Untitled
Psychoanalyse = Sigmund Freud focust op onderbewustzijn patiënt
Vrije associatie = alles eruit gooien wat nodig is
Duiden = Zaken vanuit meer perspectieven bekijken (droom, jeugd, ervaring)
Abstinentie = zakelijke afstand tot patiënt
Affectregulering = gevoel toelaten, begrijpen en mee omgaan
Driftmodel = verdrongen problemen uit kindertijd komen samen in seksuele en agressieve driften
Object-relatie model = relaties in kindertijd en hoe dat onderdeel van jezelf is geworden
Zelfpsychologisch model = focust op tekorten uit kindertijd à zwak identiteit en zelfgevoel
Interactioneel model = problematische conflicten tussen mensen ontstaan in de kindertijd
Eros = levensdrift
Thanatos = doodsdrift
Drift = aangeboren biologische kracht
Es = drift, drang, verlangen (het)
Ego = onderdrukt frustraties (es)
Super-ego = geïnternaliseerde geboden/verboden van de omgeving
Regressie = terugval naar een fase
Fixatie = enkel gefocust op deze periode en behoeften/gedragingen
Orale fase (baby) = mond, te weinig à dominantie babybehoeften à verslaving
Anale fase (peuter) = ontlasting/gedrag onder controle en eigen wil à autoriteit, regels, orde Koppigheidsfase = evenwicht tussen eigen wil en de wil van de omgeving
Fallische fase (kleuter) = geslachtsverschil à problemen relatie/seksuele trouw/jaloezie
Latentiefase (schoolkind) = blik op de buitenwereld/school/leeftijdsgenoten
Genitale fase (puber) = actualiteit driften/conflicten door hormonen in sociale situatie à volwassen relaties op werk, liefde en vriendschapsgebied
Afweermechanisme = inzetten om jezelf te beschermen (gevoel/gedachten onbewust)
Verdringing = wegstoppen gedachten/gevoelens gebeurtenissen (niet toelaten)
Ontkenning = zaken ontkennen, ‘Niet gebeurd’
Projectie = toeschrijven gedachten, emoties, driften, behoeften aan anderen
Rationalisatie = wegpraten emoties en verklaring zoeken die niet berust op waarheid
Verplaatsing = emotie die in een bepaalde situatie is opgeroepen verschuiven naar andere persoon/situatie
Sublimatie = onjuist gedrag omzetten naar maatschappelijk geaccepteerd gedrag
Reactieformatie = situatie omkeren, angst onschadelijk maken door omgekeerde in bewuste toe te laten)
Overdracht = beleven van gevoelens bij iemand die horen bij iemand uit het verleden
Tegenoverdracht = Als therapeut last heeft van overdracht op patiënt