Uitgebreide Studienota's: Diergeneeskundige Parasitologie - Overzicht per Diersoort
ALGEMENE INTRODUCTIE TOT DE KLINISCHE BENADERING
Transitie van theorie naar praktijk: De focus verschuift van algemene biologie naar een diersoortspecifieke aanpak. De cursus moet gereduceerd worden tot de klinisch relevante onderdelen per gastheer.
Ascariden bij verschillende diersoorten: De cursist moet in staat zijn om per diersoort de specifieke ascariden en hun problematiek te filteren.
Uitsluitingen uit de cursus (niet behandeld):
Agriostomum en Ancylostoma gilsoni (doorstrepen).
Dipetalonema en Filaria.
Capillaria plica (te complex voor algemene behandeling; enkel Capillaria bij de duif is relevant voor de lijst).
DE HOND (KLEINE HUISDIEREN): INTESTINALE EN SYSTEMISCHE PARASITEN
Maagparasieten: Overal in de cursus vermeld, maar vaak minder frequent klinisch relevant dan darmparasieten.
Dunne darm parasieten (de belangrijkste soorten):
Toxocara canis: Zeer belangrijk vanwege incidentie en pathogeniteit, vooral bij pups.
Toxascaris leonina: Lijkt op T. canis, maar verschilt fundamenteel qua cyclus.
Klinische problematiek van Toxocara canis:
Levenscyclus en migratie: Volgt de route: Lever $\rightarrow$ Hart $\rightarrow$ Long.
Symptomen bij pups (< 6 weken): De klassieke cyclus zorgt voor eosinofiele pneumonie (hoesten op zeer jonge leeftijd). Bij zware infecties (prenataal/perinataal) kan leverbeschadiging optreden, wat in extreme gevallen leidt tot icterus (geelzucht). De adulten in de dunne darm veroorzaken "dikke buikjes" en een slechte algehele toestand.
Leeftijdsafhankelijke verschuiving:
Bij pups jonger dan weken: Normale entero-hepatische-pulmonaire route.
Tussen weken en maanden: Progressieve overgang van de klassieke route naar de somatische route.
Ouder dan maanden: Vrijwel uitsluitend systemische migratie. De larven gaan in een "slaaptoestand" (L2) in weefsels of de melkklier.
Besmettingswegen en Infectiebronnen:
Resistente eieren: Besmetting uit de rurale of lokale omgeving.
Galactogeen: Via de moedermelk (L2 larven die migreren naar de melkklier).
Prenataal: Besmetting in de baarmoeder.
Paratenische gastheer: Bij opname van een paratenische gastheer vindt er geen lever-hart-long migratie meer plaats; de worm ontwikkelt direct intestinaal. Dit verklaart waarom volwassen reuen en teven toch patente infecties kunnen krijgen.
Behandelingsschema voor Toxocara: Gebruik van middelen zoals Albendazol. Schema: om de weken tot de pup maanden oud is, daarna maandelijks tot maanden. Volwassen honden jaarlijks behandelen.
Toxascaris leonina: Laag pathogeen omdat deze geen extra-intestinale migratie vertoont. Heeft een puur intestinale cyclus. Wordt meebestreden bij een standaardbehandeling tegen Toxocara.
Ancylostoma caninum (Haakwormen):
Etymologie: Anchylos betekent haak.
Pathogeniteit: Behoren tot de meest pathogene rondwormen. Ze zijn hematofaag (bloedzuigend) in de dunne darm en vertonen migratie.
Besmetting: Kan percutaan (door de huid).
Zoönose: Veroorzaakt Cutane Larva Migrans bij de mens; de larven kunnen niet verder migreren in de onnatuurlijke menselijke gastheer (blinde gastheer).
Dipylidium caninum (Lintworm):
Uiterlijk en Diagnose: Proglottiden zien eruit als rijstkorrels. Diagnostisch stadium: eicapsules (pathognomonisch bij mestonderzoek). Symptoom: "sleetje rijden" (anaal schuren), hoewel dit ook door verstopte anaalklieren kan komen.
Tussengastheer: De vlo (Ctenocephalides) of de luis. Behandeling moet altijd een combinatie zijn van lintwormmiddelen (Praziquantel) en vlooienbestrijding.
