Samenvatting Aarde en Maan
De Aarde als een Dynamisch Systeem
- De Aarde is een complex systeem dat evolueert door interacties tussen atmosfeer, mineralen, oceanen en leven.
- Beweging en uitwisseling tussen de lagen (kern, mantel, korst, hydrosfeer, atmosfeer) wordt aangedreven door platentektoniek.
- De Aarde onderscheidt zich van andere planeten door actieve platentektoniek, een O2 -rijke atmosfeer, H2O oceanen en leven.
- De Aarde is 4.6 miljard jaar oud.
- Geologische processen beïnvloeden maatschappij en milieu (energie, aardbevingen, klimaat).
- Leven en fysische processen zijn gekoppeld, bijvoorbeeld O_2 productie door fotosynthese.
- Wetenschappelijke methoden (observatie, labowerk, modellering) worden gebruikt om processen te begrijpen.
Ontstaan van het Heelal en Zonnestelsel
- Big Bang: 13.7 Ga geleden, "expanding universe".
- Cosmochemie: Elementen ontstaan in sterren ("we are all made of star dust").
- Nucleosynthese: Lichte elementen vormen zware door fusie in sterren.
- Kleine sterren (zoals de zon) produceren elementen tot He fusie.
- Grotere sterren produceren elementen tot Fe in de kern, gevolgd door supernova-explosie.
- Het zonnestelsel, met de zon en 8 planeten, vormde zich 4.6 Ga geleden uit een zonnenevel.
- De zon is een tweede generatie ster, rijk aan chemische elementen.
Vorming van het Zonnestelsel
- Stap 1: Inkrimping van de nevel, begin van rotatie.
- Stap 2: Snellere rotatie, vorming van een schijf, botsingen tussen atomen.
- Stap 3: Gravitatie induceert druk en temperatuur, proto-zon ontsteekt (H fusie).
- Stap 4: T-Tauri fase, condensatie van gas, vorming van gesteenten, protoplaneten door accretie.
- Mineralen condenseren volgens condensatiereeks (van refractaire naar vluchtige elementen).
- Planeten vormen door accretie en botsing.
- Kleine gesteente-planeten dicht bij de zon, grote gasplaneten verder weg.
- Asteroïdengordel tussen Mars en Jupiter door Jupiter's gravitatie.
Meteorieten en Samenstelling van de Aarde
- Meteorieten geven informatie over de oorsprong van het zonnestelsel en de samenstelling van de Aarde.
- Constante 'regen' van meteorietenmateriaal op aarde.
- Meteorieten met chondrules (chondrieten) zijn primitief en niet gedifferentieerd.
- CAI (Ca-Al rich inclusions) zijn de eerste solidus fase (4.567 Ga).
- Gedifferentieerde meteorieten komen van lichamen met een kern, mantel en korst.
Evolutie en Structuur van de Aarde
- Differentiatie leidde tot de inwendige structuur: kern (Fe, Ni), mantel (Fe, Mg silicaten), korst (Na, K, Al silicaten).
- Inslag van Theia leidde tot de vorming van de maan.
- Asteroïde-inslagen brachten H_2O en vluchtige elementen.
- De Maan is gevormd na een inslag van een groot hemellichaam op de Aarde.
- Zware bombardementen in de vroege planeten.
Warmtebronnen en de Vroege Aarde
- Warmtebronnen: Accretiewarmte, radioactiviteit (26Al, 60Fe). Warmteoverdracht door geleiding, convectie, straling.
- Vroege atmosfeer was CO_2-rijk. Oceanen vormden zich 4.4 Ga geleden.
- De aarde is nog steeds actief door radioactief verval van U, Th, K.
Samenstelling en Topografie van de Aarde
- Verschil in topografie tussen continentale en oceanische korst door verschil in samenstelling en dichtheid.
Opbouw van de Aarde: Concentrische Lagen
- De Aarde is opgebouwd uit lagen met een gecentreerde massa.
- Verschillen tussen continentale (graniet, minder dicht) en oceanische (basalt, dichter) korst.
- Lithosfeer omvat korst en bovenste mantel.
- Astenosfeer is een warmere zone in de bovenmantel met plasticiteit.
- Moho is de korst/mantel grens.
- Lithosfeer drijft op de astenosfeer (isostasie).
- Isostatische rebound: landmassa stijgt na het smelten van een ijskap.
Onderzoek van de Inwendige Structuur
- Indirecte methoden: dichtheid, labo-experimenten, meteorieten, seismologie.
- Seismische golven (P, S, oppervlakte) geven informatie over de inwendige structuur.
- Snelheid van S is 0 in vloeistof.
Seismologie en Aardbevingsgolven
- Seismografen meten de intensiteit van seismische golven.
- P en S golven worden gebruikt om de inwendige structuur te bestuderen.
- Mantel-kern grens is de Gütenberg discontinuïteit (S golven stoppen).
- Buitenkern is vloeibaar (Fe-Ni). Binnenkern is vast.
- Grens tussen buiten- en binnenkern is de Lehmann discontinuïteit.
Mantel en Kern
- Mantel is 2885 km dik, ultramafisch gesteente (peridotiet).
- Convectie in de mantel: hete mantel stijgt, koude mantel zinkt.
- Kern is Fe-rijk (buitenkern vloeibaar, binnenkern vast).
- Geothermische gradiënt: toename van T met diepte.
- Astenosfeer = LVZ (low velocity zone).
Seismische Tomografie en Mantelconvectie
- Seismische tomografie geeft beelden van warme en koude zones in de mantel.
- Convectie in de mantel is de motor van platentektoniek.
- De beweging van vloeibaar materiaal in de buitenkern veroorzaakt het magnetisch veld (dynamo theorie).
Geoïde en Samenvatting
- Geoïde = equipotential oppervlak van de aarde = de echte vorm van de aarde.
- Convectie in de mantel is de motor van platentektoniek en beweging in buiten kern (Fe-Ni vloeibaar) = oorzaak van het magneetveld
- Grenzen: Moho, Gütenberg, Lehmann discontinuïteit.
- Samenstelling totaal Aarde: Felsic lithologie