Hoofdstuk 9

---

### 1. Hoe omschrijft Hans Selye stress?

Hans Selye definieerde stress als een fysiologische respons van het lichaam op externe bedreigingen, die hij beschreef in drie fasen van het algemeen aanpassingssyndroom (GAS):

- Alarmering: een eerste reactie op de stressor, zoals verhoogde hartslag en bloeddruk.

- Weerstand: het lichaam probeert zich aan te passen en terug te keren naar evenwicht.

- Uitputting: bij langdurige stress raakt het lichaam overbelast, wat kan leiden tot schade aan fysiologische systemen.

---

### 2. Wat zijn structurele modellen van werkstress? Beschrijf het demand-controlmodel van Karasek.

Structurele modellen richten zich op de werkomstandigheden zelf. Het demand-controlmodel van Karasek stelt dat stress ontstaat uit de combinatie van:

- Hoge taakeisen (zoals werkdruk),

- Lage controle (weinig beslissingsvrijheid of gebruik van vaardigheden).

Karasek onderscheidt vier typen werk:

- Passief (laag/laag),

- Overbelastend (hoog/laag),

- Eenvoudig (laag/hoog),

- Actief (hoog/hoog).

---

### 3. Wat zijn de belangrijkste voorspellingen van het demand-control-support-model?

Het model werd uitgebreid met sociale ondersteuning van collega’s en leidinggevenden. Twee hypothesen staan centraal:

- Strainhypothese: hoge taakeisen zijn minder schadelijk bij veel steun en controle.

- Leerhypothese: controle + steun + hoge eisen → motivatie en groei.

---

### 4. Wat zijn transactionele modellen van werkstress? Beschrijf het ERI-model van Siegrist.

Transactionele modellen leggen de nadruk op perceptie, individuele verschillen en coping. In het ERI-model (Effort-Reward Imbalance) van Siegrist:

- Stress ontstaat als inspanningen niet worden beloond (bijv. geld, erkenning).

- Dit gevoel van onrechtvaardigheid kan leiden tot overbetrokkenheid, hogere stress en slechter herstel.

---

### 5. Welke vier categorieën van metingen worden vaak verricht om gezondheid en welzijn op het werk te onderzoeken?

1. Organisationele metingen (verzuim, prestaties, verloop).

2. Psychische en lichamelijke gezondheid (bijv. via zelfrapportagevragenlijsten).

3. Fysiologische metingen (bloeddruk, zweetreacties).

4. Gezondheidsgerelateerd gedrag (slaappatroon, voeding, middelengebruik).

---

### 6. Welke situationele factoren veroorzaken werkgerelateerde stress?

Belangrijke factoren zijn:

- Hoge taakeisen,

- Tijdsdruk,

- Beperkte autonomie,

- Gebrek aan beloning of erkenning,

- Weinig sociale steun.

Deze factoren kunnen leiden tot gevoelens van overbelasting, verlies van controle en motivatieverlies.

---

### 7. Welke persoonskenmerken zorgen voor gevoeligheid voor werkstress?

- Neuroticisme/emotionele instabiliteit,

- Type A-persoonlijkheid (competitief, ongeduldig),

- Externe locus of control (gevoel weinig invloed te hebben),

- Ineffectieve copingstijl (bijv. vermijden).

---

### 8. Definieer primaire, secundaire en tertiaire interventies + verschillen in welzijn.

- Primair: richten zich op het wegnemen van de bron van stress (bijv. herontwerp werk); verbeteren welzijn het meest.

- Secundair: richten zich op verbeteren van de reactie op stress (bijv. training).

- Tertiair: herstel na schade (bijv. therapie, revalidatie).

---

### 9. Vijf primaire interventies + gekoppelde stressoren:

1. Werkherstructurering → overbelasting.

2. Autonomie verhogen → gebrek aan controle.

3. Feedbacksystemen verbeteren → onzekerheid.

4. Leiderschapstraining → gebrekkige steun.

5. Eerlijke beloning en erkenning → demotivatie en ERI.

---

### 10. Welke training is effectiever bij werkstress: ontspanningstraining of CGT?

Cognitieve gedragstherapie (**CGT**) is effectiever dan ontspanningstraining:

- CGT pakt negatieve denkpatronen aan die tot stress leiden.

- Ontspanning helpt symptomen te verlichten, maar niet de onderliggende oorzaken.

---