).

2.2.2 Familierecht
  • Behandelt rechtsverhoudingen binnen families.

2.2.2.1 Het Huwelijk
  • Positieve en negatieve grondvereisten.

2.2.2.2 Persoonlijke gevolgen
  • Plichten tot samenwonen, getrouwheid, bijstand.

2.2.3 Nalatenschappen
  • Afhandeling van nalatenschappen, testamenten, successierechten.

3 HANDELSRECHT & VENNOOTSCHAPPEN

3.1 De Onderneming
  • Wetgeving rondom individuele en gezamenlijke ondernemingen.

  • Controle door ondernemingsrecht.

3.2 Het ondernemingsbewijs
  • Boekhouding en factuur als bewijsmiddelen.

3.3 Continuïteit van ondernemingen en faillissement
  • Faillissementen en verantwoordelijkheid van cijferberoepen.

    • Weg naar faillissement omvat minnelijk akkoord of gerechtelijke reorganisatie.

  • Curator aanstellen om faillissement af te handelen.

3.4 Vennootschappen
  • Soorten vennootschappen, aansprakelijkheden en oprichting.

3.4.1 Algemeen
  • Starten van een vennootschap biedt voordelen, beschermt registraties en reguleert aansprakelijkheid.

3.4.2 Rechtspersoonlijkheid
  • Kenmerken van natuurlijke en rechtspersonen.

3.4.3 Met beperkte of onbeperkte aansprakelijkheid
  • Verschillen in aansprakelijkheid tussen erftollers en vennoten.

3.4.4 Oprichting van een vennootschap
  • Statuten moeten schriftelijk worden vastgelegd.

3.4.5 Vennootschapsvormen tot 2019
  • Overzicht: BVBA, NV, C.V.

3.4.6 Vennootschapsvormen vanaf 2020
  • Verwachtte consolidatie en verandering van rechtsstructuren.


4 RECHT OP GEGEVENSBESCHERMING (GDPR)

4.1 Doelstelling
  • Bescherming van Europese burgers tegen het overdragen van persoonsgegevens.

4.2 Principes
  • Transparantie, doelbeperking, gegevensbeperking, etc.

4.3 Privacyrechten
  • Inzage, vergetelheid, rectificatie, dataportabiliteit, beperking van verwerking.


Bronvermelding: Hooftitel

Inleiding tot het recht, pag 1-154