Home
samenvatting_NW_juni
samenvatting_NW_juni
DNA, RNA en Eiwitsynthese ### DNA - Drager van erfelijke informatie. - Aanwezig in chromosomen in de celkern. - Chromosomen: 23 paren, 46 in totaal. - Bouw: Twee ketens in een spiraalvorm. - Basen: Thymine (T), Adenine (A), Cytosine (C), Guanine (G). - Basenparen: A = T (2 waterstofbruggen), C = G (3 waterstofbruggen). ### Genen - Stukje DNA met specifieke basevolgorde (code). - Codeert voor een kenmerk. - Meeste kenmerken bepaald door meerdere genen. - Erfelijk en doorgegeven. ### mRNA - Tijdelijke kopie van DNA. - Getransporteerd naar cytoplasma voor eiwitsynthese. - Code (drie letters) staat voor aminozuur. - Aminozuren vormen eiwitten. ### Eiwitsynthese - Proces waarbij mRNA wordt gelezen en vertaald naar eiwit. - Eiwitten: Bouwstenen, antistoffen, hormonen. ### DNA vs. RNA | Kenmerk | DNA | RNA | | :--------------------------- | :--------------------------- | :--------------------------- | | Structuur | Dubbelstrengig | Enkelstrengig | | Suiker | Desoxyribose | Ribose | | Basen | T, A, C, G | U, A, C, G (Uracil) | | Locatie | Kern | Kern en cytoplasma | | Lengte | Langer | Korter | ### Transcriptie - DNA wordt afgelezen door RNA-polymerase. - DNA-basen worden omgezet in RNA-basen: A → U, T → A, C → G, G → C - mRNA verlaat celkern naar ribosomen. ### Gentechnologie / Genetische Modificatie - Gericht aanpassen van erfelijke informatie. - Natuurlijke genenoverdracht: Bacteriën (plasmiden), Virussen (DNA of RNA). - Kunstmatige genenoverdracht: Gericht DNA overbrengen, GGO, Gentherapie. - Gentechnologie in landbouw en voedingsindustrie: Insectresistente gewassen. - Pro's: Betere geneesmiddelen, veiligere vaccins, betere voedselopbrengst. - Contra's: Biodiversiteit, resistentie, dure technologieën. ### Celdeling - Mitose: aanmaak lichaamscellen (46 chromosomen → 2x 46 chromosomen). - Meiose: vorming voortplantingscellen (46 chromosomen → 4x 23 chromosomen). ### Mitose - Moedercel deelt zich in 2 dochtercellen (exacte kopieën). - Belang: Groei, herstel, regeneratie. ### Meiose - Aantal chromosomen constant per generatie. - Lichaamscellen: 46 chromosomen (diploïd, 2n). - Voortplantingscellen: 23 chromosomen (haploïd, n). - Crossing-over: nieuwe combinaties. | Kenmerk | Mitose | Meiose | | :----------------------- | :----------------------- | :----------------------- | | Synoniem | Gewone celdeling | Halveringsdeling | | Doel | Identieke cellen | Geslachtscellen | | Waar | Overal | Eierstokken, teelballen | | Resultaat | 2 diploïde | 4 haploïde | - Belang: Voorkomt verdubbeling, genetische variatie. ### Celkern - Dubbel membraan. - Nucleolus. - Chromatine (DNA en eiwitten). - Controlecentrum. ### Chromosomen - Dragers van erfelijke info. - DNA en eiwitten. - 2 chromatiden verbonden in centromeer. - Aantal constant (mens: 46). - Homologe paren. ### Karyogram - Voorstelling chromosomen. - Autosomen (chr. 1-22). - Heterosomen (geslachtschromosomen). ### Geslachtsbepaling - Laatste paar: XX = meisje, XY = jongen. ### Genotype en Fenotype - Genotype: Kenmerken bij geboorte. - Fenotype: