Wondmanagement - De complete gids

DEEL 2: ACUTE WONDZORG

Chirurgische wonden
Inhoud
  1. Definitie

  2. Soorten chirurgische wonden
    1.1. Chirurgische sutuur
    1.2. Chirurgische wonde met drain
    1.3. Externe fixator
    1.4. Huidgreffe en donorsite

  3. Anamnese of actieve beoordeling chirurgische wonde

  4. Benadering chirurgische wonde op multi-/interdisciplinaire wijze

  5. Correctie van oorzakelijke en instandhoudende factoren

  6. Doelgericht denken – opstellen lokaal behandelplan

  7. Evaluatie

1. Definitie
  • Een chirurgische wonde is een wonde die ontstaan is na een chirurgische behandeling.

2. Soorten chirurgische wonden
Gesloten chirurgische wonden
  • Chirurgische sutuur

    • Gehechte chirurgische incisie van huid en subcutaan vetweefsel.

    • Wondranden zijn recht.

    • Genezing per primam.

    • Hechtingsmateriaal kan bestaan uit draadhechtingen, haakjes, of wondstrips.

    • Hechtingsmateriaal wordt verwijderd (zie PIN 8).

Open chirurgische wonden
  • Chirurgische sutuur kan open blijven.

  • Chirurgische sutuur kan openvallen door wondcomplicaties (wonddehiscentie).

  • Huidtransplantatie:

    • Huidgreffe: huid van een andere locatie wordt weggehaald en aangebracht op de wonde.

    • Donorsite: de plaats waar de huid wordt weggehaald.

2.1 Chirurgische sutuur
Keuze soort hechting afhankelijk van:
  • Aard van het weefsel.

  • Lokalisatie van de wonde.

  • Type chirurgie.

  • Grootte van de wonde.

  • Zorgvragergebonden factoren.

Draadhechtingen
  • Hechtingsdraad voor de huid, gemaakt van materialen zoals zijde, katoen, en nylon.

  • Draad kan resorbeerbaar of niet-resorbeerbaar zijn:

    • Niet-resorbeerbaar: moet na genezing worden verwijderd.

    • Resorbeerbaar: verteert door het lichaam, hoeft niet verwijderd te worden.

Hechtingstypes
  • Enkelvoudige of onderbroken hechtingen omvatten:

    • Enkelvoudige onderbroken hechting.

    • Matrassteek (horizontale en verticale matrassteek).

    • Allgöwer-punten.

  • Doorlopende of ononderbroken hechtingen omvatten:

    • Doorlopende schuine steek en knoopgatsteek.

    • Intradermische hechting (esthetische hechting).

2.1.1 Enkelvoudige of onderbroken hechtingen
  • Bovenste deel hechting is volledig uitwendig.

  • Onderste deel hechting is volledig inwendig.

  • Controleer altijd in het medisch dossier welke techniek van hechten gebruikt werd.

2.1.2 Haakhechtingen/Skin staples
Indicaties
  • Grotere incisies.

  • Na langdurige ingrepen.

  • Slechte doorbloeding van wondranden (bijv. abdominale wonden, heup en knie).

2.1.3 Wondstrips
  • Dunne, steriele kleefstroken die dwars over snijvlakken worden aangebracht.

  • Merknaam: Steristrip®.

Indicaties
  • Oppervlakkige chirurgische of traumatische wonden waarbij geen draadhechting of haakjes nodig zijn.

Voordelen
  • Pijnloos aan te brengen en te verwijderen.

  • Minimale littekenvorming; geen insteekpunten.

  • Vermindert ontstekingsreactie, geen vreemd materiaal.

Nadelen
  • Laten los als ze nat worden.

  • Kleefkracht is beperkt.

  • Moeilijker aan te brengen op behaarde huid.

2.1.4 Weefselkleefstof
  • Wondlijm: componenten verharden in contact met wondvocht.

  • Lost vanzelf op na 5 tot 10 dagen.

  • Geen hechtingsmateriaal hoeft verwijderd te worden.

  • Patiënteneducatie is cruciaal – instructies omvatten:

    • Douchen na 24 uur.

    • Bad afgeraden de eerste 10 dagen na hechting.

    • Niet krabben of trekken aan de lijm.

2.2 Chirurgische wonde met drain
Wat is een drain?
  • Een kunstmatige verbinding tussen holte (na operatie, abces, enz.) en de buitenwereld.

Doel
  • Afvoer van exsudaat, bloed, pus.

  • Voorkomen van vochtcollecties en van surinfecties.

2.2.1 Open en gesloten systemen
Open systeem
  • Drain met afloop (meestal in verband).

    • Voorbeeld: Lamel in open drainage.

Gesloten systeem
  • Drain verbonden met opvangrecipiënt of aspiratietoestel.

    • Voorbeeld: Redon.

