GESCH

  • De koningen probeerden hun macht uit te breiden (territoriaal en institutioneel).

  • Ze deden een beroep op ambtenaren en huurlingen, betaald met belastinggeld.

  • In de vroegmoderne tijd streefden ambitieuze koningen naar meer territorium en bestuurlijke centralisatie.

  • Hoe meer onderdanen, hoe meer belastingsinkomsten.

  • In dit politieke luik onderzoeken jullie in groepjes hoe het stond met de macht van de vorst in Frankrijk en Engeland.

1 DOORLOPER: DE NEDERLANDEN IN HET ANCIEN REGIME

1.1 HOE KWAMEN DE BOURGONDISCHE NEDERLANDEN TOT STAND?
  • Regionale bestuurders regeren vanaf de 9de eeuw steeds meer als onafhankelijke vorsten.

  • De hertogen en graven in de Nederlanden gehoorzamen alleen in theorie aan de keizer van het Duitse rijk of de Franse koning.

  • Hoe slagen de hertogen van Bourgondië er vanaf de 14de eeuw in om al die gebieden onder hun gezag te verenigen?

  • We nemen dus de staatsvorming van de Bourgondische Nederlanden onder de loep.

  • Institutionele pijler (= politieke macht) vs. Territoriale pijler (= grondbezit).

1.2 HET BESTUUR VAN DE BOURGONDISCHE HERTOGEN - Cornell-noteerstrategie
1.3 HET EINDE VAN DE BOURGONDISCHE DROOM
  • Karel de Stoute (1467-1477) volgde zijn vader op en liet de steden en gewesten nog meer in de pas lopen.

  • Zijn droom was het herstel van het oude Lotharingse Middenrijk (Verdrag van Verdun, 843) en de vestiging van een koninkrijk.

  • Karel de Stoute sneuvelde in 1477 bij het beleg van Nancy.

  • Zijn dochter, Maria van Bourgondië, werd op 20-jarige leeftijd onverwachts de wettelijke troonopvolgster, met interne en externe dreigingen.

1 PROBLEMEN

  • Intern: De troepen van de Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk, zoon van de Duitse keizer, verhinderden dat Lodewijk XI de Nederlanden kan bezetten. Nog in 1477 trad Maria van Bourgondië met hem in het huwelijk.

  • Extern: Ook in 1477 tekende Maria van Bourgondië het Groot Privilege, een document dat vaak als een soort grondwet wordt gezien.

2 OPLOSSINGEN

… voor de externe problemen met de Franse vorst:
  • De troepen van de Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk, zoon van de Duitse keizer, verhinderden dat Lodewijk XI de Nederlanden kan bezetten. Nog in 1477 trad Maria van Bourgondië met hem in het huwelijk.

… voor de interne problemen met de gewesten en steden:
  • Ook in 1477 tekende Maria van Bourgondië het Groot Privilege, een document dat vaak als een soort grondwet* wordt gezien.

  • Het Groot Privilege:

    • De bevoegdheden van rechtbanken gelegen buiten het graafschap of hertogdom worden sterk teruggedrongen.

    • Privilegiën, vrijheden en gewoonten moeten worden gerespecteerd.

    • Nieuwe instellingen worden afgeschaft.

    • De verschillende graafschappen en hertogdommen beslissen zelf over oorlog en vrede.

  • Privilege betekent ‘voorrecht’.

  • Er is sprake van decentralisatie in dit document.

  • In 1482 overleed Maria na een jachtongeval. De Nederlanden kwamen onder controle van de Habsburgers die van de Nederlanden één staat trachten te maken.

  • Het vorstelijk streven naar een absolute heerschappij (= absolutisme) druiste regelrecht in tegen het verlangen naar zelfbestuur of democratie dat vanaf de late middeleeuwen steeds groter geworden was, vooral bij stedelijke elites.

  • In de Bourgondische Nederlanden was dit streven naar vrijheid van de steden zeer groot.

  • Zo verwierven de steden al heel wat vrijheden via keuren* afgesloten met de Bourgondische hertogen.

  • Zo was Maria van Bourgondië in 1477 gedwongen om het Groot Privilege te ondertekenen waarin de rechten en vrijheden erkende van de verschillende hertogdommen en graafschappen.

  • Hierdoor werd het lokale gezag belangrijker dan het centrale gezag; er was dus sprake van een decentralisatie.

  • Toen Maria van Bourgondië stierf in 1482, kwamen de Nederlanden onder controle van de Habsburgers, via haar man Maximiliaan van Oostenrijk.

1.4 DE NEDERLANDEN, ONDERDEEL VAN HET HABSBURGSE RIJK
  • Karel V erfde tussen 1506 en 1519 een immens rijk bij elkaar.

  • Nadat zijn bezittingen waren uitgebreid met de Spaanse kolonies werd Karel, nog steeds een tiener, leider van een wereldrijk ‘waar de zon nooit onderging’.

  • De in Gent geboren Karel werd in Spanje lange tijd gewantrouwd als een buitenlander.

  • In dit wereldrijk vormden de Nederlanden nog wel een belangrijk – want economisch sterk ontwikkeld – kerngebied, maar voortaan zou het van op afstand bestuurd worden.

