Grammatica en Vertalen in Latijn

  • Algemeen advies voor studenten:

    • Verlies niet de moed bij moeilijke vakken.
    • Kijk vooral naar verschillende interessante vakken.
  • Onderwerpen in grammatica:

    • Gerundium versus Gerundieven:
    • Gerundium: zelfstandige vorm van het werkwoord.
    • Gerundieven: bijvoeglijke vorm van het werkwoord.
    • Voorbeeld:
    • "Het gerundium van 'admiri' is 'admiratione'."
    • Bijvoeglijk voorbeeld: "de bewonderenswaardige moed" (Gerundieven) versus "het bewonderen" (Gerundium).
  • Werkwoordsvormen:

    • Gerundium: verbeterde zelfstandige vorm.
    • Gerundieven: verbindt zich met bijvoeglijke naamwoorden.
  • Voorbeelden op het bord:

    • Iter fakiendum est: "Een reis moet gemaakt worden."
    • Nox est perpetua: "Een eeuwige nacht moet geslapen worden."
  • Dativus Auctorisch:

    • Dit is de vorm die gebruikt wordt voor de dader in passieve zinnen.
    • Voorbeeld: "Iter a me fakiendum est".
  • Belangrijke aantekeningen:

    • Gerundium kan ook betekenis hebben gebaseerd op het hoofdwoord: "Het schrijven van de brief" (bijvoeglijke bepaling).
    • Er zijn vier vormen van het herinnering: accusativus, genitivus, dativus.
  • Gebruik van Gerundieven:

    • Predicatief gebruik: linkt aan een woord in de zin, komt zelden voor in teksten van Caesar.
    • Dominant gebruik: bijvoeglijke vorm wordt hoofdwoord in vertaling.
  • Vertalen van authentieke teksten:

    • Proces voor leerlingen:
    • In de bovenbouw vijftig pagina's lezen.
    • 25 regels proza = 1 bladzijde; 30 regels poëzie = 1 bladzijde.
  • Vertaaltempo:

    • Tot de zomervakantie: 15 regels proza en 18 regels poëzie per week.