H3: Planning in Wallonië in de 20ste eeuw

Federaal:

  • 3 regios: Vlaams, Waals en Brussels

  • 3 communities: Vlaams, Frans en Duits

3.1 De wet van 1962

  • de Wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw ging van kracht

    • opmaak nationaal plan, streekplan en gewestplannen

3.2 Ruimtelijk beleid vanaf 1980

  • ruimtelijke ordening werd een gewestelijke bevoegdheid

  • in ‘84: de Code Wallon d’aménagement du territoire et de l’urbansime (CWATU)

    • toevoeging aspecten: participatie en decentralisatie

1991:

  • materies erfgoed en archeologie werden toegevoegd

  • CWATUP (Code Wallon d’aménagement du territoire, de l’urbansime et du patrimoine)

1997:

  • Herziening CWATUP

  • toevoeging: milieueffecten rapportage (MER)

  • mogelijkheid tot beroep

1999: SDER 1

2007:

  • CWATUPE

  • toevoeging van energie

2013: SDER 2

3.3 Meest recente wijziging, de CoDT (2017)

Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (Code du Développement territorial, CoDT)

Instrumenten CoDT:

  • “Schémas”

    • Schéma de développement du territoire (SDT)

    • Schéma de développement pluricommunal (SDP)

    • Schéma de développement communal (SDC)

    • Schéma de d’orientation local (SOL)

  • Plan de secteur

  • Guide régional d’urbanisme (GRU)

  • Guide communal d’urbanisme (GCU)

3.4 Het planningssysteem

Plan-making: wie maakt welke plannen, de situatie voor de CoDT

Onderstaand schema geeft een overzicht van het planningssysteem dat van toepassing was tot voor de CoDT.

Gewestplannen/plans de secteurs:
= gebiedsdekkende plannen waarvan de modaliteiten werden vastgelegd in de Stedenbouwwet van 1962

  • de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen is vastgelegd

  • zijn bindend

  • bepalen het toegestane grondgebruik, maar doen geen uitspraak over o.a. de inplanting, het volume, de gebruikte materialen, etc

Waalse gewestplannen:

  • herziening

  • doel herziening: het meer in overeenstemming brengen van de plannen met de doelstellingen en visies uit zowel het Contrat d’Avenir pour la Wallonie (CAW) als het Schéma de Dévelopment de l’Espace Régional (SDER)

3.4.1 Een eerste ruimtelijke visie op de regio

1999: Schéma de Dévelopment de l’Espace Régional (SDER):

  • uitspraken volledige Waalse Gewest en geeft aan welke ruimtelijke en duurzame ontwikkelingen wenselijk zijn

  • = Waalse tegenhanger van het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen (RSV)

Uitdagingen:

  • de economische competitiviteit

  • duurzame ontwikkeling

  • Integratie binnen Europa en geostrategische ligging

  • suburbanisatie van de steden

  • reconversie van oude industrie

  • ruimte voor landbouw binnen Europese regels

  • toenemende automobiliteit

  • nood aan betrekken van burgers.

3 delen:

  • Een beschrijving van de actuele context (socio-economisch, natuur, mobiliteit,...) en de uitdagingen;

  • De doelstellingen en een ruimtelijke visie;

  • Maatregelen die de vastgelegde objectieven kunnen realiseren.

Doelstellingen:

  • Structuur brengen in de Waalse Ruimte:

    • consensus over de gewenste ruimtelijke ontwikkeling tussen verschillende actoren

    • Relatie met bestemmingsplannen

  • Integreren van supra-regionale dimensie in de ruimtelijke ontwikkeling: deelname in grensoverschrijdende samenwerking

  • Stimuleren van transversale samenwerking rond ruimtelijke projecten

    • Van sectoraal naar integraal

  • Tegemoet komen aan basisbehoeften van bevolking

  • Bijdragen aan economische groei → uitbouw van economische infrastructuur

  • Verbeteren van de bereikbaarheid en de mobiliteit

  • Erfgoed en natuurlijke hulpbronnen beschermen

  • Sensibilisatie en responsabilisering van de actoren

De keuze voor ruimtelijke structuren is sterk gelinkt aan het European Spatial Development Perspective (ESDP).

