Studiegids Frans 53 - Definitief Overzicht Examen Juni 2026
Défi 2: Bonnes fêtes! – Feestdagen en Marketing
Mission 3: Noël, le Nouvel An, la Saint-Valentin,… le commerce se frotte les mains!
3.2. Les stratégies de marketing (p. 135): Hoewel dit specifiek gedeelte niet in de klas is behandeld, dient het als zelfstudie/oefening om de relevante woordenschat onder de knie te krijgen.
Tekstanalyse (p. 135 - 138): Studenten moeten in staat zijn om relevante informatie uit Franse teksten te halen, zoals wie, wat, waar en wanneer.
Échange ou remboursement d’un cadeau (p. 142 - 143): Men moet weten wat de regels en procedures zijn voor het ruilen of terugbetalen van geschenken.
Woordenschat Toepassing (p. 144, p. 148 - 153): Het is essentieel om alle woorden uit dit thema te kunnen toepassen in nieuwe, betekenisvolle zinnen die aantonen dat het begrip volledig is.
Structuren (p. 155): Beheersing en toepassing van de specifieke grammaticale structuren behorend bij Defi 2.
Défi 3: Relever des défis pour une meilleure vie – Persoonlijke Uitdagingen
Mission 1: On participe? (p. 159)
1.1. À la découverte des bonnes résolutions (p. 160): Het kunnen formuleren en aangeven van persoonlijke goede voornemens.
1.2. Il faut que j’en prenne (Le Subjonctif) (p. 161 - 169):
Correcte vorming van de Subjonctif Présent.
Kennis van de specifieke gebruikssituaties (wanneer de subjonctif toe te passen).
Beheersing van de onregelmatige vormen van de subjonctif.
Kennis van de voegwoorden die dwingend gevolgd worden door een subjonctif (p. 165).
Vorming en toepassing van de Subjonctif Passé (p. 171 - 172).
1.3. À la découverte des courses d’obstacles (p. 173 - 177):
Halen van relevante informatie uit teksten over hindernissenlopen.
Kunnen opnoemen van de specifieke voordelen en nadelen van een hindernissenloop.
Toepassen van strategieën om de betekenis van onbekende woorden te achterhalen.
Correct gebruik van de nieuwe woordenschat in context (p. 178 - 179).
Micro-tâche: Et si on relevait le défi (p. 180 - 181):
Zelfstandig een goed voornemen kiezen en motiveren.
Uitleggen hoe men dit heeft willen waarmaken.
Beschrijven van de ondervonden moeilijkheden.
Aangeven of de doelstelling al dan niet behaald is.
Cruciaal: Hierbij moet correct gebruik worden gemaakt van de subjonctif.
Motivatie, Sport en Emoties (Mission 2)
2.1. Voilà pourquoi! Quelle sensation (p. 182):
Het uitdrukken van emoties en gevoelens die men ervaart tijdens sporten, andere activiteiten of examens.
Informatieverwerking (audio en video) (p. 183): Selecteren van relevante details uit gesproken Franse boodschappen.
Informatieverwerking (tekst) (p. 184 - 190): Hoewel delen niet in de klas zijn gedaan, dienen deze als oefening.
Onderbouwen van de gezonde aspecten van sport: Zelf redenen kunnen aanvoeren waarom sporten bevorderlijk is voor de gezondheid (p. 185).
2.3. Vainquons les obstacles (p. 190):
Correcte vervoeging van het onregelmatige werkwoord vaincre.
2.4. En y donnant du sens, je veux bien vaincre des obstacles! Le gérondif (p. 193 - 198):
Weten wanneer de gérondif gebruikt moet worden.
Weten hoe de gérondif gevormd wordt.
De juiste plaatsing van de gérondif binnen de zin.
Correcte toepassing in oefeningen.
