Uitgebreide Studienota's: Diergeneeskundige Parasitologie - Overzicht per Diersoort

ALGEMENE INTRODUCTIE TOT DE KLINISCHE BENADERING

  • Transitie van theorie naar praktijk: De focus verschuift van algemene biologie naar een diersoortspecifieke aanpak. De cursus moet gereduceerd worden tot de klinisch relevante onderdelen per gastheer.

  • Ascariden bij verschillende diersoorten: De cursist moet in staat zijn om per diersoort de specifieke ascariden en hun problematiek te filteren.

  • Uitsluitingen uit de cursus (niet behandeld):

    • Agriostomum en Ancylostoma gilsoni (doorstrepen).

    • Dipetalonema en Filaria.

    • Capillaria plica (te complex voor algemene behandeling; enkel Capillaria bij de duif is relevant voor de lijst).

DE HOND (KLEINE HUISDIEREN): INTESTINALE EN SYSTEMISCHE PARASITEN

  • Maagparasieten: Overal in de cursus vermeld, maar vaak minder frequent klinisch relevant dan darmparasieten.

  • Dunne darm parasieten (de belangrijkste soorten):

    • Toxocara canis: Zeer belangrijk vanwege incidentie en pathogeniteit, vooral bij pups.

    • Toxascaris leonina: Lijkt op T. canis, maar verschilt fundamenteel qua cyclus.

  • Klinische problematiek van Toxocara canis:

    • Levenscyclus en migratie: Volgt de route: Lever $\rightarrow$ Hart $\rightarrow$ Long.

    • Symptomen bij pups (< 6 weken): De klassieke cyclus zorgt voor eosinofiele pneumonie (hoesten op zeer jonge leeftijd). Bij zware infecties (prenataal/perinataal) kan leverbeschadiging optreden, wat in extreme gevallen leidt tot icterus (geelzucht). De adulten in de dunne darm veroorzaken "dikke buikjes" en een slechte algehele toestand.

    • Leeftijdsafhankelijke verschuiving:

      • Bij pups jonger dan 66 weken: Normale entero-hepatische-pulmonaire route.

      • Tussen 66 weken en 66 maanden: Progressieve overgang van de klassieke route naar de somatische route.

      • Ouder dan 66 maanden: Vrijwel uitsluitend systemische migratie. De larven gaan in een "slaaptoestand" (L2) in weefsels of de melkklier.

  • Besmettingswegen en Infectiebronnen:

    • Resistente eieren: Besmetting uit de rurale of lokale omgeving.

    • Galactogeen: Via de moedermelk (L2 larven die migreren naar de melkklier).

    • Prenataal: Besmetting in de baarmoeder.

    • Paratenische gastheer: Bij opname van een paratenische gastheer vindt er geen lever-hart-long migratie meer plaats; de worm ontwikkelt direct intestinaal. Dit verklaart waarom volwassen reuen en teven toch patente infecties kunnen krijgen.

  • Behandelingsschema voor Toxocara: Gebruik van middelen zoals Albendazol. Schema: om de 22 weken tot de pup 22 maanden oud is, daarna maandelijks tot 66 maanden. Volwassen honden jaarlijks behandelen.

  • Toxascaris leonina: Laag pathogeen omdat deze geen extra-intestinale migratie vertoont. Heeft een puur intestinale cyclus. Wordt meebestreden bij een standaardbehandeling tegen Toxocara.

  • Ancylostoma caninum (Haakwormen):

    • Etymologie: Anchylos betekent haak.

    • Pathogeniteit: Behoren tot de meest pathogene rondwormen. Ze zijn hematofaag (bloedzuigend) in de dunne darm en vertonen migratie.

    • Besmetting: Kan percutaan (door de huid).

    • Zoönose: Veroorzaakt Cutane Larva Migrans bij de mens; de larven kunnen niet verder migreren in de onnatuurlijke menselijke gastheer (blinde gastheer).

  • Dipylidium caninum (Lintworm):

    • Uiterlijk en Diagnose: Proglottiden zien eruit als rijstkorrels. Diagnostisch stadium: eicapsules (pathognomonisch bij mestonderzoek). Symptoom: "sleetje rijden" (anaal schuren), hoewel dit ook door verstopte anaalklieren kan komen.

    • Tussengastheer: De vlo (Ctenocephalides) of de luis. Behandeling moet altijd een combinatie zijn van lintwormmiddelen (Praziquantel) en vlooienbestrijding.

