Managerialisme – Samenvatting (Klikauer)

Definitie en kernideeën

  • Managerialisme is een ideologie die systematisch opereert in publieke en commerciële organisaties en in de samenleving, waarbij eigenaren, werknemers en civil society weinig beslissingskracht houden. Het verschuift van louter management naar een ideologische legitimatie van management als zodanig.
  • Doel: camoufleren dominantie, contradicties verdoezelen en emancipatie belemmeren door technocratische, meetbare en ratio-achtige benaderingen.
  • Het onderscheid tussen management en managerialisme wordt benadrukt: management is de operationele praktijk; managerialisme is de ideologie erachter die uitbreiding naar non-business velden stimuleert.

Historische ontwikkeling

  • Managerialisme is de nieuwste fase in de geschiedenis van management, voortgekomen uit factory administration en industrial capitalism.
  • Belangrijke figuren in de vroege 20e eeuw (Frederic Taylor, Henri Fayol, Henry Ford) legitimeerden management; later werd dit aanvankelijk veralgemeend naar andere terreinen.
  • De term managerialism verschijnt in gerichte werken vanaf 1968 (Prasad); daaropvolgend met prominente bijdragen van Pollitt (1990), Enteman (1993), Locke & Spender (2011), Klikauer (2013, 2019/2023).
  • De overgrote meerderheid van deze denkers ziet managerialisme als een ideologie die ook de publieke sfeer infiltreert, vaak onder de noemer van “nieuwe publieke managers” en as-if organisaties.

Drie benaderingen om managerialisme te begrijpen

  • Organisational theory (organisatie-oriëntatie): vijf kernpunten die managerialisme legitimeren als een uiteindelijke, wereldwijde managementideologie.
  • Global theory (globale theorie): managerialisme als wereldwijd fenomenen; winstmaximalisatie en kapitalistische logica als drijvende kracht; groei en voortdurende rationalisering op mondiaal niveau.
  • Trident theory (drie-eenheidsbenadering): drie visies – Neo-Taylorisme, Entrepreneurial managerialism, Cultural managerialism – met verschillende vormen van controle en rationaliteit.

De organisatorische theorie van managerialisme – vijf kernpunten

  1. ThePrivateSectorIsSuperiorThe Private Sector Is Superior: private methoden worden geacht superieur aan publieke administratie.
  2. ManagementIsGoodManagement Is Good: management is praktisch, ‘hands-on’, en toekomstgericht; optimisme over de controleerbaarheid van de toekomst.
  3. ManagementIsaDiscreteFunctionManagement Is a Discrete Function: management is de enige instantie die namens de eigenaren constitueert en beheert.
  4. ManagementIsRationalManagement Is Rational: management wordt gepresenteerd als technisch, rationeel, waardeneutraal, generiek en universeel toepasbaar.
  5. OrganisationalBehaviourOrganisational Behaviour: gedrag wordt gemeten en gemonetariseerd; menselijk gedrag wordt omgevormd tot ‘organisational behaviour’.

Managerialisme op globaal niveau

  • Managerialisme is een wereldwijd fenomeen dat grenzen van publieke/ private organisaties overstijgt en samenhangt met globalisering van marktideologie.
  • Winst als drijvende kracht blijft de maatstaf; Adam Smith’s winstbejag krijgt voorrang boven andere overwegingen, terwijl politiek-economische ideeën worden gecamoufleerd.
  • Het idee van managerialism als de organisatorische ideologie van vandaag; legitimering van oneindige groei en invloed op investeerders, markten en publieke perceptie via PR.
  • Kritiekpunten: groei wordt gepresenteerd als onvermijdelijk en ‘nuttig’ door kapitalistische logica, maar verbergt monopolies en ecologische schade; morele grenzen worden vaak overschreden zonder morele terughoudendheid.
  • Neoliberalisme werkt samen met managerialisme: organisatorische homogenisatie wereldwijd, maar een schijn van individualiteit en keuze blijft bestaan.
  • Doel: expansie en structuurverklaarbaarheid zonder democratische legitimatie; de focus op groei, efficiëntie en winst gaat vaak ten koste van arbeid, gemeenschap en milieu.

De trident theorie van managerialisme

  • Oorsprong: Hoyle & Wallace (2005) – Neo-Taylorist managerialism, Entrepreneurial managerialism, Cultural managerialism.
  • Neo-Taylorism: directe/technische controle via doelstellingen, KPI’s en high-performance work systems.
  • Entrepreneurial managerialism: focus op de individuele ondernemer; controle via financiële prikkels en beloning; besluitvorming verschuift naar werknemers.
  • Cultural managerialism: nadruk op organisatiecultuur en ideologie; vertrouwen en gedeelde visie; minder discipline/financiële sancties.
  • Controletypes (Edwards): neo-Taylorism – direct/technische controle; entrepreneurial en cultural managerialism – bureaucratische en ideologische controle.
  • Concreet: drie varianten bieden verschillende perspectieven op hoe managerialisme macht en controle uitoefent binnen organisaties.

Conclusie

  • Managerialisme is een langdurig, theoretisch ontwikkelde ideologie, geen volledig coherente theorie op zichzelf.
  • Gemeenschappelijke thema’s: managerialisme zoekt expansie, is intrinsiek ideologisch en legitimeert hiërarchische, autoritaire praktijken.
  • Theorieën (organisatieel, globaal, trident) vullen elkaar aan en drukken verschillende kanten van hetzelfde fenomeen uit; geen van hen vervangt de ander.
  • Formule (samenvattend kader):
  • MA=M+I+EMA = M + I + E
    where M=extmanagement,I=extideology,E=extexpansion.M = ext{management},\, I = ext{ideology},\, E = ext{expansion}.
  • Praktische implicatie: managerialisme bewaakt en legitimeert groei, while de democratie, menselijkheid en ecologische waarden onder druk staan.

Aanvullende termen en referenties (selectie)

  • Nieuwe publieke management (NPM) als context voor publieke managerialisme.
  • Belangrijke auteurs: Prasad, Pollitt, Enteman, Locke & Spender, Klikauer (2013, 2019, 2023).
  • Centrale conclusie: managerialisme is de organisatorische ideologie van vandaag die management en expansie combineert met een cynisch gebruik van metrics en een gebrek aan democratische legitimatie.