E-module parasitologie HH

ectoparasieten → arthropoden (geleedpotigen) → insecta & arachnida

1. insecta

onderverdeling ordes: diptera (tweevleugeligen), phthiraptera (luizen), siphonaptera (vlooien)

1.1 diptera (tweevleugeligen)

  • kent een volledige metamorfose (gedaanteverwisseling) in levenscyclus

    • → onvolwassen stadia lijken NIET op volwassen stadium (=imago)

  • algemene levenscyclus

  1. volwassen stadium (imago) legt eieren

  2. uit eieren komen larven

  3. larven ontwikkelen tot popstadium

  4. uit pop ontpopt nieuwe volwassen vlieg/mug/vleig

1.1.1 vliegen

  • levencyclus vlieg:

    • vliegen hebben 3 larvale stadia (maden) voordat ze pop worden

    • anatomie van een made

      • voorzijde spits met 2 haken tbv voeding

      • achterzijde dik met 2 ademopeningen omgeven door chitineuze structuren

      • rode buis = darmstelsel (NIET adembuis)

WARE VLIEGEN

  • incl huisvlieg, strontvlieg & stalvlieg

    • stalvlieg is “stekende vlieg” bc beet doet pijn - male&female drinken bloed

  • niet-stekende insecten kunnen als mech vector ook ziektekiemen verspreiden

    • some species zelfs tussengastheer voor bepaalde wormsoorten

VLEESVLIEGEN

  • groter dan huisvliegen

  • niet-bijtend → dus als adulte vlieg niet parasitair

    • sommige soorten wel parasitaire larven (maden) → dgk belang!

      • facultatief parasitair bc kunnen ook eieren afzetten in rottend organisch materiaal dus niet op levende dieren

    • bv groene vleesvlieg larven → myiasis “vliegenlarvenziekte“

  • myiasis: adulte vlieg legt eieren in wondje schaap/konijn → larven komen uit eitjes, trekken wond in & scheiden stoffen uit → weefselafsterving → rottend weefsel als voedsel → wond snel steeds groter

    • eten alleen rottend vlees, laten gezond met rust → kunnen larven gebruiken om lastige open wonden schoon te eten

LUISVLIEGEN

  • veel soorten vleugelloos

  • dif geslachten die parasiteren bij oa paard, LH & vogels

  • belangrijkste dgk: Melophagus ovinus (schapenluisvlieg) - schaap

    • geen vleugels, leeft permanent op gastheer van bloed

      • → verspreiding tussen schapen door direct contact

    • levenscyclus:

      • vrouwtje houdt larve in uterus - vervelt tot L3 dat afgescheiden

      • dan verpopping - popstadium 19-24dgn

      • na 14dgn kan nieuwe luisvlieg nakomelingen maken

    • levensduur ~4mnd → vrouwtje produceerd daarin 10-20 babies

    • wordt ook luisvlieg of schapenteek genoemd maar is geen luis/teek

      • is een echte teek die ook schapenteek wordt genoemd Ixodes ricinus

HORZELS

  • adulten zijn grote harige vrijlevende vliegen

    • rudimentaire monddelen → bijten dus niet

    • last die ze veroorzaken komt door gebrom tijdens afzetten van eieren

  • larven zijn wel obligaat parasitair (tech not ectopar bc develop on ipv in gastheer)