Syllabus_Inleiding Prehistorische Archeologie_2024-2025

Inleiding Prehistorische Archeologie

  • Bacheloropleiding aan KU Leuven, onder leiding van Prof. Marc De Bie voor het academiejaar 2024-2025.

Voorwoord

  • Doel: ontwikkelen van cultuurhistorisch besef en inzicht in materiële bronnen en culturele productie van het verleden.

    • Focus op archeologische en kunsthistorische perspectieven van de vroegste geschiedenis.

  • Onderzoeksgebieden:

    • Mens als cultureel wezen en ontwikkeling van menselijke samenlevingen tot de Gallo-Romeinse tijd.

    • Natuurlijke, socio-economische en spirituele contexten.

  • Geografische focus op NW Europa en de Lage Landen.

  • Invoering van terminologie in diverse perioden en archeologische culturen.

  • Thematische verbindingen: voedselvoorziening, technologie, nederzettingssystemen, sociale organisatie, dodenbestel en kunst.

  • Onderwijsmethoden: hoorcolleges, beeldmateriaal, actieve inbreng aangemoedigd.

Hoofdstuk 1 - Algemene Inleiding

A. De termen pre- en protohistorie

  • Betreft periodes zonder geschreven bronnen of te marginale bronnen in de reconstructie van het verleden.

  • Wetenschappelijke disciplines gebaseerd op archeologisch onderzoek.

  • Noodzaak om de bronnen en hun gebruik te begrijpen.

B. Geschiedenis van de pre- en protohistorische archeologie

  • Archeologie van prehistorie: relatief recent veld, ontstaan in context van nationale identiteit in Europa (18de eeuw).

  • Geologie en biologie beïnvloedde deze ontwikkeling: de ideeën van Charles Lyell en Charles Darwin.

C. De archeologische methode

  • Schrijven over het systematisch opsporen, bestuderen en interpreteren van materiële resten uit het verleden.

D. Overzicht van bronnenmateriaal en bewaringstoestanden

1. Archeologische sites

  • Bewoning in grotten en openluchtlocaties.

2. Artefacten

  • Diverse materiaalcategorieën: lithisch, organisch, keramisch, en metaal.

3. Ecofacten

  • Dierlijke en plantaardige resten als archeologische bronnen.

E. Datering

1. Relatieve datering

  • Stratigrafie, seriatie.

2. Cruciale dateringstechnieken

  • Kruisdatering, dendrochronologie en de 14C-methode.

F. Korte schets van de cursus

  • Overzicht van prehistorische periodes, van steentijd tot metaalperiode.

Hoofdstuk 2 - Mens en Natuur

A. Evolutie van het natuurlijk milieu

1. Het pleistoceen

  • Belangrijk voor klimaatverandering en flora/fauna.

2. Het holoceen

  • Opkomst van menselijk leven, veranderingen in het milieu.

B. Anatomische evolutie van de mens

1. Plaats van de mens in het dierenrijk

  • Evolutie van Homo sapiens, relatie met andere zoogdieren.

2. Voorlopers van het geslacht Homo

  • Vroegste menselijke soorten zoals Australopithecus.

3. Het geslacht Homo

  • Evolutie en verspreiding van Homo-soorten.

Deel I: Steentijden

Hoofdstuk 3 – Vroeg- en middenpaleolithicum

A. Vroegpaleolithicum in Afrika

  • Olduvaiaan: oudste lithische vormen en gebruik.

  • Acheuleaan: ontwikkeling van vuistbijlen door Homo ergaster.

B. Vroegpaleolithicum in Europa

  • Ontdekkingen en karakteristieken van steentijdvondsten.

C. Neanderthalers en het middenpaleolithicum

  • Kenmerken van het middenpaleolithicum, de Mousterian-cultuur.

Hoofdstuk 4 - Laatpaleolithicum in NW-Europa (40-10 ka)

A. Context en algemene kenmerken

  • Milieu en evolutie van het jagen/ verzamelen.

B. Laatpaleolithische culturen

  • Aurignacian, Gravettian, Solutrean, en Magdalenian.

C. Kunst en decoratie

  • Ontwikkeling van mobiele kunst en grottenkunst.

Hoofdstuk 5 – Mesolithicum (10.000-5000 v.C.)

  • Verandering van economie, milieu en nederzettingspatronen.

Hoofdstuk 6 – Neolithicum

A. Ontstaan van landbouw en veeteelt

  • Proces van domesticatie van planten en dieren in het Nabije Oosten.

B. Verspreiding van het vroegneolithicum in Europa

  • Culturen zoals Bandkeramiek en variaties in de materiële cultuur.

Deel II: Metaaltijden

Hoofdstuk 7 - Vroege en middenbronstijd (2300 – 1100 V.C.)

A. Vroege bronstijd in Noordwest-Europa

  • Ontwikkelingen in materiële cultuur en economische structuren.

Hoofdstuk 8 - Late bronstijd (1100-750 V.C.)

A. Algemene context

  • Maatschappelijke veranderingen door contacten met andere regio's.

Hoofdstuk 9 – Vroege ijzertijd: Hallstatt

  • Ontwikkelingen in materiële cultuur door ijzerbewerking.

Hoofdstuk 10 – Midden- en late ijzertijd: La Tène

  • Sociale stratificatie en culturele veranderingen onder de Kelten.

Hoofdstuk 11 – Overgang naar de Gallo-Romeinse Tijd (50 v.C.- 70 n.C.)

A. Einde van de protohistorie?

  • Archeologische en historische gegevens over lokale samenlevingen.