AK - 1.6

Begrippen:

Buitendijkse kant = Gebied buiten de dijk dat niet beschermd wordt tegen water

Droogmakerij = Polder in een drooggemalen meer

Gemaal = Pomp waarmee polders worden drooggepompt

Polder = Stuk land, omgeven door dijken, waar de waterstand geregeld kan worden

Ringvaart = Kanaal rondom een polder, bedoeld om het overtollige water af te voeren

Terp = Door de mens afgeworpen heuvel als bescherming tegen overstromingen

Leerdoelen:

Ik begrijp op welke manier de landschappen in Laag-Nederland zijn ontstaan

Ik weet welke maatregelen zijn genomen om gebieden tegen het water te beschermen

Ik kan op een topografische kaart en op foto's landschapskenmerken van Laag-Nederland herkennen