Twee hoofdconcepten

  • Stedelijke regio’s

    • Bovenlokale samenwerkingsgebieden;

    • De steden met elk hun eigen rol;

    • Een samenwerking tussen de steden en het platteland.

  • Eurocorridors

    • Grote verbindingsassen in Europa

De drie kerndoelstelling van het ESDP (European Spatial Development Perspective, 1999) zijn:

  • Creëren van een polycentrisch stedelijk netwerk;

  • Gelijke toegang tot infrastructuur en kennis;

  • Duurzame ontwikkeling en bescherming van natuurlijk en cultureel erfgoed.

Concepten:

  1. Stedelijke netwerken (Aire de coopérations transrégionales)

  2. Ontwikkelingspolen

    • Primaire steunpolen (Pôles majeurs)

      • Luik, Charleroi, Bergen en Namen

      • Moeten zelf plannen uitwerken (gemeentelijke of intergemeentelijke structuurplannen)

    • Secundaire steunpolen (Pôles)

      • Differentiatie mbt ontwikkeling

      • Eigen specifieke problemen → gemeentelijke aanpak

    • Rurale Steunpolen (Pôles d’appui en milieu rural)

    • Grensoverschrijdende steunpolen (Pôles d’appui tranfrontaliers)

    • Toeristische steunpolen (Pôles d’appui sur le plan touristique)

  3. Eurocorridors

    • Trimodale/bimodale ontsluiting

    • Mogelijkheden voor ontwikkelingen in Ankerpunten (points d’ancrage) = selectieve ontwikkeling

  4. Transportassen

    • Unimodale ontsluiting

    • Mogelijkheden voor ontwikkelingen in Ankerpunten (points d’ancrage) = selectieve ontwikkeling

  5. assen met knooppunten

    • Stations, platformen, havens, luchthavens

  6. Landbouwstreken (régions agro- géographiques)

    • Versteken van landbouwfunctie

    • Beperkten van stedelijke groei

    Stimuleren van regionale samenwerking rond projecten met bovenstaande doelstellingen

SDER 1:

kritiek: te vaag en te weinig operationeel

Nieuw voorstel: 4 pijlers:

  • inspelen op woonnoden;

  • Inzetten op een sterke economie en het creëren van werkgelegenheid;

  • Een betere ruimtelijke ontwikkeling van de regio;

  • Beschermen van erfgoed.

Ruimtelijk wordt ingezet op 3 grote structurerende elementen:

  • Polen met een verschillende hiërarchie;

  • Gebieden (aires), zijnde bassins de vie, landelijke gebieden en stedelijke gebieden;

  • Netwerken (spoor, water, lucht, auto, fiets, …).

3.4.2 Ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau

In Wallonië geen ruimtelijk plan op provinciale schaal.
Gemeentelijk niveau: Schéma du Structure Communal (SSC) (1989):

  • decreet inzake decentralisatie en participatie

  • doel = het ruimtelijk beleid op lokale schaal vorm te geven

  • indicatief

  • het document dat het gemeentelijk ruimtelijk beleid vorm geeft, evolueert, beheert en programmeert

De inhoud van het SSC mag niet strijdig zijn met de bepalingen uit de gewestplannen en het SDER. Het SSC vormt daarmee de tegenhanger van de Vlaamse gemeentelijke structuurplannen.

Plan Communal d’Aménagement (PCA)
= meer gedetailleerd dan SSC.

Dit plan kan vergeleken worden met de bijzondere plannen van aanleg of de latere Vlaamse ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs)

= verordenend en vervangt de bepalingen van het Plan de Secteur.

De Waalse betonstop

Het grondgebruik verminderen Het gebruik van niet-geartificialiseerde terreinen tegen 2030 terugbrengen tot 6 km²/jaar, zijnde de helft van de oppervlakte die momenteel wordt gebruikt, en tegen 2050 streven naar 0 km²/jaar. Deze maatregel moet gepaard gaat met meer bepaald een mechanisme waarmee een inrichtingsproject gecompenseerd kan worden dat tot gevolg heeft dat niet-geartificialiseerde terreinen verbruikt worden door een desartificialisatie van al geartificialiseerde terreinen.

3.5 Plan-making: wie maakt welke plannen, de situatie na de CoDT

CoDT (2017) is een nieuw planningssysteem.

