Geschiedenis B2
Tijdvakken: Grieken en Romeinen (800 v.C. - 500 n.C.)
Chronologische indeling
800 v.C.: Begin van de archaïsche periode in Griekenland, gekenmerkt door de opkomst van de stadstaten en de eerste vastlegging van orale tradities zoals de Homerische epen.
500 n.C.: Conventionele eindpunt van de Oudheid, ruwweg samenvallend met de val van het West-Romeinse Rijk in 476 n.C. en de transformatie van de mediterrane wereld.
Tussenliggende periode: De bloei van de Griekse cultuur en de expansie en uiteindelijke ineenstorting van het Romeinse Rijk.
Belangrijke steden en concepten
Griekse stadstaat (Polis): Een onafhankelijke politieke eenheid, bestaande uit een stad en het omliggende platteland, die de basis vormde van de Griekse politiek en maatschappij.
Romeinse wereldrijk (Imperium Romanum): Een uitgestrekt rijk dat gedurende vele eeuwen grote delen van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten bestuurde, gekenmerkt door een gecentraliseerd bestuur, een geavanceerd rechtssysteem en een krachtig leger.
Opdracht van dit jaar: Focus op de politiek van de Grieken en Romeinen
A. Griekse Stadstaten
Geografie van Griekenland
Geen grote rivier zoals in Mesopotamië of Egypte, wat betekende dat er geen natuurlijke eenheid en centraal georganiseerde landbouwontwikkeling was.
Grillige vorm met veel eilanden en schiereilanden die natuurlijke barrières vormden en isolatie bevorderden.
Bergachtig binnenland, wat landcommunicatie bemoeilijkte en resulteerde in vruchtbare, maar geïsoleerde valleien.
Deze geografie leidde tot relatieve isolatie van gemeenschappen, wat de ontwikkeling van onafhankelijke politieke eenheden, bekend als stadstaten of 'poleis', bevorderde. Het gebrek aan grote, vruchtbare rivierdalen zoals de Nijl of de Eufraat betekende dat landbouw vaak kleinschaliger was en de bevolking meer afhankelijk was van de zee voor handel en contact.
Impact van geografie op politieke structuur
Moeilijkheid om één staat met centrale regering te creëren door de geografische fragmentatie.
Ontstaan van tientallen kleine, zelfstandige staten ('poleis'), vaak bereikbaar via zee, die elk hun eigen politieke systeem ontwikkelden. Elke polis was een zelfstandige politieke eenheid, vaak met een eigen bestuur, wetten en religieuze praktijken. Hoewel ze een gemeenschappelijke taal en cultuur deelden, streden ze ook regelmatig met elkaar om hegemonie en middelen.
Belangrijke stadstaten
Athene, bekend om zijn democratie en culturele bloei.
Sparta, een oligarchische militaire staat, beroemd om zijn vechtkunsten.
Thebe, een belangrijke macht in Boeotië die periodiek rivaliseerde met Athene en Sparta.
Stadstaateconomie en infrastructuur
Vaak een havenstad, met lange muren naar de stad voor veiligheid en commerciële belangen.
Vestiging op heuvels (acropolis) voor defensie tegen vijanden, waar ook belangrijke tempels stonden.
Voorbeeld: Afbeelding 2 - Indeling van Athene, met de Akropolis en de Agora (marktplaats en politiek centrum) als centrale elementen van het stedelijk leven.
Een typische Griekse stadstaat bestond uit een stedelijk centrum (astu) en het omliggende platteland (chora). De stad had vaak een acropolis (versterkte heuvel met tempels, zoals het Parthenon in Athene) en een agora (marktplein en politiek centrum). De zee was essentieel voor handel, kolonisatie en militaire verdediging, gezien de vele natuurlijke havens.
B. Politiek bij de Grieken
Politiek en religie
Grieken beschouwden macht in toenemende mate niet als goddelijk of direct door goden gegeven, maar als iets dat door mensen werd georganiseerd en gerechtvaardigd.
Dit staat in contrast met beschavingen in Mesopotamië en Egypte, waar heersers (farao's, koningen) vaak als goden zelf of als hun directe vertegenwoordigers op aarde werden gezien, wat hun autoriteit absoluut en onbetwistbaar maakte. In tegenstelling tot heersers in o.a. Mesopotamië en Egypte, die vaak als goddelijk werden gezien of een directe goddelijke bemiddelaar waren, baseerden Griekse leiders hun legitimiteit op wetten, argumenten en steun van de burgers. Dit legde de basis voor rationeel politiek denken en filosofie.
Soorten Besturen in stadstaten
Monarchie
Eén heerser, vaak een koning, die zijn macht erfde. Dit was de vroegste vorm van bestuur in veel Griekse stadstaten (bijv. tijdens de Myceense periode) en bleef bestaan in sommige perifere gebieden zoals Macedonië.
Aristocratie
Macht in handen van de edelen (de 'besten' of 'aristoi'). Dit waren vaak rijke landeigenaren die meenden op basis van afkomst en bezit het recht hadden om te regeren. Dit type bestuur volgde vaak op de monarchieën in veel stadstaten.
Oligarchie
Bestuur door een kleine groep van de meest invloedrijke of rijke burgers, niet noodzakelijk edelen. Sparta is een bekend voorbeeld, met een bestuur van twee koningen en een raad van ouderen (Gerousia).
Democratie
Bestuur door het volk (demos), waarbij burgers actief deelnemen aan de besluitvorming. Athene is het meest beroemde voorbeeld van directe democratie.
Voorbeeld van democratisch onrecht en tirannie
Afbeelding 3: Harmodios en Aristogeiton vermoorden een tiran Hipparchus, de broer van de tiran Hippias. Deze daad werd gezien als symbool van de bevrijding van tirannie.
Tirannie: Een alleenheerser die vaak met geweld aan de macht kwam en regeerde zonder rekening te houden met de wetten of de belangen van de burgers. Hoewel tyrannen soms populair waren, leidde hun heerschappij vaak tot onderdrukking.
Kleisthenes en de Atheense democratie
Na de val van de tyrannen aan het einde van de 6e eeuw v.C., voerde Kleisthenes, een Atheense staatsman, fundamentele hervormingen door in 508 v.C. om de basis van de democratie te leggen. Hij reorganiseerde de burgerij in nieuwe fylen (stammen) om de macht van traditionele adellijke families te breken en geografische spreiding te bevorderen.
Alle mannelijke burgers van 18 jaar en ouder kwamen samen in een Volksvergadering (Ekklesia), waar ze direct stemden over wetten, beleid en belangrijke besluiten, zoals oorlog en vrede. Er was ook een Raad van 500 (Boule), die dagelijkse zaken regelde en wetsvoorstellen voorbereidde, en diverse andere magistraten die vaak via loting werden gekozen.
Perikles
Belangrijke Atheense leider (495-429 v.C.) tijdens de 'Gouden Eeuw' van Athene, bekend om zijn welsprekendheid en politiek inzicht.
Succesvolle spreker en strateeg in de volksvergadering die Athene tot een hoogtepunt van macht en cultuur bracht. Hij bevorderde de kunst, architectuur en filosofie, en zorgde ervoor dat ook armere burgers politieke functies konden bekleden door hen een vergoeding te betalen voor hun deelname aan openbare taken.
Proud statement over de Atheense democratie in zijn lijkrede voor degenen die in de Peloponnesische Oorlog waren gesneuveld:
-