Tenses

Past

De past simple spreekt over iets dat eerder is gebeurd. Het gebeurde en het is afgelopen. (Periodt) 

  • i studied yesterday ← actie is afgelopen

FORM

-ed to the infinitive of the verb.

walk = walked, watch= watched

We use the past continuous to talk about an action that was still ongoing at the time of speaking. 

Subject

was/were

verb + ing

I

He

She

It

was

She was cleaning the room

You

We

They

were

We were listening to the music.

we use past perfect to talk about something that happened before another action in the past

  • "I had already eaten my dinner when he called.

De past perfect gebruik je dan voor dat wat het langst geleden is en de past simple voor dat wat minder lang geleden heeft plaatsgevonden.

  • When Sarrah arrived at the party, Paul had already gone home.

I/ we/ they/ you/ he/ she/ it

had

i’d

he’d

gone

seen

finished


Present

de present simple geeft gewoontes en feiten aan en dingen die regelmatig gedaan worden.

  • The earth goes round the sun (feit)

  • He drinks tea at breakfast. (gewoonten)

  • Yusra brushes her teeth every morning (herhaaldelijk)

i, you, we they

work

he/ she/ it

works

je gebruikt altijd het hele werkwoord (bijvoorbeeld ‘walk’ of ‘visit’), maar bij de 3e persoon enkelvoud (he/she/it) voeg je daar nog een –s aan toe!

als een werkwoord eindigt met een z, s, ss, sh, ch, x, and o, voeg -es

  • fix → fixes

  • wash → washes

als werkwoorden eindigen met een medeklinker + y, verwijder y en voeg -ies

  • carry → carries

  • cry → cries

De present continuous geeft

=aan dat iets op dit moment bezig is

  • i am listening to music

=vaste plannen

  • i’m meeting my friends after work

=langere acties die nu aan de gang zijn, het kan zijn dat we dit niet op dit exacte moment doen

  • she’s studying to be a docter

= een verandering dat is begonnen te gebeuren

  • i’m getting faster everyday

Vervoegen- verb to be+ main verb+ ing

  • We are playing football

UITZONDERINGEN

Werkwoorden die eindigen op een -e, de -e verdwijnt en je plakt -ing erachter.

  • To have: He is having dinner

Werkwoorden die eindigen op -c, krijgen een k erbij voor -ing

  • to panic: She is panicking.

We gebruiken de present perfect als de zin iets over het verleden zegt en ook nu nog bezig is of nu nog invloed heeft.

  • - We have lived in Amsterdam since 2002 (nu nog bezig) --> presentperfect

    • have / has + voltooid deelwoord.