Veranderde kenmerken. ### Haploïd en Diploïd - Diploïd (2n): chromosomen in paren. - Haploïd (n): chromosomen enkelvoudig in geslachtscellen. ### Syndroom van Down - Trisomie 21 (3x chromosoom 21). - 47 chromosomen. - Achterstand en afwijkingen. ### Geslachtelijke Voortplanting - Versmelting geslachtscellen. - Genetisch materiaal van beide ouders. - Genetische variatie. - Geslachtskenmerken: Primaire, secundaire, tertiaire. ### Mannelijk Voortplantingsstelsel - Teelballen: zaadcellen en testosteron. - Bijballen: rijping en opslag zaadcellen. - Zaadleiders: afvoer zaadcellen. - Zaadblaasjes: basische zaadvloeistof. - Prostaat: voeding. - Klieren van Cowper: voorvocht. - Penis: gemeenschap en urineren. - Eikel: genot. - Balzak: bescherming, temperatuur. ### Vrouwelijk Voortplantingsstelsel - Eierstokken: eicellen, oestrogeen en progesteron. - Eileiders: transport eicellen. - Baarmoeder: ontwikkeling embryo. - Vagina: geboortekanaal. - Schaamlippen: bescherming. - Clitoris: genot. - Borst: borstvoeding. ### Zaadcellen - Vorming in teelballen (temp. lager, hormonen). ### Eicellen - Vanaf geboorte: 500.000 eicelmoedercellen. - Meiotische deling. - Follikel van de Graaf. ### Eierstokcyclus - Eisprong (ovulatie). - Geel lichaam (niet bevrucht: verschrompelt, wel bevrucht: blijft 3 maanden). - Hormonale regeling: FSH, LH. ### Baarmoedercyclus - 3 fases: Groeifase, Secretiefase, Menstruele fase. - Vruchtbare periode: dag 12-18 (eisprong). ### Maagdenvlies - Niet-bestaand concept. ### Kalendermethode - Lengte cycli bijhouden (onregelmatig = onbetrouwbaar). ### Geslachtshormoon - Stof aangemaakt door klier, invloed op orgaan. - Hypofyse: regeling hormoonhuishouding (negatieve terugkoppeling). ### Mannelijk Geslachtshormoon - Testosteron: teelballen, bijnieren. - Functies: zaadcellen, secundaire geslachtskenmerken. - Tekort: gezondheidsproblemen. ### Vrouwelijk Geslachtshormoon - Oestrogeen en progesteron: eierstokken (tot menopauze). - FSH en LH: rijping follikel, eisprong, geel lichaam. ### hCG - Humaan choriongonadotrofine (zwangerschapshormoon). - Functies: geel lichaam, geen nieuwe eicellen, groei embryo. - Zwangerschapskwalen. ### Bevruchting - Zaadcellen in vagina → eileider. - Eicel ondoordringbaar na binnendringen zaadcel. - Versmelting celkernen (zygote). - Binnen 24 uur na eisprong. ### Embryonale Ontwikkeling - Week 1: celdelingen, zygote naar baarmoeder. - Week 2: innesteling, embryo. - Week 3-12: vruchtvliezen, vruchtwater, organogenese (foetus). - Week 12-35: orgaanontwikkeling, groei. - Week 36-40: indaling. - Bevalling: ontsluiting, uitdrijving, nageboorte. ### Gezondheidsgedrag tijdens zwangerschap - Gezonde levensstijl. - Foliumzuur (vitamine B11). - Vermijd alcohol, nicotine, drugs. ### Invloed Leefmilie - Zware metalen, pesticiden schadelijk. - Infectieziekten: toxoplasmose, cytomegalovirus, rubella. - Hormoonverstoorders, medicatie. ### Prenatale Tests - Screeningtests: nekplooimeting, NIPT. - Invasieve tests: vlokkentest, vruchtwaterpunctie. ### Stimuleren van de Vruchtbaarheid - Hormoonbehandeling.