Lecture notes

Romantiek en Realisme

Romantiek

  • Academische regels bepalen het ballet.

  • HET HOFBALLET:

    • Franse koning Lodewijk XIV (Zonnekoning) legt ideeën vast en richt de Koninklijke Academie voor Dans op.

    • Ballet wordt een zelfstandige kunstdiscipline.

    • Het hofballet bestond uit sierlijke bewegingen in paren die in vloerpatronen dansten.

    • Lodewijk XIV heerste als absolute vorst. Zijn absolutisme was ook te zien in het hofballet:

      • Personages waren figuren uit klassieke mythologie zodat de koning met goden vereenzelvigd kon worden.

      • Thema’s hadden politieke lading --> koning als centrale macht en overwinnaar.

      • Solo’s: koning als middelpunt met alle aandacht naar zich toe.

      • Danstechniek --> koning kon superioriteit tonen, hij krijgt de mogelijkheid te excelleren.

      • Extravagante kleding --> rijkdom en macht van de koning demonstreren.

    • Zijn academies werden opgericht om van bovenaf regels voor de vorm en inhoud van kunst (dans) voor te schrijven en om te zorgen dat deze regels werden nageleefd (klassiek).

Ballet

  • Door de oprichting van de academie kon het ballet zich verder ontwikkelen:

    • Kenmerken danstechniek:

      • Uitdraaien van de benen en voeten vanuit de heupen = en dehors.

      • 5 basisposities (plaatsing uitgedraaide voeten).

      • Gestrekte rechte rug en gekantelde bekken.

      • Armposities = ports de bras.

      • Soepele, vloeiende overgang tussen passen en poses voor een doorgaande bewegingskwaliteit.

    • Omdat de academische techniek werd vastgelegd wordt het klassiek ballet overal ter wereld hetzelfde gedanst.

Handelingsballet of Ballet d'action

  • Ballet gekoppeld aan toneel en opera (Frankrijk 17de eeuw).

  • Zelfstandige balletvorm.

  • Verhaal (handeling) helemaal via dans verteld.

  • Gebruik van pantomime of mime (handen, mimiek en lichaamstaal).

  • Groteske personages dansen niet volgens regels (heksen, monsters etc.).

Karakterdans

  • Gebruik van volksdans.

  • Een opera zonder ballet werd GEEN succes!

Romantiek (in de kunsten)

  • Escapisme: ontsnappen aan de werkelijkheid.

  • Natuur is belangrijke inspiratiebron: vrijheid.

De vrouw en het vrouwenbeeld (19de eeuw)

  • Geïdealiseerd tot seksloze nimf (domestic angel).

  • Huishouden.

  • Onpraktisch gekleed (korsetten en stijve japonnen (vol baleinen).

  • Eet weinig (door korsetten).

  • Beweegt als levend standbeeld.

  • Nooit hard op lachen in het openbaar.

Het Romantisch Ballet

  • Kenmerken:

    • Bovennatuurlijke onderwerpen.

    • Sprookjeskostuums, witte tutu’s, pointes.

    • Gebruik van takels, liftmachines, vloerluiken.

    • Hoofdrollen: geesten en nimfen.

    • Romantische motieven: strijd tegen goed en kwaad, onbereikbare liefde, exotisme, folklore en sprookjes.

    • Voornamelijk vrouwen.

  • Zweven en vliegen is belangrijk! Gewichtloosheid wordt benadrukt door gebruik van:

    • Spitzen.

    • Lifts.

    • Zweefsprongen.

  • Een romantisch ballet heeft divertissements:

    • Divertissement = scène met pure, abstracte dans waarin virtuositeit van de dansers centraal staat - een voorbeeld is de Ballet Blanc.

Ballet Blanc

  • Scène waarin het podium bevolkt wordt met danseressen in witte tutu’s die geesten en nimfen uitbeelden.

  • Dansscènes hebben een vaste opbouw en hiërarchie: hoe hoger de status van danseres hoe later zij in het ballet danst.

  • Sterdanseres = prima ballerina.

    • Prima ballerina danst meestal een solo of pas de deux (duet met de mannelijke hoofdrol).

    • Pas de quatre = dans met 4 ballerina’s.

    • Pirouette = ingewikkelde balletbeweging waarbij de danseres om haar as draait.

  • Met professionalisering van de danstechniek wordt het kostuum ook aangepast voor meer bewegingsvrijheid.

