Kennis van de treinbestuurder
1 Opleiding van de Kandidaat-Treinbestuurder
1.1 Fundamentele Opleiding
De fundamentele opleiding van een treinbestuurder wordt gereguleerd door de SOP (Standard Operating Procedure) "Organisatie en verloop van de summatieve evaluaties en examens gedurende de algemene en specifieke opleidingen voor treinbestuurders" en het bijbehorende leerplan. De treinbestuurder vervult een veiligheidsfunctie die specifieke vaardigheden en bekwaamheden vereist.
Aanwervingsvoorwaarden
Alvorens men wordt aangesteld als kandidaat-treinbestuurder of kandidaat-bestuurder rangeringen, moet men:
- Positief geëvalueerd zijn tijdens een aanwervingsgesprek.
- Slagen voor psychotechnische proeven.
- Medisch geschikt bevonden zijn.
Fasen van de Opleiding
De fundamentele opleiding is gefaseerd opgebouwd:
- Algemene opleiding: Duurt dagen en is gericht op het behalen van de vergunning van treinbestuurder.
- Specifieke opleiding: Heeft een variabele duur en is gericht op het behalen van het aanvullend bevoegdheidsbewijs.
Theorievakken in de Specifieke Opleiding
De volgende domeinen komen aan bod:
- Seinen en verkeer.
- Lijnkennis en infrastructuur.
- Veiligheid (zowel arbeids- als exploitatieveiligheid).
- Communicatie (moedertaal en indien nodig Frans).
- Werkorganisatie.
- Kwaliteiten en attitudes.
- Remmechanismen.
- Rollend materieel.
Gebruikte Leermiddelen en Methodieken
Het opleidingscentrum B-TO.2 maakt gebruik van:
- Hoorcolleges op basis van de ELAN-cursus.
- Oefeningen op de Simpact-simulator.
- Oefeningen op de "Full Scale HLE13"-simulator.
- Praktische oefeningen geleid door een lesgever.
- Praktijkritten onder toezicht van een monitor.
Elke fase wordt afgesloten met een verplicht examen. De opleiding mondt uit in een certificatie (eindproef), waarbij de kandidaat zowel praktisch als theoretisch getoetst wordt op alle vaardigheden.
1.2 Rol en Houding van de Kandidaat
De kandidaat krijgt de kans zich binnen een vaste tijdspanne te ontwikkelen. Er wordt een positieve, leergierige houding verwacht. Presentaties (ELAN) zijn beschikbaar via de eDrive-app.
Praktijkvoorschriften:
- Werkt onder gezag van een toegewezen monitor.
- Moet kennis direct omzetten in praktijk (bijv. invullen van volgfiches zoals M355 of M510e/M510).
- Medewerking verlenen bij elk voorval.
- De praktijkgids moet zorgvuldig aangevuld en bewaard worden. Deze moet op elke proef aan de juryvoorzitter worden overhandigd.
- Bij niet-slagen moeten alle NMBS-onderrichtingen en materiaal worden ingeleverd.
- Klachten over een gebrekkige medewerking van de monitor moeten direct gemeld worden aan de klastitularis.
1.3 De Monitor
De monitor begeleidt de kandidaat bij praktische vaardigheden zoals:
- Dienstaanvang.
- Klaarmaken van het krachtvoertuig.
- Rem- en werkingsproeven.
- (Economisch) besturen en depanneren.
- Administratie (logboek, M510e/M510).
De monitor behoudt altijd de controle en moet tijdig kunnen ingrijpen (bijv. tractie onderbreken of remming bevelen). Hij vult wekelijks minstens één beoordelingsfiche in. Ernstige inbreuken (gevaarlijk rijgedrag, gebrek aan discipline) moeten direct aan het toezichtspersoneel instructie-tractie en de klasbegeleider gemeld worden.
2 Verwerving en Behoud van Specifieke Vakkennis
2.1 Algemeenheden
Het behoud van vakkennis wordt gereguleerd door berichten zoals "Behoud van de specifieke vakkennis" en "Verwerving en examinering van de professionele taalkennis". De treinbestuurder is mede-verantwoordelijk voor zijn eigen kennisniveau, ondersteund door werkgeversopleidingen.
2.2 Medische en Psychologische Controles
- Jaarlijks: Medische controle.
- Om de 3 jaar: Uitgebreider medisch onderzoek (jaarlijks vanaf de leeftijd van jaar).
- Om de 10 jaar: Psychotechnische proeven (reactievermogen en psychologische geschiktheid).
Bij twijfel of ongeschiktheid moet de permanentie besturing onmiddellijk op de hoogte worden gebracht.
2.3 Begeleiding en Permanente Opleiding
- Begeleiding: Minimaal keer per jaar door toezichtspersoneel instructie-tractie.
- Permanente opleiding: Elk semester verplicht. Inhoud omvat arbeidsveiligheid, reglementering, taalkennis en rollend materieel.