Maatschappelijke Betrokkenheid en Inclusie (Mission 3)
Micro-tâche: Et si on s’engageait pour d’autres bonnes causes? (p. 199):
Kunnen aangeven waarom men kiest voor een specifiek goed doel en hiervoor overtuigende argumenten aandragen.
3.1. Oui, pour une société plus inclusive (p. 201 - 203):
Informatieselectie uit geschreven teksten.
Terminologie: Het correct in het Frans kunnen uitleggen van de begrippen:
Exclusion (uitsluiting)
Ségrégation (segregatie)
Intégration (integratie)
Inclusion (inclusie)
Het formuleren van een persoonlijke mening over een inclusieve maatschappij.
3.2. Une école inclusive (p. 205):
Begrijpen van gesproken boodschappen via audio en video (p. 203 - 204).
Inzetten van de juiste luisterstrategieën.
Micro-tâche: Notre école où tous les élèves se sentent comme chez eux (p. 207): Voorstellen van concrete acties die de eigen school kan ondernemen om inclusiever te worden.
Woordenschat: Toepassing van de vocabulaire over dit thema (p. 209 - 215).
Défi 4: Devenir consom’acteur – Bewuste Consumptie
Grammatica: Le pronom relatif (p. 259 - 269):
Correct gebruik van enkelvoudige betrekkelijke voornaamwoorden: qui, que, dont, où.
Correct gebruik van samengestelde betrekkelijke voornaamwoorden: ce qui, ce que, ce dont.
Les liens logiques (p. 277 - 287):
Beheersing van logische verbindingswoorden om tekststructuur aan te brengen.
Oefeningen maken op paginas 284 tot 287.
Woordenschat en Structuren (p. 289 - 295):
Toepassen van de nieuwe vocabulaire en structuren in zinnen.
Défi 5: Un pas vers l’inconnu – Ervaringen in het Buitenland
Mission 1: Une expérience "ado" (p. 299):
1.1. Études à l’étranger (États-Unis) (p. 300 - 305): Informatie selecteren uit teksten over studeren in Amerika met gebruik van lees- en luisterstrategieën. Woordenschat kunnen toepassen.
1.2. Devenir frère/soeur d’accueil (p. 306 - 308): Begrijpen van teksten over het worden van een gastgezin.
1.3. L’auberge espagnole (p. 309 - 310):
Uitdrukken van positieve en negatieve gevoelens.
Correct gebruik van de subjonctif bij het uiten van deze gevoelens.
1.4. Le verbe accueillir (p. 313): Correcte vervoeging van het werkwoord accueillir (verwelkomen/ontvangen).
Vocabulaire en Structuren (p. 348 - 357): Algemene afronding van de woordenschat en structuren van Défi 5.
La Francophonie
Het kunnen analyseren en benoemen van verschillen en overeenkomsten tussen de eigen cultuur/maatschappij en een specifiek besproken Franstalig land.
Aspecten ter vergelijking:
Taal en communicatiestijlen.
Sociale omgang en religie.
Voedselgewoonten en kleding.
Feesten en tradities.
Richtlijnen voor het Studeren
Woordenschat: Gebruik de lijsten op Quizlet. De link naar de klas staat op Canvas onder de module "Sources".
Grammatica: Bestudeer de regels, maar focus op de toepassing. Er worden geen theoretische definities gevraagd, enkel het correcte gebruik in zinnen.
Bouwstenen-metafoor: Zie een taal als het bouwen van een huis. Woordenschat en grammatica zijn de benodigde steentjes. Zonder deze bouwstenen kun je geen correcte zinnen formuleren of jezelf goed uitdrukken.
Vaardigheden in de derde graad: De focus ligt op aantonen dat je een tekst begrijpt en daarover zelfstandig kunt schrijven met de juiste grammatica en woorden.
Extra Tips: Luister regelmatig naar het Franse journaal of kijk Franse series om luistervaardigheden en woordenschat op een natuurlijke manier te verbeteren.
Benodigdheden Examen: Schrijfgerief.