  • La Sylphide = eerste romantisch ballet.

  • Giselle = hoogtepunt van de romantiek.

  • De danseres Marie Taglioni danst voor het eerst een pointe dans in La Sylphide, maar zonder speciale schoenen, dus op de punt van haar tenen.

    • Dit werd later de standaard voor het romantisch ballet: op spitzen dansen.

Verval van het ballet in Frankrijk

  • Balletten gaat steeds meer op een circus lijken om ze aan de smaak van de grote massa aan te passen:

    • Verhaal zonder kop of staart.

    • Ingewikkelde divertissements.

    • Publiek komt vooral voor mooie meiden --> ontstaan ‘foyer de la danse’.

    • De mannen verdwijnen van het toneel en hun rollen worden vervangen door vrouwen.

Foyer de la Danse

  • Rijke mannen worden lid om toegang te krijgen tot danseressen achter het toneel (prostitutie).

  • Danseressen gaan op podium mannen verleiden.

  • Ballet krijgt een slechte reputatie, echt ballet liefhebbers blijven weg.

  • Het publiek wil geen mannen meer op het podium mannenrollen werden dus door vrouwen gedanst.

De Piano

  • Door de komst van industrieel gemaakte ijzer wordt de piano betaalbaar ook voor de welgestelde burgerij.

  • Pianomuziek wordt populair pianoconcerten en pianolessen.

  • Ontstaan van nieuwe muziekgengres: etudes, mazurka’s, polonaises, nocturnes en preludes, wals.

Het Realisme: Opera

  • Helden zijn gewone mensen (realisme).

Opera Carmen
  • Carmen van Bizet:

    • Romantisch beeld van de onschuldige heldin vernietigd een sletje.

    • Door kritiek komt publiek massaal kijken en zorgt voor een groot succes.

  • Symfonie = opera zonder woorden.

  • Tekstprogramma van te voren aan publiek.

  • Tragische en obsessieve liefde basis van symfonie.

Balletmuziek
  • Pjotr Tsjaikovski.

  • Het Zwanenmeer, De Schone Slaapster en De Notenkraker.

  • Combinatie dansmuziek en orkestmuziek.

Operette
  • Voorloper van de musical.

  • Lichtvoetiger libretto (tekst van de opera).

  • Er wordt gesproken.

  • Geacteerd zonder zang of begeleidende muziek.

  • Dans ‘Cancan’: picante dans Moulin Rouge (revuetheater).

  • Thema’s: botsing tussen eenvoudig, eerlijke mensen en de rijke bourgeoisie.

  • Amusement: misverstanden, overspel en confrontatie.

De Wals
  • Driekwaartsmaat (34\frac{3}{4} maat).

  • 2 typen: de Weense wals (paren draaien om hun as) en de langzame wals.

  • Intieme dans waarbij mannen en vrouwen elkaar fysiek aanraken in het openbaar.

  • Wener Richard Strauss.

Expressionisme: Kunst en Gevoel

  • Herstel van het ballet door:

    • Les Ballets Russes: Exotische balletten (Sergej Diagilev).

Michael Fokine:
  • Eerste choreograaf van Les Ballets Russes.

  • Vader van het moderne ballet in het Westen en het Balletexpressionisme.

  • Neoromantische balletten: verhalend, sprookjesachtig en exotisch (net als uit de romantiek).

  • Uitdrukken van complexe emoties.

  • Uitblinken van mannelijke dansers.

Vaslav Nijinsky: Le Sacre du Printemps 1913
  • Choreograaf Vaslav Nijinsky.

  • Componist Igor Stravinsky.

  • Veroorzaakte enorme rel (Primière in Parijs).

  • Voorstelling was een grote schok voor het publiek omdat:

    • Aards en folkloristisch van karakter.

    • Muziek: nadrukkelijk ritmisch.

    • Beweging: ingedraaide voeten, ritmisch en dreigend stampen en springen verbeelden oerdriften van de mens.

Isadora Duncan 1878-1927
  • Grote vernieuwster in het ballet.

  • Eigenaardige nieuwe dansvorm “MODERNE DANS”.

  • Dans:

    • Gecontroleerde improvisaties.

    • Simpele emotionele bewegingen.

    • Op blote voeten.

    • Lopen, rennen en springen.

    • Doorzichtige kostuums, zonder korset, blote armen en benen.

    • Lege decors.

