Stuvia-370338-samenvatting-anatomie-jaar-1-blok-a-fysiotherapie-hu

Samenvatting Anatomie Jaar 1 Blok A Fysiotherapie HU

  • Uiteraard, dit document is auteursrechtelijk beschermd.

  • Extra verdienen kan tot € 912 per jaar.

Bewegingen en Terminologie

  • Opzij bewegen: om de sagittale as.

  • Naar voren/achter: om de frontale as.

  • Transversaal vlak: longitudinale as.

  • Anteflexie: naar de voorkant bewegen.

  • Retroflexie: naar de achterkant bewegen.

Richtingaanduidende Termen

  • Ventraal: naar de buikzijde.

    • Ventraal flexie: voorwaarts buigen van de wervelkolom.

    • Dorsaalflexie: voet naar boven.

    • Plantairflexie: tegenovergestelde van dorsaalflexie.

  • Mediaal: aan de binnenzijde van het lichaam.

  • Lateraal: aan de buitenzijde van het lichaam.

  • Proximaal: dichterbij het centrum.

  • Distaal: verder van het centrum.

  • Craniaal: naar de hoofdzijde.

  • Caudaal: naar de staartzijde.

  • Pronatie: rotatie naar binnen.

  • Supinatie: rotatie naar buiten.

  • Elevatie: schouders omhoog.

  • Depressie: schouders omlaag.

  • Laterorotatie: schouderblad naar buiten.

  • Mediorotatie: schouderblad naar binnen.

  • Nutatie: bewegende bekken.

  • Contranutatie: achteroverkanteling.

Osteologie

  • Junctura ossea: botverbinding; verbeend, geen beweeglijkheid, voor stevigheid.

  • Junctura fibrosa: bindweefselverbinding met syndesmosis (bindweefsel tussen fibula en tibia).

  • Junctura cartilaginea: kraakbeenverbinding met synchondrosis (tussen ribben en sternum) en symphysis (vezelig kraakbeen).

  • Junctura synovialis: gewrichtsvloeistof, inclusief kraakbeen, gewrichtskapsel, en meniscus.

Gewrichtsindeling

  • Enkelvoudig gewricht: articulatio simplex.

  • Meervoudig gewricht: articulatio composita.

  • Complexe gewrichten: articulatio complexa.

  • Synoviale gewrichten indeling:

    • Articulatio cylindrica: cilindergewricht.

    • Articulatio ginglymus: scharniergewricht.

    • Articulatio trochoidea: draaigewricht.

    • Articulatio sellaris: zadelgewricht.

    • Articulatio ellipsoidea: ellipsvormig gewricht.

    • Articulatio sphaeroidea: bolvormig gewricht.

    • Articulatio plana: vlak gewricht.

Bewegingen in Botten

  • Articulatio sphaeroidea: roteren in alle richtingen.

  • Articulatio cylindrica: scharnier en rolgewricht.

  • Bewegingsmogelijkheden

    • Heup: exorotatie, endorotatie, abductie, adductie, anteflexie, retroflexie.

    • Knie: flexie, extensie.

    • Elleboog: pronatie, supinatie.

    • Pols: radiaalflexie, ulnairflexie, plantairflexie, dorsaalflexie.

Spierweefseltypen

  • Glad spierweefsel:

    • Samentrekken gaat langzaam, autonoom, nooit moe.

  • Skeletspierweefsel:

    • Dwarsgestreept, onder invloed van bewuste wil, snel moe.

  • Hartspierweefsel:

    • Eigenschappen van glad en skeletspierweefsel, autonoom, nooit moe.

Spierstructuur en -eigenschappen

  • Opbouw skeletspier:

    • Spier -> Spierbundel -> Spiervezel -> Myofibril -> Myofilamenten (actine/myosine).

  • Contractievormen:

    • Isometrisch: geen lengteverandering.

    • Concentrisch: spieren verkorten.

    • Excentrisch: spieren verlengen.

Heupanatomie

  • Articulatio coxae: heupgewricht.

  • Heupspieren:

    • Musculus iliopsoas (ventraal).

    • Dorsale heupspieren: - M. gluteus maximus, minimus, medius, tensor fasciae latae.

  • Adductoren:

    • M. adductor longus, brevis, magnus.

Knie Anatomie

  • Articulatio genus: kniegewricht, scharniergewricht.

  • Gewrichtsstructuur: menisci, cruciate en collaterale ligamenten.

Functionele Bewegingen

  • Flexie, extensie, exorotatie en endorotatie in de knie.

Pathologie

  • Jumpers knee: aandoening door overbelasting.

  • Runner’s Knee: frictiesyndroom.

Menisci en Stabiliteit

  • Menisci corrigeren incongruenties van gewrichtsvlakken.

  • Stabiliteit van de knie wordt verzorgd door kruisbanden ( Ligamentum cruciatum).

Diverse Anatomische Termen

  • Tuberositas, Caput, Femoris: relevante posities en knobbels van het bot.

Bereiken van Diagnostiek

  • Actieve en passieve range of motion (AROM en PROM) zijn essentieel in fysiotherapie assessments.