Zoönose: Vooral bij kinderen die eitjes of vlooien opnemen via de mond.
Echinococcus granulosus & Multilocularis:
E. granulosus (Domestic cycle): Vormt grote hydatide cysten in organen van de mens (tussengastheer). Diagnose via beeldvorming. Behandeling mens: PAIR-procedure (Punctie, Aspiratie, Injectie van hypertone oplossing/formol, Re-aspiratie) gecombineerd met Albendazol.
E. multilocularis (Sylvatic cycle): Bij vossen en wolven. Zeer infiltratief (lijkt op leverkanker). Geen PAIR mogelijk. Levenslange behandeling met Albendazol is vaak noodzakelijk.
Preventie: Bosvruchten onder een hoogte van niet ongewassen eten.
Trichuris vulpis (Zweepworm/Kennelworm):
Locatie: Colon (dikke darm).
Bedrijfsprobleem: Eieren zijn extreem resistent en kunnen jaren overleven. Moeilijk weg te krijgen uit kennels.
Pathogeniteit: Veroorzaakt bloedingen doordat het dunne vooreinde ( van het lichaam) diep in de mucosa is ingebed. Kan bij mensen rectale prolaps veroorzaken.
Behandeling: Dosis en duur van de behandeling moeten verhoogd worden (bijv. dagen in plaats van ) omdat de wormen stevig verankerd zitten.
DE KAT: SPECIFIEKE VERSCHILLEN EN ZOÖNOSEN
Toxocara cati: Minder pathogeen dan T. canis omdat het geen prenataal infectietraject kent.
Taenia taeniaeformis: Belangrijke lintworm bij huiskatten, vaak via de vangst van knaagdieren.
Toxoplasma gondii:
Eindgastheer: De kat (seksuele cyclus).
Uitscheiding: Oöcysten via de feces. Deze zijn pas infectieus na sporulatie ( tot dagen).
Tussengastheer: Alle warmbloedige dieren (inclusief de mens). Cyclus: Oöcyste $\rightarrow$ Sporozoïten $\rightarrow$ Tachyzoïten (snel delend in macrofagen) $\rightarrow$ Bradyzoïten (traag delend in cysten in spieren/hersenen).
Toxoplasmose en Zwangerschap:
Gevaar: Enkel bij een primoinfectie (eerste keer) tijdens de zwangerschap. Benodigde antistoffen beschermen bij eerdere blootstelling.
Trimesters:
1e trimester: Lage kans op transmissie (), maar leidt vaak tot mummificatie/abortus.
2e trimester: Grotere kans (). Veroorzaakt zware misvormingen, hydrocephalus en encefalitis (teratogeen effect op orgaanaanleg).
3e trimester: Hoogste kans op transmissie (). Symptomen vaak pas later: blindheid of mentale achterstand.
Diagnose bij zwangeren: Opvolgen van IgM en IgG via ELISA. Bij seroconversie: vruchtwaterpunctie voor PCR op antigenen.
Behandeling zwangeren: Rovamycine gecombineerd met Vitamine (vanwege foliumzuurantagonisme).
Preventie: Kattenbak dagelijks reinigen, geen rauw vlees eten (invriezen helpt), groenten uit de tuin grondig wassen.
HET RUND: ECONOMISCHE IMPACT EN MAAG-DARMWORMAN
Fasciola hepatica (Leverbot):
Biotoop: Natte weiden met de modderslak als tussengastheer.
Kliniek: Bij runderen vaak chronisch. Slachthuisbevinding: "pijpenstelenlever" (dikke, gefibroseerde galgangen).
Behandeling: Triclabendazol (actief tegen immatuur en matuur).
Paramphistomum (Pensbot): Zit in het rumen. Juvenielen in de darmwand kunnen necrotische duodenitis/enteritis veroorzaken bij massale infecties (retrograde migratie).
Ostertagia ostertagi (Belangrijkste maagworm):
Pathogenese: Vernietiging van de maagklieren, stijging van pH in de lebmaag, geen omzetting van pepsinogeen naar pepsine. Resultaat: profuse waterige diarree.
