Farmacologie: Geneesmiddelen en Hun Effecten
Introductie
- De les vindt plaats in een nieuw lokaal met ruimte voor laptops.
- E-mail van studenten over de lesruimte en opstelling is behandeld.
Geneesmiddelen met betrekking tot stolling
- Vooruitgang in de stof over antistollingen en de stollingscascade.
- Belang om onderscheid te maken tussen plaatjesremmers en anticoagulantia:
- Plaatjesremmers: Gebruikt bij beschadiging aan endotheelcellen, zoals bij atherosclerose of na een stentplaatsing.
- Voorbeeld: Asperine en clopidogrel (ADP-receptorantagonist).
- Anticoagulantia: Werkt op de stollingscascade. Belangrijk bij stase (stilstand van bloed).
- Onderverdeling in intrinsieke en extrinsieke stollingspaden.
Stollingscascade
- Intrinsieke pathway geactiveerd door stilstand van bloed.
- Extrinsieke pathway gaat via tissue factor.
- Gemeenschappelijke pathway activeert factor 10 tot factor 10a, wat invloed heeft op protrombine (omgezet naar trombine).
Trombine
- Trombine: Centrale factor in de stolling, activeert fibrinogeen tot fibrine.
- Fibrine creëert stevigheid aan stolsel.
Vitamine K-antagonisten
- Structurele gelijkenis met vitamine K, worden minder gebruikt.
- Voorbeelden: Warfarine en coumarines;
- Warfarine inhibeert regeneratie van vitamine K, waardoor stollingsfactoren 2, 7, 9 en 10 minder worden aangemaakt.
- INR (International Normalized Ratio): Meet bloedingsrisico en effect van warfarine; doelwaarde 2-3.
Farmacokinetiek en -dynamiek van Warfarine
- Warfarine snel opgenomen, piek in plasma na 1 uur, maar effect duurt tot 36 uur door halveringstijden van stollingsfactoren.
- Interacties met andere geneesmiddelen door variabiliteit in CYP enzymen.
Monitoring
- Prothrombinetijd en ratio's ten opzichte van populatie gemeten om anticoagulante effect te bepalen.
- Patiënten moeten regelmatig gecontroleerd worden op INR.
Heparines
- Onderscheid tussen gefractioneerde en ongefractioneerde heparines.
- Heparines activeren antitrombine III, inhiberen factor 2 (trombine) en factor 10.
- Heparine heeft lage orale bio-beschikbaarheid, dus wordt parenteraal toegediend.
Farmacokinetiek van Heparine
- Laag verdelingsvolume, blijft voornamelijk in de bloedbaan.
- Toepassingen bij zwangerschap (risico op trombose, DVT).
Sympathisch Zenuwstelsel
- Adrenaline en noradrenaline activeren adrenerge receptoren.
- Verschil tussen sympathisch (vechten/vluchten) en parasympathisch zenuwstelsel (rust).
Effecten van Adrenaline
- Positieve chronotrope en inotrope effecten op hart, vasoconstrictie.
- Ontspanning van bronchi, vasodilatatie in spieren.
Adrenerge Receptoren
- Alpha- en beta-receptoren spelen belangrijke rol bij het reguleren van de effecten van adrenaline/noradrenaline:
- Alpha1: Vasoconstrictie, verhoogde bloeddruk.
- Beta1: Verhoogde hartfrequentie.
- Beta2: Vasodilatatie, bronchodilatatie.
G-eiwit gekoppelde receptoren
- Alpha1 is gekoppeld aan GQ, beïnvloedt calciumlevels.
- Beta-receptoren zijn gekoppeld aan GS, beïnvloeden cAMP niveaus.
Geneesmiddelen voor Bloeddruk en Hartfalen
- Omega's via calciumkanaalblokkers en nitraten.
- Calciumkanaalblokkers als behandeling voor hypertensie.
Behandeling bij Angina Pectoris
- Nitraten verhogen cGMP, veroorzaken vasodilatatie.
- Verminderen de afterload en preload van het hart.
Reumatoïde Artritis
- Auto-immuunreacties die ontsteking van de gewrichten veroorzaken.
- NSAID's en glucocorticoïden zijn belangrijke behandelingsopties.
Glucocorticoïden
- Werken intracellulair als nucleaire receptoren, moduleren transcriptie.
- Werking en timing zijn belangrijk voor effectiviteit en bijwerkingen.
Biologische DMARDs
- Behandelen RA, gericht op cytokines (anti-TNF, interleukines).
- Worden vaak als biosimilars aangeboden na patent-verval.
Tyrosine Kinase Inhibitors (TKIs)
- Inhiberen tyrosine kinaase receptoren, belangrijk in auto-immuunziekten en oncologie.
Conclusie & Toekomstige Studies
- Geneesmiddelen in farmacologie met focus op receptorinteracties en farmacokinetiek.
- Belang van monitoren van geneesmiddelen en hun effecten op de patiënt.