  • Visie op dans:

    • Dans is de uitdrukking van de allerdiepste beleving van de danser.

  • Invloed op de Ausdruckstanz (Mary Wigman en Kurt Jooss) in de jaren ’20.

Loïe Fuller
  • Dansen op blote voeten, lopen en sierlijke armbewegingen.

  • Dansen met togas, grote lakens met lange stokken.

  • Gebruik van lichttechniek/ projectie op kleding.

Ausdruckstanz
  • Expressiedans.

  • Dans Theoreticus: Rudolf von Laban.

  • Visie:

    • Bewegen en dans, gevoelens en innerlijke conflicten kunnen uitdrukking geven aan ideeën.

  • Hij vindt de dansnotatie systeem uit.

  • Er ontstaat een nieuwe dans naast ballet:

    • Alle soorten beweging zijn toegestaan en is veel meer met de aarde verbonden. Ook geen voorgeschreven kleding en beeld niet per se een verhaal uit.

  • Mary Wigman ontwikkelt deze ausdruckstanz verder.

Mary Wigman 1886-1973
  • Dans gedomineerd door negatieve gevoelens (woede, angst en verdriet).

  • Knielen, kruipen en rollen.

  • Vodden, maskers en blote voeten.

  • Begeleidende muziek: eenvoudige slagwerk.

  • De basis van de ‘Grahamsdans’ van Martha Graham.

  • Kurt Jooss is haar leerling.

Kurt Jooss de Groene Tafel
  • De dans van Jooss is een mengeling van ausdruck dans en klassiek ballet.

  • Decors zijn minimaal.

  • De Groene tafel is zijn bekendste ballet:

    • Inspiratie uit de wereldoorlogen en middeleeuwse dodendans.

    • Maatschappijkritisch van aard: politici vergaderen rond de tafel terwijl de massa aan geweld en ellende van de oorlog lijden.

    • Dansers hebben handschoenen aan die symbool staan voor schone handen, geen vingerafdrukken achterlaten.

    • Dansers dragen maskers als symbool van de ware identiteit verbergen of doen alsof terwijl je iemand anders bent van binnen.

    • Symbool van handschoen om vinger afdrukken niet achter te laten of handen schoon te houden en maskers om hun echte identiteit te verbergen de dood is de winnaar.

Martha Graham 1894-1991
  • Amerikaanse moderne danseres en choreograaf.

  • Eerste danseres die in het Witte Huis heeft opgetreden.

  • Pioneer moderne dans in de VS.

  • Kenmerken Graham's Dans:

    • Heftige bewegingen.

    • Blote voeten.

    • Aards en lichamelijk.

    • Lichamelijke spanning tussen man en vrouw (opvattingen van Freud).

    • Expressionistische gevoelsuitdrukkingen.

    • Werken hadden eerst een sterk seksuele lading daarna meer muzikaal en beeldender.

    • Haar choreografieën worden ook wel psychodrama’s genoemd, omdat ze zich hierin richtte op de ziel van de mens en zijn aller-diepste gevoelens.

  • Dansen op blote voeten was een typische kenmerk van de moderne dans omdat het van groot belang was om contact te hebben met de grond (de natuur).

Expressionistische muziek
  • ATONALITEIT.

  • DODECAFONIE.

  • SERIËLE MUZIEK.

  • Schöberg: kenmerkend voor het loslaten van het tonale systeem: ATONALITEIT.

  • Pierrot Lunaire: sprechgesang (muziek zonder een begeleidende rol).

  • Dodecafonie = twaalftoonsysteem.

  • De techniek gaat uit van het ritme van de ademhaling. Ook het dansen vanuit de buik staat centraal. De buik vormt het centrum van het lichaam en tevens het centrum van het gevoel. De basis van de Grahamtechniek wordt gevormd door het spannen en ontspannen van spieren, ook bekend als ‘contraction en release’.

  • Contact van de danser met de grond.

  • Seriële muziek = muziek volgens regels.

  • Stravinsky: opzwepend en ritmische muziek bij Le Sacre du Printemps (primitief en krachtige emotie).

  • Béla Bartok: verzamelt volksmuziek en gebruikt dit als basis van moderne composities.

Expressionisme in de film
  • Kenmerkend door:

    • Bizarre camerastanden.

    • Donkere scènes.

    • Vervreemde schaduwen.

    • Over-acteren in gebaren en gezichtsuitdrukking.