1.5 CENTRALISATIEPOLITIEK DOOR DE HABSBURGERS
  • Karel V erfde de Nederlandse gewesten als onderdeel van zijn wereldrijk.

  • Hij breidde zijn heerschappij over de Nederlanden nog verder uit tot de zogenaamde Zeventien Provinciën

  • Uit de Pragmatieke Sanctie, 1549:

    • Wij, Karel, bij de gratie Gods Rooms Keizer, laten weten aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen dat wij geoordeeld hebben dat het van groot belang is voor onze voornoemde landen [de Zeventien Provinciën], dat zij in de toekomst altijd onder eenzelfde vorst zouden blijven die ze in één geheel zou houden, wetend dat hun deling als gevolg van opvolgingen en erfenissen hun ondergang en ruïne zou betekenen. Afgescheurd en van elkaar gescheiden zouden zij ten prooi kunnen vallen aan buurstaten. Dat zal echter vermeden kunnen worden indien onze landen altijd in het bezit blijven van één vorst, die ze als één geheel bestuurt.

  • In 1555 deed Karel V in Brussel officieel troonsafstand, een voor die tijd uitzonderlijke daad; wellicht had dit ook te maken met de Godsdienstvrede van Augsburg, die hij als een persoonlijke nederlaag zag.

  • Zijn erfenis – en het Habsburgse huis – werd gesplitst in een Oostenrijkse en een Spaanse tak.

  • In 1556 droeg hij de Nederlandse gebieden over aan zijn zoon Filips, die ook de Spaanse koninkrijken en Franche-Comté kreeg. Zijn broer Ferdinand kreeg het bestuur over het Duitse rijk en kreeg later ook de keizerstitel.

  • Na Karels troonsafstand en de opdeling van de Habsburgse erfenis, zette zijn zoon Filips II van Spanje, het beleid van zijn vader voort in de Nederlanden.

  • Hij was een plichtsbewuste koning, maar ook een huismus en een controlefreak.

  • Vanaf 1559 verbleef hij in Spanje, waar hij vanuit Madrid alles zelf wilde beslissen. Bovendien was hij diepgelovig katholiek.

1.6 REACTIES OP HET HABSBURGSE CENTRALISATIESTREVEN
1.6.1 TEN TIJDE VAN KAREL V
  • Al ten tijde van Karel V kwamen steden en gewesten in opstand tegen de politiek van centralisatie: zij wilden hun oude voorrechten behouden.

  • Toen Karel V de belastingen wilde verhogen om zijn oorlogen te financieren, kwam zelfs zijn eigen geboortestad Gent in opstand.

  • Na Karels aftreden vergat men relatief snel de schaduwzijden van diens beleid; daarvoor zorgden de gunstige economische omstandigheden onder zijn bewind; ook werd het Bloedplakkaat niet volgens de letter van de wet toegepast.

1.6.2 TEN TIJDE VAN FILIPS II
  • Koning Filips II aan zijn halfzuster, landvoogdes Margaretha van Parma, vanuit zijn buitenverblijf op 17 oktober 1565:

    • Mevrouw, mijn goede zuster, Ik kan me niet weerhouden uiterst gevoelig te zijn voor de pamfletten die in het land ongestraft blijven circuleren, omdat er niet ingegrepen werd tegen de auteurs van die vlugschriften. Ik verwacht dat de inquisitie door de inquisiteurs uitgevoerd wordt zoals het tot nu toe gebeurd is en zoals het volgens het kerkelijke en burgerlijke recht betaamt.

  • Van bij zijn aantreden was het duidelijk dat Filips II als overtuigd rooms-katholiek geen toegevingen ging doen aan het protestantisme.

  • Deze onverzettelijke houding leidde tot sterk verzet vanuit verschillende hoeken.

  • Hoge adel

  • Lage adel

  • Kooplieden

  • Ondertussen was ook het economisch klimaat veranderd: een mislukte oogst en een gebrekkige graantoever leidden in de zomer van 1566 tot schaarste, honger, werkloosheid en onrust bij het volk.

  • Op 10 augustus 1566 leidde een calvinistische preek in het dorp Steenvoorde, in het gebied van de plattelandsnijverheid in Zuidwest-Vlaanderen, tot de gewelddadige zuivering van de nabije kloosterkerk van ‘paapse afgodenbeelden’. Die Beeldenstorm verspreidde zich vanuit Steenvoorde in twee maanden tijd tot het noorden van de Nederlanden.

  • Het nieuws over deze aantasting van de kerk schokte Filips II diep; hij besloot een troepenmacht te zenden die de orde moest herstellen in de oproerige provincies.

  • In afwachting van de komst van deze troepen, trad Margaretha van Parma zelf op en kreeg ze de toestand onder controle.

  • Toen de troepen in augustus 1567, een jaar na de Beeldenstorm, in de Nederlanden arriveerden, was de rust al maandenlang teruggekeerd; de landvoogdes had om die reden intussen gevraagd van hun komst af te zien, maar de koning had hier geen oren naar.