Type I: Zomer ostertagiose (einde eerste weideseizoen, veel adulten).
Type II: Winter ostertagiose (reactivatie van gehypobioseerde L4 larven in het voorjaar).
Prepatente periode: Ongeveer weken.
Dictyocaulus viviparus (Longworm):
Epidemiologie: Translatie via de schimmel Pilobolus die larven meters ver schiet.
Symptoom: "Giftig" hoesten, vaak op het einde van de zomer.
Vaccinatie: Mogelijk met bestraalde (geïrradeerde) L3 larven.
Taenia saginata (Runderlintworm):
Cysticercus bovis: De cysten in de spieren (hart, kauwspieren). Slachthuisbevinding leidt tot invriezen van het vlees.
Mens: Eindgastheer na eten van rauw vlees. Behandeling: Niclosamide (Yomesan).
SCHAAP EN GEIT: PARASITAIRE DRUK
Haemonchus contortus (Nematode): Zeer pathogeen, hematofaag. Veroorzaakt anemie en hypoproteinemie (flessehals/bottle jaw). Sterke resistentie tegen Ivermectine en Benzimidazolen.
Behandeling resistentie: Salicylaniliden zoals Closantul of Rafoxanide.
Lucilia (Myiasis): Groene vliegen die eitjes leggen in met mest bevuilde wol (bijvoorbeeld door diarree). De larven veroorzaken huidnecrose.
HET PAARD: CYATHOSTOMEN EN STRONGYLIDEN
Grote Strongyliden (Strongylus vulgaris): Meest pathogeen. Veroorzaken aneurysma's in de arteria mesenterica cranialis, wat leidt tot trombo-embolische koliek. Lange prepatente periode ( tot maanden).
Kleine Strongyliden (Cyathostomen): Korte prepatente periode, vertonen hypobiose. Larvale cyathostomiase veroorzaakt ernstige diarree/koliek bij massale opkomst in het voorjaar.
Gasterophilus (Maaghorzel): Gele eitjes op de haren (benen). Larven in de maag veroorzaken erosie.
Oxyuris equi (Aarsmade): Veroorzaakt jeuk aan de staartbasis ("rattenstaart").
Anoplocephala (Lintworm): Zit op de ileocecale klep; oorzaak van koliek bij oudere paarden.
HET VARKEN: INTENSIEVE VEEHOUDERIJ
Ascaris suum: Meest belangrijke spoelworm. Slachthuisbevinding: "milk spots" in de lever (fibrotische migratielasies).
Strongyloides ransomi: Probleem in de kraamstal bij biggen.
Trichinella spiralis: Zoönose via rauw varkensvlees. De mens is zowel eindgastheer als tussengastheer (larven in spieren).
PLUIMVEE EN COCCIDIOSE
Eimeria species:
E. tenella: Meest pathogeen (cecale bloedingen).
E. necatrix: Zeer pathogeen, diepe laesies.
E. acervulina: Meest frequent, hoge oöcyste productie.
Management:
Rotatie: Veranderen van product tussen rondes.
Shuttle-programma: Veranderen van product binnen één productiecyclus ( tot weken).
Vaccinatie:
Trickle infection: Lage dosis artificiële infectie (risico bij vochtigheid).
Precocious lines: Verzwakte stammen die slechts enkele generaties schizogonie doen.
QUESTIONS & DISCUSSION
Vraag over blindheid: Naast Toxocara en Toxoplasma, welke parasieten geven nog blindheid?
Antwoord: Onchocerca (tropisch, via insecten), Acanthamoeba (lenzen), en Cysticercus (als de cyste in het oog nestelt).
Vraag over Ivermectine en schurft: Waarom werkt Ivermectine niet tegen Chorioptes?
Antwoord: Chorioptes (pootschurft) leeft zeer oppervlakkig en zuigt geen bloed of lymfe. Ivermectine bereikt de mijt dus niet. Psoroptes zuigt wel dieper en is wel gevoelig.
Examenadvies: Gebruik kernwoorden, pijltjes en structureer je antwoord (bijvoorbeeld grote vs. kleine strongyliden bij het paard). Schrijf leesbaar: "We zijn er niet om u te buizen, maar om u te helpen."