  • Voorbeeld: “Het kabinet van dr. Caligari” van Robert Wienes:

    • Decor expressionistisch door geen rechte hoeken geen normale camerastandpunt.

  • “Metropolis” van Fritz Lang:

    • Dystopie in de toekomst = een imaginaire en soms futuristische samenleving of gemeenschap die inherent gruwelijk en fout is.

  • Expressionistische film is de inspiratie voor de latere FILM NOIR.

Kunst en het Verstand

  • Dans als wetenschap: verstandelijk benaderen in plaats van expressie van emoties.

  • Jaques-Dalcroze ontwikkelt de EURITMIE (een bewegingsleer).

  • Het is een vorm van muziekeducatie. In de benadering wordt elk muzikaal concept aangeleerd en ervaren via beweging.

  • Drie muzikale componenten staat centraal: ritmiek, solfège, improvisatie. Het voornaamste doel, zoals geformuleerd door Jaques-Dalcroze zelf, is het ontwikkelen van de muzikaliteit in brede zin.

Drama

  • Meyerhold:

    • Inwisselbare pionnen die volgens een vast, aangeleerde idioom acteren.

    • Kostuum en decor zijn constructivistisch en niet realistisch.

    • Bevolkking betrekken.

    • Biomechanica.

  • Stanislavski:

    • Acteur moet de rol “zijn” en die zo realistisch mogelijk acteren method acting (later overgenomen door Hollywood).

Triadisch Ballet / Constructivistische Dans (niet realistisch)

  • Oskar Schlemmer benadert de dans vanuit de traditie van BAUHAUS (danswiskunde).

  • Hij noemt zijn dans Triadisch ballet of instant dans.

  • Trias = drie-eenheid van kleur, vorm en beweging.

  • Het ballet wordt uitgevoerd door een trio.

  • Het stuk bestaat uit drie delen, waarbij elk deel een bepaalde kleur heeft, die de stemming/sfeer weergeeft:

    • Opening - geel (opgewekt).

    • Middendeel - roze (feestelijk).

    • Slot - zwart (mystiek).

  • Dans beweging en danspatronen ontstaan door de geometrische vormen van het kostuum --> bewegen als machines/ fabriek.

Kunst als Boodschap

Propaganda Film
  • Film: Regisseur Sergej Eisenstein.

  • Film als macht instrument.

    • Het is een instrument dat als geen ander de medium de mogelijkheid biedt de werkelijkheid te manipuleren.

    • Het bewegende beeld is een effectief middel om de ongeletterde massa met boodschap te bereiken.

  • Hij gebruikt verschillende filmische technieken om het publiek te overhalen:

    • Veel vlaggen, nationalisme.

    • Vrolijke lachende gezichten.

    • Stalin wordt vanuit kikkerperspectief gefilmd.

    • Ophitsende muziek.

    • Een vrouw die idolaat in zijn armen valt.

Dans als Boodschap
  • Ballet “Parade” van Jean Cocteau (gesamtkunstwerk).

  • Samenwerking met verschillende kunstdisciplines: Satie (muziek), Diagilev (dans) en Picasso (beeldende kunst).

Amusement 20ste Eeuw

  • Door de ellende van de 1ste Wereldoorlog is er een grote behoefte aan entertainment dat zorgen doet vergeten.

  • Vercommercialiserende cultuur: Kunst wordt toegankelijk voor het gewone volk: cultuur wordt koopwaar.

  • Kunst is afgestemd op het publiek.

  • Toename van de vraag naar amusement (afleiding voor de hardwerkende fabrieksarbeiders).

Vaudevilletheaters of Music-Halls
  • Er wordt gezongen, gedronken, geroken.

  • Komische toneelstukjes gespeeld.

  • Toegankelijke operaklassiekers opgevoerd.

  • Misstanden in de maatschappij aan de orde gesteld.

  • Voorstellingen zijn zonder censuur.

  • Music-halls/vaudeville theaters worden concurrentie voor de statige schouwburgen (voor de eliten).

  • Vaudeville wordt na WO1 meer sensatie gericht:

    • Drank.

    • Travestie.

    • Prostitutie.

  • Mae West (filmster en sexbom).

Cabaret
  • Solo artiest die met liedjes, sketches en conferences kritiek levert op de maatschappij of de mooie aspecten daarvan bezingt.

  • Eerste cabaretier in Nederland: Jean Pisuisse (1880-1927).

