4.3

  1. De oorzaken noemen van de economische bloei in de Republiek in de 17e eeuw

  • Handel: De Nederlanders hadden een groot handelsnetwerk en domineerden de wereldhandel, vooral met de VOC (Azië) en WIC (Amerika en Afrika).

  • Drie technische uitvindingen: fluitschip, houtzaagmolen, haringbuis

  • Religieuze tolerantie: Vluchtelingen (zoals hugenoten) brachten kennis, kapitaal, en vakmanschap mee (uit antwerpenen)

  1. Benoemen met welke gebieden en in welke producten de Republiek vooral handelde

Importproducten:

  • Azië: Specerijen (peper, nootmuskaat), zijde, porselein.

  • Amerika: Suiker, tabak.

  • Europa; hout, zout, granen

Exportproducten:

  • Landbouw: Kaas, boter, vis (haring).

  • Industrie: Textiel, wapens, schepen.

  • Herexport: Veel geïmporteerde producten zoals specerijen en suiker werden doorverkocht aan andere landen.

  1. Uitleggen wat er nieuw was aan de VOC en de WIC als bedrijf

  • Aandelen: Mensen konden aandelen kopen en samen eigenaar zijn van het bedrijf.

  • Alleenrecht: Ze kregen van de overheid het recht om in bepaalde gebieden te handelen (VOC in Azië, WIC in Amerika en Afrika).

  • Eigen macht: Ze hadden hun eigen schepen, soldaten en forten voor handel en bescherming.

  • Groot bedrijf: Ze werden niet door één persoon geleid, maar door een bestuur (bijvoorbeeld de Heren XVII bij de VOC).

  1. Uitleggen hoe Europese landen hun handelsactiviteiten in de wereld organiseerden

    Grote bedrijven: Ze richtten handelsbedrijven op, zoals de VOC (Nederland) en East India Company (Engeland).

    Kolonies: Ze stichtten kolonies in andere delen van de wereld om grondstoffen te halen en producten te maken.

    Forten en havens: Ze bouwden forten en handelsposten om hun handel te beschermen.

    Handelsroutes: Ze gebruikten vaste routes, zoals de driehoekshandel (Europa, Afrika, Amerika), om slaven, grondstoffen en producten te verhandelen.