2.4 Periodiek Bilan
Jaarlijks organiseert de Instructor Team Lead Driver een bilan voor elke treinbestuurder.
- Basis: Gegevens uit e-Questions, analyse van registreerbanden en gedragsevolutie.
- Duur: Onderhoud van maximaal minuten.
- Gevolg: Bij een gunstig resultaat kan het bevoegdheidsbewijs hernieuwd worden. Bij een onvoldoende resultaat volgt een examen specifieke vakkennis (art. 2.7) en mag de bestuurder geen veiligheidskritieke taken uitvoeren.
2.5 Examens Specifieke Vakkennis en Uitbreiding
Uitbreiding van Vakkennis
Bij uitbreiding naar nieuwe infrastructuur, materieel, categorieën of taalkennis volgt een bijkomend examen (theoretisch en vaak praktisch).
Examen Specifieke Vakkennis (Art. 2.7)
Dit examen wordt afgenomen indien:
- Het periodiek bilan niet voldoet.
- Theoretische monitoring onvoldoende is.
- Het besturen meer dan maanden onderbroken is.
- Er zware fouten zijn begaan.
- Kennis tijdens begeleiding ondermaats bleek.
Het gedeelte over regelgeving mag op verzoek via een simulator-oefening (ca. uur) worden afgelegd.
2.6 Professionele Taalkennis
Sinds is het vereiste taalkennisniveau vastgelegd op B1. Controles vinden plaats:
- Na de fundamentele opleiding.
- Bij uitbreiding van vakkennis.
- In het jaar van hernieuwing van het aanvullend bevoegdheidsbewijs (min. maanden voor vervaldatum).
- Indien men meer dan een jaar niet op Franstalige lijnen heeft gereden.
- Op aanvraag van de omkadering bij fouten.
Het examen gebruikt standaardvragen (HLT VII.A.1 en A.3) gevalideerd door DVIS. Fiches met communicatieprocedures mogen tijdens het examen geraadpleegd worden.
3 Vergunning en Aanvullend Bevoegdheidsbewijs
3.1 Algemene Kenmerken
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee documenten:
Vergunning van Treinbestuurder (Licentie):
- Geldig in de hele EU.
- Bewijs van algemene opleiding en examen.
- Geldigheid: jaar.
- Persoonlijk bezit van de bestuurder.
- Voorwaarde: Gunstige medische en psychologische onderzoeken.
Aanvullend Bevoegdheidsbewijs:
- Uitgereikt door de werkgever (IG - Inschrijvingsgerechtigde).
- Geldigheid: jaar.
- Eigendom van de IG (bij vertrek krijgt de bestuurder een bewijs van gegevens).
- Er is een apart bewijs nodig per spoorwegnet (bijv. Infrabel, ProRail) en per IG (bijv. NMBS en THI-Factory).
3.2 Rubrieken op de Documenten
Vergunning (Voorzijde en Keerzijde)
- Voorzijde: Hologram, personalia (1-3), data (4a-4b), afleverende instantie (4c), ID (4d), nummer (5), foto (6) en handtekening (7).
- Keerzijde: Adres (8), moedertaal (9a.1), kaartnummer (9a.2) en medische beperkingen (9b: vakje 1 voor bril/lenzen, vakje 2 voor hoorapparaat).
Aanvullend Bevoegdheidsbewijs (Inhoud)
- Rubriek 3 (Categorieën):
- A1: Rangeerlocomotieven.
- A4: Andere locomotieven voor rangeringen.
- B1: Personenvervoer.
- B2: Goederenvervoer (beperkt tot NL-net voor ledig materieel tussen werkplaatsen).
- Rubriek 4 (Extra info): Certificaten voor TVM, ETCS (Niveau 1/2, LAT, LS, SMB), hersporingstreinen, afvoeren van PBA/PBKA of E300/E320 in nood en testritten op buiten dienst gestelde lijnen.
- Rubriek 5 (Talen): Codes F (Frans), N (Nederlands), E (Engels), D (Duits). Moedertaal wordt doorgaans niet vermeld.
- Rubriek 7 (Materieel) en Rubriek 8 (Infrastructuur): Bevatten data van geldigheid, beschrijvingen en specifieke aantekeningen (bijv. "enkel bescherming" of "één rijrichting").
3.3 Geldigheid en Controles
Documenten zijn geldig als de datum niet verstreken is en de uitgevoerde taken overeenstemmen met de aanduidingen. Wijzigingen in het dragen van bril of hoorapparatuur moeten via een P1103 gemeld worden.
Verlies of diefstal:
- Verlies: Formulier D233 opstellen.
- Diefstal: Proces-verbaal van de politie. In afwachting van een duplicaat mag de bestuurder doorrijden.
Bevoegde controle-instanties:
- Omkadering TB.
- Gemachtigd personeel van de IB (Infrastructuurbeheerder).