  • Toen de hertog van Alva tienduizend vreemde soldaten in de grote Vlaamse en Brabantse steden onderbracht, werd dit dus beschouwd als een provocatie.

  • Margaretha van Parma nam ontslag en het kwam tot een verdere polarisering: aanhangers van de twee kampen kwamen lijnrecht t.o.v. elkaar te staan.

  • Alva richtte de Raad van Beroerten op, een uitzonderingsrechtbank die alle kritische stemmen liet terechtstellen. Deze bijzondere rechtbank, die geheime processen voerde, druiste in (= ging in) tegen alle gewoonten en privileges.

  • Zo werden de de graven van Egmont en Horne gevangen genomen.

  • Willem van Oranje-Nassau vluchtte zoals duizenden anderen weg uit de Nederlanden; hij had geen vertrouwen meer in de vorst en weigerde zijn eed van trouw te vernieuwen.

1.7 HOE VERLIEP DE MACHTSSTRIJD?
  • De opstandelingen aanvaardden de gematigde Willem van Oranje-Nassau als leider van de opstand.

  • In 1568 viel hij vanuit Duitsland de Nederlanden binnen. De oorlog die uitbrak, duurde 80 jaar (Tachtigjarige oorlog, 1568-1648).

  • De eerste aanvallen van Willem van Oranje mislukten, maar in 1572 veroverden de geuzen een aantal steunpunten in Zeeland en Holland.

  • Halverwege de jaren 1570 vormden alle gewesten van de Lage Landen, ondanks de godsdienstverschillen tussen protestanten en katholieken, een gemeenschappelijk front tegen Filips II; dat werd bezegeld door de Pacificatie van Gent (1576).

  • Calvinistische onverdraagzaamheid tegenover de katholieken in Vlaamse en Brabantse steden ondermijnde echter die eensgezindheid.

  • Filips II en de landvoogden na Alva wisten daar handig op in te spelen.

  • De overwegend katholieke landgewesten in het zuiden – Artesië, Henegouwen en Waals Vlaanderen (Rijsel en omstreken) – verzoenden zich met de koning in de Unie van Atrecht (1579).

  • Als reactie vormden zeven noordelijke gewesten de Unie van Utrecht. Ook Vlaamse en Brabantse steden sloten zich bij die Unie aan.

  • De Unie van Utrecht vaardigde twee jaar later een eigen plakkaat uit.

  • De noordelijke gewesten van de Unie van Utrecht, verenigd in hun eigen Staten-Generaal, zegden hun trouw aan Filips II op.

  • In het Plakkaat van Verlatinghe (1581) deden zij een beroep op het oude weerstandsrecht tegen een tirannieke vorst.

  • Wat begonnen was als een opstand, werd een oorlog om onafhankelijkheid.

  • Wie om religieuze of politieke redenen voor zijn leven vreesde of niet onder Spaanse heerschappij verder wilde leven, migreerde naar Holland en Zeeland.

  • Achter hun waterlinie konden die gewesten zich handhaven tegen het militaire geweld van het Spaanse wereldrijk.

  • Wie echter bereid was zich te verzoenen met Filips II, bleef in het zuiden of keerde ernaar terug.

  • Landvoogd Alexander Farnese kon Vlaanderen het zuidelijk deel van Brabant voor Spanje herwinnen.

  • In 1585 viel Antwerpen in Spaanse handen, maar de herovering van de noordelijke gewesten mislukte.

2 HET KONINKLIJK ABSOLUTISME IN FRANKRIJK: BEWIND VAN LODEWIJK XIV (1661-1715)

2.1 DE MOEIZAME AANLOOP TOT DE MACHT

  • Vanaf de 11de eeuw krijgen de Franse vorsten hun versnipperde rijk langzaam maar zeker onder controle.

  • Ze profiteren daarbij van een aantal voordelen: het erfelijk worden van het koningschap (monarchie), de oprichting van centrale bestuursinstellingen, de invoering van vaste belastingen en de vorming van een staand leger.

  • Tegen het einde van de 15de eeuw hadden ze hun positie aanzienlijk versterkt. Toch bestaan er nog steeds hinderpalen voor een verdere uitbreiding van hun macht: de erg op hun onafhankelijkheid gestelde adel en clerus en de vele privileges van zowel de steden als de lokale heersers, ambachten enz.

  • Begin 16de eeuw regeert Frans I (dynastie: Valois) over Frankrijk. Hij is een van de machtigste vorsten van zijn tijd; in 1516 sluit hij een belangrijk verdrag met de paus. Dat Concordaat van Bologna zorgt ervoor dat de koning naar eigen goeddunken kandidaten voor belangrijke functies binnen de Kerk mag voordragen en dat de paus die automatisch benoemt. Doordat de Franse koning de Kerk in Frankrijk nu eigenlijk controleert, spreekt men ook over de Franse of gallicaanse kerk. In tegenstelling tot de latere anglicaanse kerk in Engeland blijft Frankrijk wél katholiek.

  • Frans I wordt opgevolgd door zijn zoon Hendrik II die het beleid van zijn vader voorzet, maar vroegtijdig sterft. Zijn opvolgers