De komst van de sprekende film
  • Maakte een einde aan de theatervorm.

  • Vaudevilleartiesten stappen over naar de filmindustrie.

  • Stalin gebruikt film als medium om de meningsvormen te manipuleren.

  • Geluidsfilm maakt dat bioscopen omgebouwd moeten worden en filmsterren met een slechte stem worden ontslagen.

  • Nieuwe acteurs, zangers, regisseurs en tekstschijvers uit Broadway naar Hollywood komen.

  • Charlie Chaplin.

  • Acteurs met een lange loopbaan in de stomme films hadden vaak moeite met de omschakeling naar geluidsfilm:

    • Te veel vasthouden aan de oude acteerstijl: lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen benadrukt.

    • Moeite met de timing waardoor gesprekken niet vloeiend verliepen.

  • Tussen 1930-1940 overheersten Amerikaanse film en filmgenres:

    • Slapstick Films (komisch).

    • Dansfilms.

    • Musicals.

    • Fantastische films.

    • Griezelfilms.

    • Westerns.

  • 1941: Première Citizane Kane van Orson Welles.

Blues en Jazzmuziek (Muziek als Troost)

Jazzmuziek
  • Afkomstig van de bevrijde negerslaven.

  • Protest tegen gevestigde orde: rassenhaat en slachtingen.

  • Jazzcomponist: George Gershwin.

  • Sprekende Film The Jazz-singer met blanke acteur geschminkt als neger.

  • De blanke filmindustrie is niet weggelegd voor zwarten, ze krijgen hooguit een rol als domme knecht.

  • Muzikale kenmerken Jazzmuziek:

    • Bluenote.

    • Improvisatie.

    • Saxofoon.

    • Bigbands.

Bluesmuziek
  • Over de ellende van de arme zwarte bevolking: rassenhaat, verlangen naar geluk en triestheid van de dood.

  • Call en Response: had als doel om de mens te troosten.

Roaring '20's

  • Stomme Films.

  • ‘Bob’ hairstyle: Mary Louise Brooks (1906-1985).

  • Optredens in theaters van dansorkesten, dansgroepen en acrobaten.

  • Tango uit Zuid-Amerika: poging gedaan om de dans te verbieden vanwege haar erotische lading.

  • Emancipatie van de vrouw; vrouwen gaan werken of studeren, gaan anders kleden en vrijer gedragen.

  • Dansen (Charleston) en bioscoop worden steeds populairder.

  • The Great Gatsby: een beeld van de rijkdom en glamour, maar ook van de leegheid van de high society in New York.

Dans als Amusement

Cakewalk
  • Afkomstig uit de afro-amerikaanse slaven als satire op de stijve burgerlijke dansen van de rijke plantage eigenaren.

  • Voorloper van de tap dance.

  • Danswedstrijden voor het beste danspaar, winnaar krijgt een taart cadeau ("piece of cake".

  • De tapdance wordt pas populaire als blanke artiesten het gaan dansen: Fred Astaire.

Reveu en Vaudeville
  • Revue is een vorm van amusementstheater, afgewisseld door komische sketches en variete- acts.

  • VS ontwikkelt zijn eigen model van revuetheater: vaudeville.

  • Josephine Baker (bananenrokje dans) wordt populaire in de vaudeville --> ze presenteert een stereotiep en politiek volslagen incorrect beeld van de 'neger'. Ze is een typische "flapper girl" en danst op moderne jazz.

Flapper Girls
  • Jeugdsubcultuur: zetten zich af tegen de conservatieve moraal van de ouderwetse generatie.

  • Korte rokken.

  • Bobline Kapsels.

  • Sport.

  • Dansen.

  • Drinken en roken.

Sterren en Idolen

  • Sinds de komst van de massamedia (radio, tv en internet) heeft het sterrendom andere dimensies gekregen. In de 2de helft van de 20ste eeuw komen de massamedia binnen ieders bereik.

    • Steeds betere beeld en geluidsapparatuur.

    • Aantrekkingskracht van een ster ‘boy-or-girl-next-door principe’:

      • Een ster moet een ‘gewoon’ iemand zijn.

      • Een ster wordt ‘toevallig’ ontdekt.

      • Een ster hoeft niet meer over buitengewone gaven te beschikken.

Soaps:
  • ‘gewone mensen’ figureren.

  • Herkenbare alledaagsheid.

