6-27
GESCHIEDENIS VAN ONLINE GESCHIEDENIS
1. Algemeen Overzicht
1990s:
Opkomst van het publieke internet, wat leidde tot nieuwe mogelijkheden voor instant communicatie.
Voorbeelden van communicatie: chatrooms en e-mail.
Tegen het einde van de jaren 1990 beginnen universiteiten, musea en archieven met publieksgeschiedenis via het internet.
Web 1.0: Statische websites.
Voorbeelden van vroege digitale musea: Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (1998), Museum dr. Guislain (2002), Gallo-Romeins Museum (2003).
Website KMKG werd gelanceerd in 1998.
2000s:
Ontwikkeling van dynamische websites die interactie met bezoekers mogelijk maken.
Web 2.0:
Introductie van breedbandinternet en een toename van capaciteit.
Voorbeelden van interactiviteit: Wikipedia (2001).
Opkomst van zoekmachines zoals Google (1998).
Verhoogd aantal en kwaliteit van websites van musea, zoals Rijksstudio (2012).
Democratisering van websites.
2010s:
Verspreiding van mobiel internet en sociale media.
Toenemende interactie tussen fysieke en digitale werelden, bijvoorbeeld via museumapps en augmented reality apps.
Nieuwe vormen van publiekshistorische netwerken en communicatie, zoals Facebook-profielen van historische personen en tweets in de stijl van dagboeken.
Web 3.0:
Toepassing van machine learning om zoekresultaten aan te passen aan gebruikersvoorkeuren en -interesses.
Beter aansluiten van digitale publieksgeschiedenis bij interesses, maar moeilijker om nieuwe publieken te bereiken.
2. VORMEN VAN ONLINE GESCHIEDENIS
A. Websites en Crowdsourcing
Informatieve websites en encyclopedieën:
Voorbeeld: Wikipedia.
Online collecties van musea en archieven zoals Europeana (+30 miljoen objecten) en Google Arts & Culture (32.000 objecten).
Continu toegenomen aanbod van afbeeldingen van hoge kwaliteit, maar ook criticasters wijzen op ‘scan & dump’ praktijken.
Online tentoonstellingen:
Volledig online of als aanvulling op fysieke tentoonstellingen.
Voorbeeld: Europeana online tentoonstellingen.
Crowdsourcing:
Ontstaan en opzet van Wikipedia (2001).
Start van crowdsourcing via het internet, meertalig (294 talen).
Wikipedia is de 4de meest bezochte website (na Google, YouTube en Facebook).
Open-source, open-access archiefbeeld van Wikipedia.
Voorbeelden van online tentoonstellingen:
Criminocorpus (2016): eerste nativ digitale museum over de geschiedenis van justitie, misdaden, en straffen.
BGL L’Histoire d’un siècle (2019).
Women at the heart of general practice (2021).
B. Onderzoeken van Historische Informatie
Wikipedia als bron:
Historische pagina's zijn enorm populair, met 200 van de 1000 meest bezochte pagina’s gerelateerd aan geschiedenis.
Publieke belangstelling is vaak gericht op thema’s zoals oorlogen en prominente historische figuren, vooral in de 20e eeuw.
Wikipedia tracht consensus van bestaande kennis samen te vatten, met een streven naar neutraliteit.
Er is geen professionele validatie, maar wel moderatie op het gebied van stijl en bronvermelding.
Kritiek op Wikipedia:
Meningsverschillen over de betrouwbaarheid vergeleken met traditionele encyclopedieën zoals Encyclopedia Britannica en Encarta.
Er zijn claims dat Wikipedia thematisch oververtegenwoordigd is in populaire cultuur en westerse/Engelstalige cultuur.
Anekdotisch bewijs kan de overhand hebben boven gestructureerde processen en kwalitatieve teksten.
C. Crowdsourcing in Publieksgeschiedenis
Definitie:
Crowdsourcing in de context van publieksgeschiedenis houdt in dat publiek samen met professionals historisch materiaal of data creëert of verzamelt.
Diverse Praktijken:
Activiteiten zoals transcriberen, corrigeren, en het annoteren van historische data.
Voorbeeldprojecten:
PhotosNormandie: meer dan 5000 foto’s van de slag om Normandië, met crowdsourced beschrijvingen.
1947 Partition Archive: documenteert getuigenissen van de invloed van de scheiding van Brits-Indië.
Voordelen van crowdsourcing:
Publieke participatie, wat leidt tot de creatie van een digitale gemeenschap van amateurhistorici.
Het bieden van inzicht wat gebruikers willen verzamelen en bewaren.
Nadelen van crowdsourcing:
Kwaliteitscontrole kan een probleem zijn, met onbetrouwbare resultaten en ongefundeerde meningen die de overhand krijgen.
Er is behoefte aan goede afspraken tussen professionele en amateurhistorici om ethisch-professionele spelregels bij crowdsourcing te waarborgen.
3. Specifieke Voorbeelden en Projecten
Shakespeare's World:
Gelanceerd in 2015 ter gelegenheid van de 400ste herdenking van Shakespeare’s dood.
Project verzamelde en digitaliseerde handgeschreven documenten uit de tijd van Shakespeare en nodigt vrijwilligers uit om deze te transcriberen, met gebruik van vrijwilligerswerk om deze manuscripten toegankelijk te maken voor grotere maatschappelijke studies.
Getuigenissen Project:
Dit project digitaliseert getuigenissen van criminele rechtbanken in België uit de 18de en 19de eeuw, met samenwerking tussen verschillende academische disciplines en instellingen om zo meer inzicht te verkrijgen in historische rechtspraktijken.