Samenvatting Conflicthantering en Communicatie

Sinaasappeloefening

  • Compromis vs. Bemiddeling:
    • Aanvankelijk wordt een compromis voorgesteld.
    • Na meer informatie volgt bemiddeling.
  • Les:
    • Vermijd direct een compromis (tussenweg).
    • Focus op onderliggende belangen en noden.
    • Bemiddeling brengt partijen samen tot overeenstemming.

Marshall Rosenberg en Geweldloze Communicatie

  • Doel:
    • Mensen met elkaar verbinden.
    • Elkaars behoefteniveau vinden.
  • Definitie:
    • Kritiekloze communicatie met respect voor:
      • Eigen gevoelens.
      • Eigen behoeften.
  • Model:
    • Drie processen.
    • Vier stappen.
  • Drie Processen:
    1. Jezelf Empathisch Uiten:
      • Eigen gevoelens en behoeften delen.
      • Zonder de ander verantwoordelijk te stellen.
    2. Empathisch Luisteren naar de Ander:
      • Gevoelens en behoeften in de boodschap van de ander horen.
      • Reflecteer deze.
      • Niet vertellen wat jij zou doen.
      • Niet verliezen in de emoties van de ander.
    3. Met Jezelf in Contact Blijven:
      • Zelfreflectie omzetten in gevoelens en behoeften.

Conflictoplossing met Herstelgerichte Vragen

  • Belang van Stiltes:
    • Gesprekspartner gaat weer spreken.
    • Waardevolle informatie komt naar boven.
  • Samenvatten:
    • In eigen woorden weergeven wat de ander zegt.
    • In vragende vorm stellen.
  • Waarom Samenvatten?
    • Stimuleert de ander om te bevestigen of aan te passen.
  • Reflecteren zonder Oordeel:
    • Gevoelens van de ander waarnemen en erkennen.
    • Gevoelens herhalen of bevestigen.
    • Voorbeeld: "Ik kan me goed voorstellen dat dit voor jou niet fijn is."
  • Open Vragen Stellen:
    • Nodigen uit tot meer verhaal en details.
  • Waarom-Vragen Vermijden:
    • Kunnen oordelend overkomen.

Conflicten met Jongeren Oplossen

  • Definitie Conflict:
    • Twee of meer betrokken partijen.
    • Verschilpunten staan rechtstreeks tegenover elkaar.
    • Schade ten koste van minstens één betrokkene.
  • Communicatie:
    • Boodschap moet begrepen worden zoals de zender bedoelt.
    • Zender en ontvanger kunnen elkaars binnenkant niet waarnemen.
  • Binnen- en Buitenkant:
    • Buitenkant:
      • Uiterlijk waarneembaar gedrag.
      • Woorden, stemvolume, intonatie, concreet gedrag.
    • Binnenkant:
      • Innerlijk gedrag.
      • Gedachten, gevoelens, ervaringen, verwachtingen.
      • Beïnvloedt de betekenis van de boodschap.
  • Interpretatie:
    • Ontvanger interpreteert de boodschap op zijn manier.
  • Communicatieproblemen:
    • Ontstaan doordat buitenkant niet altijd overeenkomt met binnenkant.
  • Conflicten als Win-Verlies:
    • Situaties escaleren omdat niemand wil verliezen.
  • Compromis:
    • Tussenweg die aan beiden tegemoetkomt.
    • Belangrijk om te kijken naar:
      • Standpunten.
      • Onderliggende belangen.
      • Noden.
  • Samenwerking:
    • Levert betere oplossingen.
    • Bereikt door verbindend te communiceren.
  • Geweldloze Communicatie (Rosenberg):
    • Empathie als rode draad.
  • Model Rosenberg:
    • Drie processen en vier stappen.
    • Drie Processen:
      • Jezelf empathisch uiten.
      • Empathisch naar de ander luisteren.
      • Met jezelf in contact blijven.
    • Vier Stappen:
      • Waarnemen zonder oordeel.
      • Uiting geven aan gevoelens.
      • Behoeften communiceren.
      • Verzoek of wens uitspreken.

Verbinding in Communicatie

  • Verbindend Communiceren:
    • Jezelf eerlijk uiten.
    • Luisteren met empathie.
    • Openstaan voor behoeften van anderen.
    • Verwijten niet persoonlijk nemen.
  • Vier Herstelgerichte Vragen:
    1. Wat is er gebeurd?
    2. Hoe voel je jou daarbij en hoe zou de andere zich voelen?
    3. Wat heb jij gedaan?
    4. Hoe wil je dit oplossen?
  • Actief Luisteren:
    • Boodschap volledig begrijpen.
    • Oor hebben voor inhoud en gevoelens.
    • Binnen- en buitenkant begrijpen.
  • Non-verbale Vaardigheden (Actief Luisteren):
    • Gelaatsuitdrukkingen: Mimiek aanpassen.
    • Oogcontact: Aandacht tonen, niet aanstaren.
    • Kleine Aanmoedigingen: Knikken, fronsen.
    • Lichaamshouding: Open en uitnodigend.
    • Stiltes: Ruimte geven om na te denken.
  • Verbale Vaardigheden (Actief Luisteren):
    • Vragen Stellen: Open vragen, verduidelijking vragen.
    • Samenvatten: Belangrijkste boodschap herhalen in eigen woorden, in vraagvorm.