    • Zoönose: Vooral bij kinderen die eitjes of vlooien opnemen via de mond.

  • Echinococcus granulosus & Multilocularis:

    • E. granulosus (Domestic cycle): Vormt grote hydatide cysten in organen van de mens (tussengastheer). Diagnose via beeldvorming. Behandeling mens: PAIR-procedure (Punctie, Aspiratie, Injectie van hypertone oplossing/formol, Re-aspiratie) gecombineerd met Albendazol.

    • E. multilocularis (Sylvatic cycle): Bij vossen en wolven. Zeer infiltratief (lijkt op leverkanker). Geen PAIR mogelijk. Levenslange behandeling met Albendazol is vaak noodzakelijk.

    • Preventie: Bosvruchten onder een hoogte van 0,5m0,5\,m niet ongewassen eten.

  • Trichuris vulpis (Zweepworm/Kennelworm):

    • Locatie: Colon (dikke darm).

    • Bedrijfsprobleem: Eieren zijn extreem resistent en kunnen jaren overleven. Moeilijk weg te krijgen uit kennels.

    • Pathogeniteit: Veroorzaakt bloedingen doordat het dunne vooreinde (2/32/3 van het lichaam) diep in de mucosa is ingebed. Kan bij mensen rectale prolaps veroorzaken.

    • Behandeling: Dosis en duur van de behandeling moeten verhoogd worden (bijv. 33 dagen in plaats van 11) omdat de wormen stevig verankerd zitten.

DE KAT: SPECIFIEKE VERSCHILLEN EN ZOÖNOSEN

  • Toxocara cati: Minder pathogeen dan T. canis omdat het geen prenataal infectietraject kent.

  • Taenia taeniaeformis: Belangrijke lintworm bij huiskatten, vaak via de vangst van knaagdieren.

  • Toxoplasma gondii:

    • Eindgastheer: De kat (seksuele cyclus).

    • Uitscheiding: Oöcysten via de feces. Deze zijn pas infectieus na sporulatie (22 tot 33 dagen).

    • Tussengastheer: Alle warmbloedige dieren (inclusief de mens). Cyclus: Oöcyste $\rightarrow$ Sporozoïten $\rightarrow$ Tachyzoïten (snel delend in macrofagen) $\rightarrow$ Bradyzoïten (traag delend in cysten in spieren/hersenen).

  • Toxoplasmose en Zwangerschap:

    • Gevaar: Enkel bij een primoinfectie (eerste keer) tijdens de zwangerschap. Benodigde antistoffen beschermen bij eerdere blootstelling.

    • Trimesters:

      • 1e trimester: Lage kans op transmissie (10%10\%), maar leidt vaak tot mummificatie/abortus.

      • 2e trimester: Grotere kans (30%30\%). Veroorzaakt zware misvormingen, hydrocephalus en encefalitis (teratogeen effect op orgaanaanleg).

      • 3e trimester: Hoogste kans op transmissie (60%60\%). Symptomen vaak pas later: blindheid of mentale achterstand.

    • Diagnose bij zwangeren: Opvolgen van IgM en IgG via ELISA. Bij seroconversie: vruchtwaterpunctie voor PCR op antigenen.

    • Behandeling zwangeren: Rovamycine gecombineerd met Vitamine B12B_{12} (vanwege foliumzuurantagonisme).

    • Preventie: Kattenbak dagelijks reinigen, geen rauw vlees eten (invriezen helpt), groenten uit de tuin grondig wassen.

HET RUND: ECONOMISCHE IMPACT EN MAAG-DARMWORMAN

  • Fasciola hepatica (Leverbot):

    • Biotoop: Natte weiden met de modderslak als tussengastheer.

    • Kliniek: Bij runderen vaak chronisch. Slachthuisbevinding: "pijpenstelenlever" (dikke, gefibroseerde galgangen).

    • Behandeling: Triclabendazol (actief tegen immatuur en matuur).

  • Paramphistomum (Pensbot): Zit in het rumen. Juvenielen in de darmwand kunnen necrotische duodenitis/enteritis veroorzaken bij massale infecties (retrograde migratie).

  • Ostertagia ostertagi (Belangrijkste maagworm):

    • Pathogenese: Vernietiging van de maagklieren, stijging van pH in de lebmaag, geen omzetting van pepsinogeen naar pepsine. Resultaat: profuse waterige diarree.