- Veiligheidsinstantie van de federale overheid (DVIS).
- Onderzoeksorgaan Spoorwegongevallen en -incidenten.
- Politionele macht.
Controles kunnen leiden tot inbeslagname van documenten of controle van boorduitrusting. Bij vaststellingen door DVIS (Bijlage III) moet de bestuurder tekenen, een afschrift bewaren en de permanentie inlichten.
3.4 Onderbreking van Veiligheidskritieke Taken
Taken kunnen onderbroken worden bij risico's voor het verkeer (bijv. alcoholgehalte \geq 0,2\,\text{\textperthousand}) of twijfel aan bekwaamheid. Dit kan gebeuren door de IB, de FI, de werkgever (SO) of DVIS. Opheffing gebeurt na besluit door de werkgever of instantie, vaak na begeleiding of aanvullende opleiding.
4 Kennis van de Infrastructuur
4.1 Lijnkennis
Lijnkennis omvat de kennis van alle hoofd- en wijksporen, stopplaatsen, wisselstraten naar hoofdsporen, rangeersporen, afwijkingsreiswegen en bijzondere reglementeringen (informatiefiches). Afwijkingsreiswegen zijn qua kennisniveau gelijkgesteld met reguliere lijnen.
4.2 Lijnstudie-proces
Het programma wordt opgesteld door de Manager Drivers en verloopt in twee fasen:
- Fase 1 (Theorie): Bestuderen van netkaarten, SPAD-Hotspots (via eDrive app), SSP (Signalisatie- en Snelheidsprofielen) en het aanvullen van lijnfiches met specifieke km-indelingen (), gevaarlijke seinopstellingen en korte secties.
- Fase 2 (Praktijk/Visueel): Exploratie op het terrein, lijnfilm of presentatie om refertesnelheden en zones met verminderde snelheid te leren.
Bij rangeerbewegingen moet contact opgenomen worden met de lokale installatiebeheerder over lokale bijzonderheden.
4.3 Evaluatie en Behoud van Lijnkennis
- Evaluatie: Door toezichtspersoneel. Minimale score zonder zware veiligheidsfouten. Lijnfiches mogen gebruikt worden.
- Behoud: De kennis vervalt als men een lijn 10 maanden niet heeft bereden (melden op M510e).
- Hernieuwing: Binnen de 12 maanden moet men de lijn berijden (zelf of memorisatie). Na 12 maanden is een nieuwe evaluatie verplicht.
5 Kennis van het Rollend Materieel (RM)
5.1 Categorisering van RM
- Krachtvoertuigen:
- HL (Locomotieven): HLE (elektrisch), HLD/HLR (diesel).
- Motorvoertuigen: HST (Hogesnelheid), MR (Elektrische motorrijtuigen), MW (Dieselmotorwagens).
- HVR(m): Stuurrijtuigen van een trekduwstel (TD).
- Onderhoudsvoertuigen, tractors, draisines.
- Gesleept materieel: Rijtuigen en wagens.
5.2 Materieelopleiding en Evaluatie
Er zijn twee types opleiding:
- Volledige opleiding: Besturen, werking en depanneren.
- Bescherming van RM: Enkel maatregelen tegen vorst en sneeuw voor gestationeerd materieel.
Evaluatie: Minimale score . Bij zware fouten volgt een aangepaste opleiding.
Behoud: Kennis vervalt na 10 maanden niet-gebruik. Indien behoud gewenst is, moet binnen 2 maanden een volledige klaarmaking en rit plaatsvinden. Anders wordt de kennis gedegradeerd naar "Enkel bescherming" of verwijderd.
6 Bijkomende Voorschriften
6.1 Loodsing
Loodsing is verplicht wanneer de bestuurder niet over het juiste aanvullend bevoegdheidsbewijs of de vereiste lijnkennis beschikt. De loods moet een geldig bevoegdheidsbewijs en de nodige taalkennis hebben.
Verantwoordelijkheden bij loodsing:
- Geloodste bestuurder: Meldt maximumsnelheid en rempercentage aan de loods. Blijft verantwoordelijk voor de rembediening.
- De Loods: Bepaalt de maximumsnelheid, moet weten hoe het konvooi te stoppen/immobiliseren, en is verantwoordelijk voor de naleving van seinen en verkeersregels.
6.2 Werkschema's: Reeksen en Vlottend Kader
Treinbestuurders worden ingedeeld in Reeksen voor lange termijnplanning.
- Rooster: Kolommen R1 t.e.m. R7 (maandag-zondag). Cellen bevatten prestaties of vrije dagen (RW: rust, CW: compensatie, A/O: overgang).
- Wisseling: Kan dagelijks (volgende rij elke dag) of wekelijks (volgende rij elke week) zijn.
- Buiten reeks / Vlottend kader: Bestuurders zonder vaste reeks. Prestaties worden dagelijks toegewezen door het bureau diensttabel (onder andere voor vervangingen).