Celbiologie H8.2
Beweging en Contractie
Myosine Motoreiwitten
Myosine motoreiwitten spelen een cruciale rol in de beweging door microfilament sporen.
Ze zijn betrokken bij de beweging langs actinefilamenten in cellen.
Structuur en Beweging van Myosine
Myosine heeft verschillende isovormen (24 klassen) en een specifieke opbouw afhankelijk van de zware keten.
Elke isovorm heeft een eigen expressiepatroon in verschillende cellen.
Myosine II is betrokken bij spiercontractie, myosine V en I bij vesiculair transport, en myosine VI bij fagocytose.
ATPase Activiteit
ATPase-activiteit in myosine:
ATP wordt omgezet in ADP + Pi + energie.
Deze energie wordt omgezet in mechanische arbeid.
Myosine bindt aan actine, meestal richting het plus einde, voor directionele beweging.
Myosine kan ook cargo binden voor verplaatsing.
Bewegingen Via Myosine Motoreiwitten
Subcellulaire Beweging: Vesiculair transport.
Cellulaire Beweging: Celmigratie en celdeling.
Orgaanspiercontractie: Myosine motoren zijn essentieel voor deze processen.
Structuur van Myosine Motoreiwitten
Domeinopbouw
Myosine bestaat uit multimere samenstellingen met:
Zware ketens die de isovorm bepalen.
Lichte ketens.
Hoofd (motordomein):
ATP bevat bindingsplaatsen die conformational changes teweegbrengen.
Nek: Functie als hefboom voor beweging.
Staart: Zorgt voor dimerisering via een coiled-coil structuur; bindt aan cargo.
Myosine II
Myosine II werkt als motoreiwit voor spiercontractie.
Bestaat uit een hexamer structuur (twee zware ketens en vier lichte ketens).
Typische domeinen: hoofd, nek, en staart.
In spiercellen verantwoordelijk voor contractie en in niet-spiercellen voor cytokinese.
Sarcomeer
Structuur van de skeletspier: myofibrillen bestaan uit seriële sarcomeren, begrensd door Z-schijven.
Sarcomeren zijn de structurele en functionele eenheden van de skeletspier.
Bestaan uit dikke filamenten (myosine) en dunne filamenten (actine).
Gestreept patroon door afwisseling van A-banden (donker) en I-banden (licht).
Mechanisme van Spiercontractie
Sliding Filament Model:
Verk laart de inkorting van het sarcoomeren.
Tijdens contractie blijven de lengtes van dunne en dikke filamenten gelijk, terwijl het sarcomeer korter wordt.
Dwarsbrugcyclus
Interactie tussen myosinehoofdjes en actine leidt tot contractie.
ATPase activiteit is gekoppeld aan de dwarsbrugcyclus.
Myosinehoofdje trekt aan F-actine tijdens deze cyclus voor een slagbeweging.
Regulatie van Spiercontractie
Afhankelijk van de calciumconcentratie:
Laag calcium: geen interactie tussen actine en myosine, spier is ontspannen.
Hoog calcium: Ca2+ bindt aan troponine, waardoor binding met actine mogelijk wordt en contractie plaatsvindt.
Celmigratie
Voortbeweging van cellen door dynamiek van microfilamenten.
Voorbeelden omvatten macrofagen, groeiconi van neuronen, en kankercellen.
Beweging wordt aangestuurd door het herschikken van F-actine en deformatie van celadhesies.
Chemotaxis
Richtingsgebonden celbeweging door signaalmoleculen.
Chemo-attractanten trekken cellen aan; chemorepellanten stoten ze af.
Signaaltransductie activeert actine dynamiek voor migratie.
Voorbeeld: groeiconus van een neuron of witte bloedcelbeweging naar bacteriën.