    • Type I: Zomer ostertagiose (einde eerste weideseizoen, veel adulten).

    • Type II: Winter ostertagiose (reactivatie van gehypobioseerde L4 larven in het voorjaar).

    • Prepatente periode: Ongeveer 33 weken.

  • Dictyocaulus viviparus (Longworm):

    • Epidemiologie: Translatie via de schimmel Pilobolus die larven meters ver schiet.

    • Symptoom: "Giftig" hoesten, vaak op het einde van de zomer.

    • Vaccinatie: Mogelijk met bestraalde (geïrradeerde) L3 larven.

  • Taenia saginata (Runderlintworm):

    • Cysticercus bovis: De cysten in de spieren (hart, kauwspieren). Slachthuisbevinding leidt tot invriezen van het vlees.

    • Mens: Eindgastheer na eten van rauw vlees. Behandeling: Niclosamide (Yomesan).

SCHAAP EN GEIT: PARASITAIRE DRUK

  • Haemonchus contortus (Nematode): Zeer pathogeen, hematofaag. Veroorzaakt anemie en hypoproteinemie (flessehals/bottle jaw). Sterke resistentie tegen Ivermectine en Benzimidazolen.

    • Behandeling resistentie: Salicylaniliden zoals Closantul of Rafoxanide.

  • Lucilia (Myiasis): Groene vliegen die eitjes leggen in met mest bevuilde wol (bijvoorbeeld door diarree). De larven veroorzaken huidnecrose.

HET PAARD: CYATHOSTOMEN EN STRONGYLIDEN

  • Grote Strongyliden (Strongylus vulgaris): Meest pathogeen. Veroorzaken aneurysma's in de arteria mesenterica cranialis, wat leidt tot trombo-embolische koliek. Lange prepatente periode (66 tot 77 maanden).

  • Kleine Strongyliden (Cyathostomen): Korte prepatente periode, vertonen hypobiose. Larvale cyathostomiase veroorzaakt ernstige diarree/koliek bij massale opkomst in het voorjaar.

  • Gasterophilus (Maaghorzel): Gele eitjes op de haren (benen). Larven in de maag veroorzaken erosie.

  • Oxyuris equi (Aarsmade): Veroorzaakt jeuk aan de staartbasis ("rattenstaart").

  • Anoplocephala (Lintworm): Zit op de ileocecale klep; oorzaak van koliek bij oudere paarden.

HET VARKEN: INTENSIEVE VEEHOUDERIJ

  • Ascaris suum: Meest belangrijke spoelworm. Slachthuisbevinding: "milk spots" in de lever (fibrotische migratielasies).

  • Strongyloides ransomi: Probleem in de kraamstal bij biggen.

  • Trichinella spiralis: Zoönose via rauw varkensvlees. De mens is zowel eindgastheer als tussengastheer (larven in spieren).

PLUIMVEE EN COCCIDIOSE

  • Eimeria species:

    • E. tenella: Meest pathogeen (cecale bloedingen).

    • E. necatrix: Zeer pathogeen, diepe laesies.

    • E. acervulina: Meest frequent, hoge oöcyste productie.

  • Management:

    • Rotatie: Veranderen van product tussen rondes.

    • Shuttle-programma: Veranderen van product binnen één productiecyclus (66 tot 77 weken).

    • Vaccinatie:

      • Trickle infection: Lage dosis artificiële infectie (risico bij vochtigheid).

      • Precocious lines: Verzwakte stammen die slechts enkele generaties schizogonie doen.

QUESTIONS & DISCUSSION

  • Vraag over blindheid: Naast Toxocara en Toxoplasma, welke parasieten geven nog blindheid?

    • Antwoord: Onchocerca (tropisch, via insecten), Acanthamoeba (lenzen), en Cysticercus (als de cyste in het oog nestelt).

  • Vraag over Ivermectine en schurft: Waarom werkt Ivermectine niet tegen Chorioptes?

    • Antwoord: Chorioptes (pootschurft) leeft zeer oppervlakkig en zuigt geen bloed of lymfe. Ivermectine bereikt de mijt dus niet. Psoroptes zuigt wel dieper en is wel gevoelig.

  • Examenadvies: Gebruik kernwoorden, pijltjes en structureer je antwoord (bijvoorbeeld grote vs. kleine strongyliden bij het paard). Schrijf leesbaar: "We zijn er niet om u te buizen, maar om u te helpen."