CoDT (code du developpement territorial) → Nieuwe wet die de CWATUPE vervangt

Krachtlijnen:

  • Kortere beslissingstermijnen bij planning en vergunningen

  • Deregulering: minder regels, meer indicatieve plannen

  • Meer rechtszekerheid en voorspelbaarheid van beslissingen

  • Slechts één bindend bestemmingsplan: het gewestplan

  • Procedures van herzieningen van gewestplan versoepelen

  • Indicatieve richtschema’s op gewestelijk en gemeentelijk vlak

  • Bundelen van verordeningen in een “guide d’urbanisme” op gewestelijk en gemeentelijk vlak

  • Nieuwe instrumenten: stedelijke perimeter, vrijstelling van verkavelingsvergunning (permis d’urbanisation) onder 3 loten, speciale bestemmingszones (ZeC/EC, SAR)

  • Nieuwe participatiemogelijkheden: aankondigingen van een project

Het nieuwe systeem bestaat uit 1 plan (het Plan de Secteur), 4 schémas en 2 guides.

Schaal niveau’s: regional, gemeentelijk en intergemeentelijk

Een belangrijk aspect van de wijzigingen is de omschakeling van een aantal verordenende planningsinstrumenten onder de CWATUPE naar meer indicatieve plannen.

Plan de Secteur (gewest)

Enige met verordenende kracht.

  • = Bestemmingsplan voor het hele gewest (gewestplannen)

    • Zones voor verstedelijking

    • Zones niet voor verstedelijking

  • Wijzigen = bevoegdheid van Waalse gewest

  • Compensatiemaatregelen

    • Bijkomend rood betekent schrappen van rood ergens anders!

    • Versoepeld in de CoDT

Schéma de Développement du Territoire (SDT) (regionaal)
→ vervangt SDR
4 grote thema’s:

  • Zich positioneren en organiseren (zowel binnen een Europees netwerk als regionaal);

  • Anticiperen en muteren;

  • Bedienen en in evenwicht brengen;

  • Beschermen en opwaarderen.

Schéma de Développement Pluricommunal (SDP) (intergemeentelijk niveau)

= aangrenzende gemeenten samen een plan opmaken en aldus de bovenlokale ruimtelijke strategie vorm geven.

Schéma de Développement Communal (SDC) en Schéma d’Orientation Local (SOL) (gemeentelijk)

SDC = bepaalt de ruimtelijke doelstellingen en strategie voor de volledige gemeente

  • Gemeentelijk strategisch plan bestaande uit

    • Aan analyse van de context

    • Een territoriale strategie

      • Doelstellingen

      • Implementatie van doelstellingen in instrumenten

      • Ruimtelijke weergave van de ruimtelijke structuur

  • Kan voorstellen doen om het plan de secteur te wijzingen

  • Ook mogelijk om met meerdere gemeenten op te stellen

SOL = zoomt in op delen van de gemeente

  • analyse van de context

  • doelstellingen op vlak van ruimtelijk beleid

  • richtinggevende kaart: kaart met voorschriften

Evolutie naar meer indicatieve en hybride instrumenten:

  • Guide Régional d’Urbanisme (GRU) (regionaal)

  • Guides Communaux d’Urbanisme (GCU) (gemeentelijk)

  • Vertaalt visies op lokaal en regionaal vlak naar het vergunningenbeleid (vergelijkbaar met verordeningen)

  • kan richtlijnen bevatten over

    • Aanplantingen

    • Gabariet

    • Dakhellingen en materialen

  • Is richtinggevend, maar afwijkingen moeten streng
    gemotiveerd worden

3.5.1 Stedenbouwkundige vergunningen & afwijkingen t.o.v. het planningsinstrumentarium

  • Vergunningsplicht

    • Bouwen, verbouwen, wijzigen en afbreken

    • Functiewijziging

    • Vellen van bomen

    • Opslag van materialen

    • Verkavelen van gronden (permis de lotir → vervangen door permis d’urbanisme)

  • Bevoegdheden

    • College van burgemeester en schepenen

    • Gewestelijke ambtenaar (Fonctionnaire Délégué)

  • Afwijkingen

    • Derogation (tov bindende plannen, wanneer verordend)

    • Écarts (tov richtlijnen, wanneer niet verordenend)