2.2.2 Drainagesystemen
  • Sommige voorbeelden:

    • Penrose-drain, Lamel drain, Multitubulaire drain, Tubulaire drain.

  • Gesloten drainagesystemen zijn onder andere:

    • Redon drain, Blake drain, Jackson-Pratt drain.

2.2.3 Redon drain
  • Drain met aan de top één centrale opening en veel laterale openingen.

  • Gebruik voor diepe wonden; het debiet en uitzicht zijn goed controleerbaar.

2.3 Externe fixator
  • Een orthopedisch hulpmiddel voor stabilisatie van fracturen.

  • Bevat metalen pinnen, schroeven en staven.

  • Wordt door de huid in het bot geschroefd.

  • Insteekopeningen moeten regelmatig worden gecontroleerd.

2.4 Huidgreffe en donorsite
Split thickness skin graft
  • Bestaat uit epiderm en deel van het derm.

  • Donorplaats ondergaat spontane re-epithelisatie (genezing in de tijd).

  • Een mesh-graft-dermatoom kan worden gebruikt om grotere oppervlakken te bedekken.

Full thickness skin graft
  • Bestaat uit epiderm en het derm.

  • Uitgesneden met een bistouri; de donorplaats heeft geen spontane re-epithelisatie en moet chirurgisch gesloten worden.

3. Anamnese of actieve beoordeling chirurgische wonden
  • Vragen om te stellen:

    • Welke ingreep is uitgevoerd?

    • Hoe lang duurde de ingreep?

    • Wanneer kunnen hechtingen verwijderd worden?

    • Welk wondverband is gebruikt?

    • Wat zijn de instandhoudende factoren van de zorgvrager?

    • Heeft de zorgvrager allergieën (bijv. kleefpleister)?

    • Wat is de voedingsstatus van de zorgvrager?

    • Rookt de zorgvrager?

    • Wat is de vasculaire toestand bij ingreep van de onderste ledematen?

3.1 T.I.M.E.-beoordeling
Tissue
  • Grootte, lokalisatie, sluiten wondranden.

  • Normale wondheling: wondranden moeten na 24-48 uur gesloten zijn.

  • Controleer op aanwezigheid van korsten of vreemde voorwerpen (bijv. drain).

Infection
  • Infectietekens zijn zichtbaar na 5-7 dagen.

  • Roodheid als gevolg van normale ontstekingsreactie of als oorzaak van infectie.

  • Waak voor symptomen van oppervlakkige of diepe wondinfecties (toegenomen pijn, drainage van pus, etc.).

Moisture
  • Na 24-48 uur is het normaal dat er beperkte drainage is.

  • Hoeveelheid exsudaat is afhankelijk van de ingreep, meer bij totale heupprothese versus laparoscopische ingreep.

Edges
  • Controleer op stripping letsels, irritatie van de wondomgeving, ecchymose, en andere afwijkingen.

4. Benadering chirurgische wonden op multi-/interdisciplinaire wijze
  • Communicatie is cruciaal; rapporteer afwijkingen aan de chirurg.

  • Samenwerking met andere zorgverleners zoals kinesisten en diëtisten is essentieel.

5. Correctie van oorzakelijke en instandhoudende factoren
Infectie
  • Ontstekingsreacties zonder vermenigvuldiging van micro-organismen zijn normaal, maar bij postoperatieve infecties neemt de pijn, roodheid en exsudaat toe.

  • Oorzaken identificeren is belangrijk; chirurgie in geïnfecteerde gebieden of patiëntgebonden factoren zoals diabetes.

Wonddehiscentie
  • Openvallen van chirurgische sutuur; meest voorkomende oorzaak is infectie.

Serum- en hematoom
  • Seroom is een verzameling vocht; hematoom is een verzameling bloed.

  • Beide kunnen het genezingsproces belemmeren en vereisen vaak drainage.

Allergieën
  • Allergische reacties op kleefpleisters of lijm zijn mogelijk.

  • Gebruik alternatieven bij allergische reacties.

6. Doelgericht denken – opstellen lokaal behandelplan
Basisprincipes
  • Verbanden en wondverzorging direct na de ingreep; reiniging met een no-touch techniek.

  • Wondcultuur alleen bij infectietekens.

Verbandkeuze
  • Specifieke postoperatieve verbanden voor verschillende situaties, bijvoorbeeld droge aseptische verbanden, en materialen zoals Mepore®, Opsite® en Cosmopore®.

7. Evaluatie
  • Kritieke evaluatie van kortetermijndoelstellingen zoals heling, infectiepreventie en het voorkomen van letsels.

8. Zorg voor fistuliserende wonden
  • Wondpeiling en -spoeling zijn belangrijke interventies.

  • Wondpeiling helpt bij het beoordelen van diepte en richting van de fistel.

  • Wondspoeling kan oppervlakkig of diep zijn afhankelijk van de infectie.

  • Continue wondspoeling voor infectiehaarden (bijv. osteomyelitis).