Blok 2.4 (vak B) Materieel Strafrecht

Inleiding, legaliteit, wederrechtelijkheid & causaliteit

Woensdag 15 april 2026 prof. mr. Joost S. Nan

Materieel en Formeel Strafrecht

  • Formeel Strafrecht:
      - Regelt de opsporing, vervolging en berechting.
      - Maakt het juridisch mogelijk en normeert hoe de staat via zijn organen straffen en strafoplegging kan doen gelden.
      - Omvat het strafproces.
  • Materieel Strafrecht:
      - Bepaalde welk gedrag strafbaar is en welke straf daarop volgt.
      - Regelt wie en hoe er gestraft kan worden.
  • Interactie:
      - Beide rechtsgebieden staan voortdurend met elkaar in wisselwerking.
      - Strafbare feiten moeten eerst worden opgespoord, vervolgd en in een tenlastelegging aan de rechter worden voorgelegd.
      - De toepassing van dwangmiddelen hangt af van een verdenking van een wettelijk strafbaar feit.

Hoofdonderwerpen van het vak

  • Wederrechtelijkheid
  • Legaliteit
  • Opzet en schuld
  • Causaliteit
  • Strafuitsluitingsgronden
  • Poging en voorbereiding
  • Samenloop en ne bis in idem
  • Deelneming
  • Corporaties

Functie van Strafrecht en Strafbaarstelling (De Hullu / Van Kempen I.2)

Doel van Strafrecht

  • Voorkomen van ongerichte wraak en eigenrichting.
      - WvSr 1886 MvJ Modderman: Strafrecht is ultimum remedium.
      - Onrecht moet waar mogelijk eerst worden bestreden met privaatrecht, bestuursrecht of tuchtrecht.

Doelstellingen van straffen

  • Klassieke richting: Vergelding is de primaire grondslag van de straf.
  • Relatieve theorieën: Het doel van de straf is de grondslag, met een focus op speciale preventie.
  • Verenigingstheorieën: Combinatie van vergelding en doelgerichtheid.

Geschiedenis van het Wetboek van Strafrecht

  • Wetboek van Strafrecht 1813: Gebaseerd op de Franse Code Pénal.
      - Koning Willem I belooft nationale wetboeken.
  • 1870: Commissie De Wal ontwerpt WvSr, beïnvloed door de klassieke richting.
  • 1879: Ontwerp verdedigd door MvJ Modderman.
  • 1881: WvSr aangenomen en in 1886 ingevoerd.
      - Wetboek kenmerkt zich door eenvoud.
      - Algemene leerstukken (in Boek I) zijn kort en krachtig geregeld; uitwerking is overgelaten aan de jurisprudentie en doctrine.
  • Ongeregelde onderdelen:
      - Daderschap, wederrechtelijkheid, schuld en causaliteit zijn niet wettelijk geregeld.

Structuur van het Wetboek van Strafrecht

Boek I (Algemene leerstukken)

Boek II (Misdrijven)

Boek III (Overtredingen)

  • Commuun strafrecht versus Bijzonder strafrecht:
      - Voorbeelden: Opiumwet, Wegenverkeerswet (WVW), Wet economische delicten (WED).
      - Bevat ook formeel strafrecht.
      - Bij verdenking van rijden onder invloed (art. 8 WVW) kan een opsporingsambtenaar bevelen tot medewerking aan een ademonderzoek (art. 163 WVW).

Algemene bepalingen in Boek I

  • Omvang:
      - Legaliteitsbeginsel en rechtsmacht.
      - Straffen en maatregelen.
      - Uitsluiting en verhoging van strafbaarheid.
      - Poging en voorbereiding.
      - Deelneming.
      - Samenloop.
      - Verval van het recht tot strafvordering en van de straf.
      - Jeugdstrafrecht.
      - Definities.
      - Art. 91 als slotbepaling: Boek I is ook van toepassing op andere wetten of verordeningen die strafbare feiten stellen.

