chemie


  1. indeling van samengestelde stoffen


VOORKENNIS


ionbinding 

= binding tussen metaal en niet-metaal


covalente binding

=binding tussen 2 niet-metalen


metaalbinding

= binding tussen 2 metalen



STOFKLASSEN


stofklassen

organische verbinding

anorganische verbinding

oorsprong

levend of dood

niet levend

aantal atomen

verspreid

klein of weinig

soorten atomen

altijd C en H soms iets extra

alles mogelijk

aantal gekende stoffen

veel (is van natuur)

beperkt (in labo)

voorbeelden

alcohol, suiker, haar

zand, goud, zout


functionele groep

een stof met een gemeenschappelijk atoom of het heeft dezelfde atoomgroep met dezelfde eigenschappen



ANORGANISCHE VERBINDINGSLASSEN


indicator

= herkenningsmiddel dat aantoont door kleur wat soort stoffen aanwezig zijn

vb: lakmoes = zure-base-indicator: rood = zuur blauw = base




  1. oxide


ontstaan

verbranding

functionele groep

opdeling MO* en NMO*

metaaloxiden, niet-metaaloxiden

naamgeving

ExOy 

altijd binair

is met 2 verschillende atoomsoorten

voorbeelden

roest, lachgas, droogijs, CO2


alleen bij oxiden mono gebruiken !           toepassingen CO2:

CO -> koolstofmonoxide                              gas = gas in frisdrank

NO -> stikstofmonoxide                               vast = droogijs

N2O -> distikstofmonoxide                          vloeibaar = brandblussers




  1. hydroxide 


ontstaan

metaaloxide reageert met water

functionele groep

OH

naamgeving

M(OH)x 

(vb: magnesiumhydroxide, Mg(OH)2)

voorbeelden

verdund ontstopper, bijtende soda, grondstof kunstzijde, ammoniak




  1. zuren


ontstaan

niet-metaaloxide reageert met water

functionele groep

H

naamgeving

index - waterstof - zuurrest

(vb: waterstoffosfaat, HClO3)

voorbeelden

maag, batterijen, farts, zure regen, extreme ontstopper


opdeling


binair = 2 atoomsoorten (H + nM)

vb: H2S-> waterstofsulfide


ternaire = 3 atoomsoorten (H + nM + O)

vb: HNO3 -> waterstofnitraat




lijst

formule

systematische naam

triviale naam

HNO3

waterstofnitraat

salpeterzuur

H2SO4

diwaterstofsulfaat

zwavelzuur

H2CO3

diwaterstofcarbonaat

koolzuur

H3PO4

triwaterstoffosfaat

fosforzuur

HClO3

waterstofchloraat

HBrO3

waterstofbromaat

HIO3

waterstofjodaat





  1. zouten


samenstelling

hydroxide + zuur

functionele groep

geen (covalente binding)

naamgeving

index -naam metaal (of ammonium) - index - naamzuurest

vb: (NaCl, natriumchloride)

voorbeelden

zout (NaCl), bakpoeder (NaHCO3)


ammonium = NH4





belangrijke stoffen

SiO2

onderdeel aardkorst, graniet, glas

N2O 

lachgas

NaOH 

bijtende soda

NH4OH

ammoniak 

HCl 

zoutzuur/maagsap

H2SO4 

loodbatterijen/zwavelzuur 

H2S 

farts

NaCl 

zout

NaHCO3 

bakpoeder



ORGANISCHE VERBINDINGSKLASSEN


  1. koolwaterstoffen

bestaat uit koolstof (C) en waterstof (H)


voorstellingen

brutoformule

laat de samenstellende atomen van de moleculen zien

voorbeeld:

C3H8        C4H10   C9H20


structuurformule

laat zien hoe atomen met elkaar gebonden zijn

voorbeeld:






skeletnotatie

vereenvoudigde voorstelling door een zigzag structuur

  • verbonden C en H atomen worden niet vernoemd

  • niet verbonden C en H atomen worden vernoemd

voorbeeld:


vertakt

er zijn takken

voorbeeld:







onvertakt

geen takken het is een rechte lijn

voorbeeld:



verzadigd

een lijn

voorbeeld:




onverzadigd

dubbele of 3 dubbele lijnen

voorbeeld:



cyclisch

ringstructuur met geen duidelijk begin en eindpunt

voorbeeld:








acyclisch

duidelijk begin en eindpunt

voorbeeld:





isomerie

2 stoffen met dezelfde brutoformule maar een verschillend structuur

ALKAAN

formule: CnH2n+2 


methaan

CH4

aardgas, biogas, mijngas

  (zeer giftig)

ethaan

C2H6

propaan

C3H8

brandstof gasflessen

butaan

C4H10

en paraffine in kaarsen

(koken en verwarmen ook)

pentaan

C5H12

hexaan

C6H14

heptaan

C7H16

octaan

C8H18

nonaan

C9H20 

decaan

C10H22


aggregatietoestand:








ALKEEN

formule: CnH2n


etheen

C2H4

plantenhormoon voor rijping

propeen

C3H6

buteen

C4H8

penteen

C5H10

grondstoffen:

hexeen

C6H12

(PVC = hard plastic)

hepteen

C7H14

(PE = zacht plastic)

octeen

C8H16

noneen

C9H18

deceen

C10H20

 








ALCOHOL


formule

CnH2n+1OH

functionele groep

hydroxylgroep OH

naamgeving

uitgang -anol (bv. pentanol)

uitgebreide structuurformule

voorbeelden

methanol (CH3OH)

  •  grondstof chemische industrie

  •  zeer giftig 

  • (kan blind worden + dood)

 

ethanol (C2H5OH)

  • drankalcohol

  • ontsmettingsmiddel

  •  (gemaakt in natuurlijke of kunstmatige wijze)



CARBONZUUR

formule

CnH2n+1COOH

functionele groep

carboxylgroep COOH 

naamgeving

uitgang -aanzuur (bv. propaanzuur)

uitgebreide structuurformule

voorbeelden

methaan/mierenzuur (CHOOH)

  • komt in brandnetels -> blaren

  • rode bosmier spuit vr bescherming


ethaan/azijnzuur (C2H3OOH)

  • kuismiddel

  • kookmiddel

  • fixeermiddel