  • Cliffhangers om de kijkers in 'suspense' te behouden.

  • Popidolen - radio en videoclips.

  • Filmsterren - regelmatig in nieuwe films en in het nieuws.

  • Sterren hebben de media nodig voor hun succes en media heeft sterren nodig voor hoge oplages en kijkcijfers wederzijdse afhankelijkheid.

Rock & Roll
  • 1955: eerste jongerenfilm met een eigen onderwerp en muziek van Bill Haley Rock Around the Clock.

  • Het effect: dansen tussen bioscoopstoelen en afbreken van filmzaal.

  • Elvis Presley ( tiener idool jaren ‘50):

    • Verbindt elementen van zwarte en blanke muziek.

    • Zijn outfit en manier van dansen (swingende heupen) worden zeer populair.

The Beatles 1962
  • Introductie van nieuw soort muziek:

    • Eigen muziek bedenken.

    • Eigen teksten schrijven.

    • Gouden formule: 2 coupletten, zelfde melodie, 1 couplet andere melodie, 1 couplet zelfde melodie als begin (populaire jazz 1ste helft 20ste eeuw).

  • Mode: Beatles Kapsel: het haar vanaf de kruin naar voren gekamd.

  • Beatlejasje: zonder kraag.

  • Eerste studio LP: Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band (1967).

  • Andere populaire bands die volgen: Rolling Stones, The Kinks, Cream, The Who etc).

Michael Jackson 1958-2009
  • The Jackson Five: voornaamste popmuziek familie uit de jaren ‘50, ‘60 en ’70 ('80).

  • 1971: begin van zijn solocarrière.

  • Meeslepende dansmuziek met transparente jazz arrangementen.

  • Doorbraak: Off the Wall (1979).

  • 1982: Thriller mijlpaal als zwarte muziek in een door blanke muziek gedomineerde MTV.

  • Pepsi-Cola als commerciële steun, marketing campagne waarin dans, mode en muziek centraal staan.

  • Danspasjes zoals de moonwalk en de 45 graden voorover leunen werden door hem populair.

    • Succesvolle videoclips: mengeling van breakdance, rock, discodans: snelle pasjes, pirouette, stilstaande poses en zijn beroemde “moonwalk”.

    • 45 graden voorover leunen: beroemd omdat het onbekend is hoe hij het uitvoerde.

Subculturen en Engagement

  • Subcultuur = een groep mensen die zich binnen een bestaande cultuur willen onderscheiden. Redenen: ethnisch, economisch, politiek of sociaal.

  • Verschil wordt geuit in: levenshouding, kleding, taalgebruik, gedrag.

Hippies en Provo's Jaren '60
  • Opkomst van de bewegingen als reactie op het materialisme van “The American Way of Life”.

  • Mensen eisen gelijke rechten voor de zwarte bevolking in de VS--> Martin Luther King “I have a dream.”.

    • Oprichting van het Ijzeren Gordijn in Europa, die West- en Oost-Berlijn scheidt.

    • Provo’s (groep studenten en scholieren) voeren acties in Nederland voor invoering van wetten tegen milieuvervuiling, projectontwikkelingen, onderdrukking van homoseksuelen en voor bescherming binnensteden.

  • Burgerrechten Beweging.

  • Aanhangers: Pete Seeger en Bob Dylan.

  • Als gevolg van maatschappelijke onrust ontstaat de:

Hippie Cultuur
  • Hippie = drop-out.

  • Tegen de normen en waarden van de gevestigde orde.

  • Geweldloze samenleving en politieke afzijdigheid.

  • Mannen en vrouwen laten hun haren groeien als symbool van verzet.

  • Flower Power: rekening houden met de natuur.

  • The Age of Aquarius: door middel van meditatie en rust tot een diepere betekenis van het bestaan komen (spiritueel) gebruik van drugs: LSD en marihuana.

  • Hoogtepunt van de hippie-idealisme: Woodstock Festival 1969.

    • Driedaagse muziekfestival "peace, music and love".

  • John Lennon (the Beatles) en zijn vrouw Yoko Ono houden een vijfdaagse ‘bed-in’ als actie voor vrede.

  • Vanuit de burgerrechtenbeweging ontstaat de vrouwen bevrijdingsbeweging.

  • Uitgangspunt: vrouw is meer dan echtgenoot en moeder alleen. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Musical van de Hippies: Hair (1967)
  • Idealen als: flowerpower, liefde, drugsgebruik, vrede en seks.