Beschermde Rechtsgoederen (Tweede Boek: Misdrijven)

  • Titels I - XXXI:
      - Titel I: Misdrijven tegen de veiligheid van de staat.
      - Titel II: Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid.
      - Titel XXXA: Witwassen (2001).
      - Titel XXXI: Financieren van terrorisme (2013).

Rechtsdelicten en Wetsdelicten

Juridische Differentiatie

  • Rechtsdelicten:
      - Strafbaarheid is geïnternaliseerd in de opvoeding.
      - Schending van essentiële rechtsgoederen.
  • Wetsdelicten:
      - Strafbaar omdat ze wettelijk strafbaar zijn gesteld.
      - Ondersteunen de ordening van de samenleving (bv. verkeersdelicten, economische delicten).

Tweedeling in misdrijven en overtredingen

  • De Code Pénal had een driedeling, incident zoals diverse andere Europese landen.
  • Misdrijven hebben altijd een bestanddeel dat opzet of schuld (in de zin van culpa) uitdrukt.
  • Melk en Water - arrest 1916:
      - Ook bij overtredingen moet er sprake van schuld (4e voorwaarde voor strafbaarheid, in de regel element).

Voorwaarden voor Strafbaarheid

(De Hullu / Van Kempen II.2.2)

  • Vier voorwaarden voor een strafbaar feit:
  1. Een menselijke gedraging.
  2. Die onder een wettelijke delictsomschrijving valt.
  3. Die wederrechtelijk is.
  4. En die aan schuld te wijten is.

Strafproces en de Toepassing

  • Art. 350 Sv:
      - Kan het tenlastegelegde bewezen worden? Zo ja, dan volgt een veroordeling; zo nee, vrijspraak.
      - Welk strafbaar feit levert het bewezen verklaarde op; past dit in de wettelijke delictsomschrijving? zo nee, ovar.
      - Is het feit strafbaar/wederrechtelijk? Indien er een rechtvaardigingsgrond is, ovar, tenzij wederrechtelijkheid een bestanddeel of culpoos delict is.
      - Is de verdachte strafbaar/schuldig? Indien er een schulduitsluitingsgrond is, ovar (tenzij culpoos delict).
      - Oplegging van straf of maatregel, bij de wet bepaald.

Legaliteitsbeginsel

Gecodificeerd

  • Artikel 1 Sr:
  1. Geen feit is strafbaar zonder een voorafgaande wettelijke strafbepaling.
  2. Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, worden de voor de verdachte gunstigste bepalingen toegepast.
  • Hoeksteen van het strafrecht:
      - Ook vastgesteld in art. 16 van de Grondwet, art. 7 EVRM, art. 15 IVBPR, art. 11 UVRM, art. 49 HvGr EU en art. 5:4 Awb.

Legaliteit: Uitwerking (De Hullu / Van Kempen II.3)

  • Nullum crimen, nulla poena sine lege:
      - Geen misdaad en geen straf zonder wet.
  1. Duidelijk geformuleerde delictsomschrijvingen (lex certa - beginsel/bepaaldheidsgebod).
  2. Gebondenheid van de rechter aan de tekst van de wet (lex stricta).
  3. Analogieverbod (ad malam partem).
  4. Gewoonterecht is geen directe bron van strafrecht (lex scripta).
  5. Verbod van terugwerkende kracht; maar lichtere strafwet gaat voor (lex mitior, II.5.1).
  6. Strafrechtelijke sancties zijn ook gebonden aan de wet.

Legaliteit: EHRM

Invulling van art. 7 lid 1 EVRM door EHRM

  • Verbiedt de achterafgaande toepassing van het strafrecht ten nadele van de beschuldigde.
  • Alleen de wet kan een misdaad definiëren en een straf opleggen.
  • Het strafrecht mag niet extensief worden uitgelegd ten nadele van de beschuldigde, bijvoorbeeld door analogie.
  • Een delict en straf moeten duidelijk in de wet staan gedefinieerd.
      - Lichtere straf gaat echter voor (lex mitior).

