Relaties en Seksualiteit - Vriendschap en Milieu

Relaties en Seksualiteit

Vriendschap en Milieu

Relaties

  • Relatie: Een verbinding met anderen.
  • Informele relaties (sociaal/emotioneel):
    • Familie (gezin):
      • Kies je niet zelf.
      • Bloedband (genetisch).
    • Vriendschap:
      • Zelf gekozen (soms verkeerd).
      • Verbonden door gedeelde interesses.
  • Formele relaties (functioneel):
    • School, werk, sport etc.

Socialisatie

  • Sociale wezens: Opgroeien en samenleven door soortgenoten na te doen.
    • Bij geboorte dus nog geen mens!
  • Solitaire dieren?
  • Ouders <12
  • Vrienden >12

Opdrachten bij Paragraaf 1

  1. Hoe is jouw gezin opgebouwd? Hoeveel zussen en broers heb je?
  2. Waarin lijk je op jouw gezinsleden? Uiterlijk en innerlijk?
  3. Is jouw contact met familie buiten jouw gezin vooral formeel of informeel? Leg uit.
  4. Wat leren wij als kind als eerste van onze ouders? Noem tenminste 5 dingen.
  5. Leg in eigen woorden uit wat het begrip socialisatie betekent.
  6. Wat heeft opvoeding met socialisatie te maken?
  7. Wat heeft vriendschap met socialisatie te maken?
  8. a. Wat maakt iemand een goede vriend voor jou?
    b. Met welke mensen zal je niet snel bevriend raken? Vooral gedrag benoemen.
  9. Wij mensen zijn sociale dieren. Sommige diersoorten zijn solitair. Leg uit hoe zij leven en opgroeien.
  10. Noem 2 voorbeelden sociale diersoorten en 2 voorbeelden van solitaire diersoorten.
  11. Met welke mensen heb jij functioneel contact? Geef 5 voorbeelden.
  12. Vind je dat je veel vrienden hebt, of juist (te) weinig? En ben je hier tevreden mee? Probeer goed uit te leggen waarom je dat vindt.
  13. Er zijn vele soorten relaties (contacten). Sommige relaties gaan heel diep, anderen blijven wat oppervlakkiger. Maak eens een spinnenweb en plaats je zelf daar binnen. Zet in het spinnenweb al je contacten, op de juiste afstand tot jou. Dus dichtbij jou staan degenen die het meest voor jou betekenen en steeds verder staan degenen die minder betekenen. Beantwoord de volgende vragen aan de hand van het spinnenweb:
  14. Waarom staan sommige vrienden dichter bij jou? (Misschien kan je hier goed antwoord op geven door na te denken wat je precies met hen doet en niet met andere vrienden.)
  15. Ben jij wel eens een vriend of vriendin kwijt geraakt? Oftewel, zijn er mensen uit jouw spinnenweb gevallen? Hoe kwam dat en hoe voelde jij je toen?