  • Choreografie is van Twyla Tharp:

    • Humor, vindingrijkheid, complexiteit en fysieke strengheid.

    • Gedurfde bewegingsstijl.

    • Veelvuldig gebruik van Amerikaanse popmuziek.

    • Precisie en buitengewone danstechniek.

    • Combinatie techniek van klassiek ballet en moderne dans.

    • Aandacht van het publiek trekken door op ongewone of verrassende plekken te dansen (basketbalterrein, museum, bibliotheek etc.).

Andere Subculturen
  • Rock-’n-rollgeneratie: spijkerbroeken, t-shirts en leren jack en meisjes dragen petticoats.

    • Verzetten zich tegen hun ouders.

    • Muziek is ruig, opzwepend.

  • Soul: uiting van de strijd van de zwarte bevolking in Amerika. In Europa is soul een genre popmuziek in de disco (a.k.a. Motown).

  • Disco: dansbare muziek met duidelijke beat, een dansvorm als SOLO.

  • Punk en grunge: simpele, harde muziek met politiek getinte teksten.

  • Hiphoppers en rappers: baggy pants en oversized t-shirts, muziek met zang in een ritmische rijmende spreekstijl, improvisatie ter plekke.

Protestsongs
  • Jaren ’60 uiten componisten en popartiesten hun onvrede over maatschappelijke misstanden in protestsongs:

    • Tekst/ boodschap is belangrijker dan de muzikale begeleiding.

    • Muziek versterken vaak de politieke boodschap.

    • Samen zingen vergroot de onderlinge solidariteit.

    • Pakkende melodie.

    • Wortels in folksong (volksmuziek).

    • Bekende protestzanger: Bob Dylan.

Multiculturaliteit

  • Immigranten brengen hun eigen cultuur mee.

  • Jaren ‘50: eerste immigranten naar Europa vanwege onafhankelijkheid van koloniën.

  • Jaren ‘60: welvaart in West Europa stijgt.

  • Gevolg: meer productiearbeiders nodig (uit Italië, Spanje, Turkije en Marokko).

  • Surinamers en Antillianen vestigen zich met hun gezinnen in Nederland.

  • Westerlingen reizen makkelijk naar verre landen, interesse in andere culturen.

  • Hierdoor worden aspecten van andere culturen geïntroduceerd: Multiculturaliteit.

Wereldmuziek
  • Ontstaan in het Caribische gebied en Noord- en Zuid-Amerika.

  • Vermenging muziek van de West-Afrikaanse slaven en muziek uit eigen cultuur.

  • Westerse wereld maakt kennis met: Samba, Reggae, Son en Blues.

  • Dit is mogelijk door:

    • Gebruik van massamedia.

    • Groeiende mobiliteit.

    • Aanwezigheid van vreemdelingen.

    • Behoefte aan nieuwe vormen van amusement.

De Raï '70
  • Vermenging Arabische muziek met Westerse popmuziek.

  • De Raï = ‘volgens mij’.

  • Verstedelijkte jongeren bezingen hun dagelijkse problemen.

  • Rauwe teksten over alcohol en verboden liefdes: vorm van verzet.

  • Gebruik van accordeon,viool, synthesizers en drum computers.

Afropop Jaren ‘60 en ‘70
  • Traditionele Afrikaanse muziek vermengt met latin en andere popmuziekstijlen.

  • Traditionele instrumenten worden vervangen door gitaar of keyboard.

Fusion '90
  • Vermenging van culturele uitingen.

  • Samenwerking Westerse muzikanten met Afrikaanse muzikanten komt op gang (Youssou N’Dour en Johnny Clegg).

  • Muziek uit volksbuurten: Reggae (Bob Marley en UB40).

  • Rap: Stedelijke zwarte folkmuziek.

  • Doordrongen van sociaal commentaar.

  • Alternatief voor commerciële, multiraciale radio- en disco muziek in Amerikaanse binnensteden.

  • Westerse cultuur neemt van andere culturen op:

    • Tatoeages, piercings.

    • Exotische kleding en sieraden.

  • Cirque du Soleil ontwikkelt eigen stijl met combinatie Aziatische en Europese toneel ideeën.

Youssou N'Dour
  • Wordt Dakar’s Little Prince genoemd.

  • Uit Senegal, de Griots-familie.

  • Griots