Wetgeving en toegankelijkheid

  • Law omvat zowel geschreven als ongeschreven recht:
      - Moet dus “accessible” & “foreseeable” zijn.
  • Uitzondering in lid 2 (bij Neurenberg-tribunaal).
  • Inevitable element of judicial interpretation (EHRM 22 november 1995, C.R./VK en GK Del Rio Prada/Spanje).

Causaliteit

Introductie

  • HR 12 september 1978, NJ 1979/60 (Letale longembolie)
  • HR 23 december 1980, NJ 1981/534 (Aortaperforatie)
  • HR 25 juni 1996, NJ 1997/563 (Niet behandelde longinfectie)
  • HR 27 maart 2012, NJ 2012/301 (Injecteren HIV-besmet bloed)

Causaliteit (De Hullu / Van Kempen III.2)

  • Causaliteit gaat over de relatie tussen een (potentiële) oorzaak (gedraging verdachte) en het intreden van een wettelijk strafbaar gesteld gevolg.
  • Zie ook hoofdstructuren:
      - Voorwaardelijk opzet.
      - Culpoze gevolgsdelicten.
      - Daderschap van de corporatie.
      - Strafbare poging.
      - Ontoerekenbaarheid.
      - Noodweerexces.
      - Relatie met andere leerstukken binnen het vak.

Redelijke Toerekening

  • Huidige leer, maar ook invloed van andere theorieën:
  1. Conditio sine qua non: Elke voorafgaande factor is een oorzaak.
  2. Causa proxima: Factor die het dichtst bij het gevolg ligt is ‘de’ oorzaak.
  3. Relevantietheorie: Oorzaak vanuit de optiek van de wetgever en het beschermde belang.
  4. Adequate veroorzaking: Een zekere voorzienbaarheid van het gevolg.

Moeilijke Gevallen

HR Aortaperforatie
  • Situatie: Slachtoffer was met een mes in de buik gestoken.
  • Vraag: Is de intreding van de dood redelijk toe te rekenen? Had de arts kleine perforaties ontdekt?
  • Als er sprake is van medische omissie, blijft dood redelijkerwijs aan verdachte toe te rekenen.
HR Niet behandelde longinfectie
  • Bewuste keuze van het slachtoffer om van medische behandeling af te zien, hoeft niet aan redelijke toerekening in de weg te staan; dader heeft omstandigheden zelf in het leven geroepen.
HR Injecteren HIV-besmet bloed
  • Conditio sine qua non als ondergrens voor redelijke toerekening.
  • Kan de gedraging van verdachte een onmisbare schakel zijn? Is het gevolg met aanzienlijke waarschijnlijkheid door gedraging veroorzaakt?
  • (Aangedragen) alternatieve gang van zaken is hoogst onwaarschijnlijk.
  • En anders nog de poging (r.o. 2.4.5).

Causaliteit in de Actualiteit

Voorbeeld

  • Feit: Man wordt op straat overvallen, krijgt hartaanval en overlijdt.
      - Slachtoffer wordt beroofd bij een pinautomaat.
      - Slachtoffer is meerdere keren geduwd en moet geld afstaan onder bedreiging met een mes.
      - Slachtoffer zakt in elkaar na de beroving en overlijdt na een dag in het ziekenhuis.
  • Art. 312 Sr: Dood is toe te rekenen aan verdachte(n).

Controlevraag Causaliteit

Voorbeeld
  • Situatie: Dennis steekt in woede zijn flat in brand. Brandweer laat het pand uitbranden. Kinderen spelen een week later in het gebouw en een muur stort in.
      - Is er sprake van causaal verband om Dennis schuldig te achten aan dood door schuld (art. 307 lid 1 Sr)?
      a. Ja, want aan conditio sine qua non is voldaan.
      b. Ja, want het gevolg is redelijk toe te rekenen aan Dennis.
      c. Nee, want niet aan conditio sine qua non voldaan.
      d. Nee, want het is niet redelijk om het gevolg aan Dennis toe te rekenen.