Studienotities: Massacultuur, Geschiedenis en Moderne Kunst

Massacultuur en de American Dream\n- The American Dream: Na 1945 wordt New York het culturele hart van de wereld; musicals zoals on the town van Bernstein en Robbins en tv-soaps zoals Guiding light (1952-2009) door Irna Phillips ontstaan.\n- Jazz-revolutie: Jazz verschuift van dansmuziek naar luistermuziek met formats zoals Bebop (Charlie Parker) en Cool jazz (Miles Davis).\n- Beeldende Kunst: Opkomst van het abstract expressionisme met Jackson Pollock (drippings) en Mark Rothko; Popart (Richard Hamilton, Warhol, Lichtenstein) vervaagt de grens tussen elitaire en massacultuur.\n- Jeugdcultuur: Jongeren rebelleren via idolen als James Dean (a rebel without a cause) en Rock ’n Roll (Elvis Presley).\n\n# Experiment, Engagement en Protest (Jaren 60-70)\n- Conceptuele Kunst: Het idee is belangrijker dan de vorm; omvat absurdistisch theater van Samuel Beckett (wachten op Godot) en sober theater van Jerzy Grotowski.\n- Dans en Muziek: Merce Cunningham introduceert ‘Pure dance’ op basis van toeval; John Cage experimenteert met omgevingsgeluid.\n- Nederlands Protest: Acties zoals ‘actie tomaat’ en ‘actie notenkraker’ verzetten zich tegen de elitaire theater- en muziekwereld.\n- Performances: Kunstenaarsgroep Fluxus en Allan Kaprow organiseren happenings op alledaagse plekken.\n\n# Postmodernisme en Globalisering\n- Postmodernisme: Kenmerkt zich door ironie en recycling; Lyotard kondigt het ‘einde van de grote verhalen’ aan. Architectuur wordt vrijer (Mendini).\n- Subculturen: Hiphop ontstaat via blockparty’s in New York; Punk (Sex Pistols) uit pessimisme; elektronische dance (Kraftwerk, Daft Punk) groeit uit House uit Chicago.\n- Globalisering: Kunstenaars zoals Damien Hirst verkopen wereldwijd; politiek activisme door Ai Weiwei en parodie#n door Schlingensief.\n- Digitale Wereld: Gebruik van 3D-printers door Allahyari; filosoof Baudrillard wijst op de hyperrealiteit (the Matrix).\n\n# De Middeleeuwen: Kerk en Stad\n- Kloosterleven: Gregoriaans is de basis (vocaal, eenstemmig); Romaanse bouwstijl (massief, rondbogen) maakt plaats voor Gotiek (licht, spitsbogen) door Abt Suger.\n- Kathedralen en Liturgie: Opkomst van polyfonie (meerstemmigheid) en het liturgisch drama (Passiespelen) om Bijbelverhalen aan het volk te tonen.\n- Stad en Vermaak: Gilden bouwen kathedralen; troubadours bezingen de hoofse liefde; bedelorden vestigen zich in steden voor zorg en onderwijs.\n\n# Vroege Twintigste Eeuw (1900-1950)\n- Expressionisme: Nadruk op het persoonlijke en innerlijke; zie Kirchner (Die Br#cke) en Stravinsky’s Le Sacre du Printemps met hoekige dans van Nijinski.\n- Avant-Garde: Kubisme (Picasso), Surrealisme (André Breton, Dal##) en Dada##sme (Marcel Duchamp, toeval).\n- Abstractie: Malevitsj introduceert het ‘Zwart vierkant’; De Stijl (Mondriaan, 1917) streeft naar eenvoud en primaire kleuren; Schönberg ontwikkelt het twaalftoonsysteem.\n- Massamedia en Techniek: Bloei van Hollywood (‘talkies’); Fordisme in de industrie; gebruik van fotomontage in de kunst.\n- Architectuur: Bauhaus (Gropius) en Het Nieuwe Bouwen benadrukken functionaliteit (‘less is more’), terwijl de Amsterdamse School focust op handwerk en organische vormen.