HC7: Secularisatie
Begrippen secularisatie / religie
Iedereen in de middeleeuwen geloofde iedereen in God.
Het ging allemaal via bemiddeling van priesters. Men stond zelf niet in verbinding met God.
Vervolgens kwam in de nieuwe tijd het Protestantisme op, waardoor men een directere relatie kreeg met God. Er was geen bemiddeling meer van priesters in die gemeenschappen.
Ook werd ‘voorspraak’ via heiligen niet geaccepteerd.
In de 17, 18 en 19e eeuw veranderde dit. Er kwam secularisatie van instituties.
De kerk en staat werden van elkaar gescheiden. Religie was een privé aangelegenheid.
Er was geen wederzijdse bemoeienis.
Ook maatschappelijke instellingen veranderden. Zo kwam er een verzorgingsstaat, waardoor de overheid verantwoordelijk werd.
Secularisatie
Het overgaan van kerkelijk bezit of kerkelijke functies naar wereldlijke organisaties.
Vroeger moest men belasting betalen aan de kerk, maar tegenwoordig niet meer.
De kern houdt in: Ontkerkelijking
Profane samenleving, in plaats van religieuze samenleving.
Religie
Religie is een geloof, geen wetenschap.
Ook geeft het zin aan iemands leven. (Hoeft niet absoluut te zijn)
Besef dat je je lot niet volledig in eigen handen hebt. (Transcedente macht)
Rituelen en diensten aan die transcedente macht.
Leven volgens van leefregels en geboden.
Vaak volgen mensen de verschijnselen in een gemeenschap.
In de basis denken en voelen deze mensen hetzelfde.
Soms is de scheidingslijn niet heel duidelijk tussen religie en spiritualiteit.
Voor een deel gebaseerd op doctrines en tradities.
Religieuze anderen
Heidenen: niet/anders-gelovigen
Jodendom: goj / Islam: kafir
Bijgeloof
Animisme: geloven in natuurverschijnselen
Polytheïsme: verschillende klimatologische en maatschappelijke gebeurtenissen kunnen afwenden.
Monotheïsme: Drie grote wereldsgodsdiensten.
Deïsme: Geloof in schepper, maar leven niet volgens leefregels.
Atheïsme: geloven niet dat god bestaat.
Agnosticisme: Weten niet zeker of god bestaat.
Ietsisme?
Secularisatiedebat
Max Weber bedacht de Klassieke secularisatiethese (v.a. 1900)
Hoe welvardender, hoe minder religieus.
Maatschappelijke instituten nemen de rol van de kerk over.
Je kunt zelf op je eigen manier zin geven aan je leven, je hebt religie niet meer nodig.
Religie is irrationeel, secularisatie is het resultaat van vooruitgang. Kwam veel kritiek op.
Max Weber haalt de magie uit de wereld. Je hebt geen religie meer nodig voor verklaringen als je wetenschap hebt. ‘Onttovering van de wereld’
Substractietheorie: Mensen worden rationeler en gooit steeds meer religieuze ballast van zich af. God is niet meer nodig voor wetenschappelijke verklaringen.
Een van de gevoelige punten is het ontstaan van de wereld. Darwin vs. Bijbel.
Hoe meer wetenschap, hoe minder God.
Charles Taylor:
Religie verdwijnt uit de publieke ruimte. Je ziet minder religieuze mensen, maar zij zijn er nog wel. Mensen gaan minder vaak naar kerken of moskeeën. Religie verdwijnt niet, maar het wordt meer een individuele keuze. De invloed van kerk in politiek is veel minder geworden.
Maar wereldwijd gezien, zien we juist een opleving van religie in het openbaar.
Fundamentalisme is een antwoord op de Westerse moderniteit: een religieuze reactie erop en een verwerping ervan. Voor sommige mensen heeft het geloof een totale autoriteit.
Volgens Charles Taylor is de secularisatiethese van Weber onjuist. Het is geen verdwijning, maar een transformatie van religie. Er is meer verscheidenheid. Het is minder verplicht en meer een keuze. Zo neemt de invloed van de kerk af, maar individueel geloof een stuk minder.
Seculering moslims
Volgens Casanova is dit wel het geval in het westen.
Zij dulden geen moralistische imams die hun levens willen bepalen.
Veel jongeren willen hun eigen leven invullen, los van de imam.
Tegelijkertijd is het gemeenschapsgevoel en geborgenheid in de Islam veel meer aanwezig dan bij andere westerse religieuze groepen.
Men kiest er vaker voor om orthodoxer te leven. Dit is een vorm van reactieve religie.
Daarnaast zie je ook cultuurmoslims. Zij leven niet strikt naar die leefregels, maar volgen wel de algemene leer.
Moderne samenleving houdt geen rekening met religieuze gebruiken en maakt het moeilijk om religieus te leven.
Katholieken in Nederland
Invloed heel groot tot de jaren ‘60, daarna enorm snel afgenomen.
1579 Unie van Utrecht
Plakkaat van Verlatinghe 1581
Schuil- en schuurkerken
Het Rijke Roomsche leven nam toe
Alles wat men deed was verbonden met religie.
Opbouw kerkelijke organisatie.
De zeven sacramenten waren heel belangrijk.
De dagelijkse activiteiten waren doordrongen van religie.
Ontkerkelijking tot 1930: modernisering
Verstedelijking
Industrialisering, socialisme
Stijgend opleidingsniveau
Minder sociale controle
Stadskerken konden de stroom migranten niet aan.
Oorzaken na 1960: samenleving
Welvaartsgroei, materialisme
Jongeren hebben weinig idealisme
Het werd zakelijker en efficiënter
Toegang tot hoger onderwijs neemt toe.
Positie van de vrouw verandert.
Positie van religie verandert in hoog tempo.
Na de jaren 60 ontstond er een culturele revolutie en een gezagscrisis.
Autoriteit van de kerk was niet meer vanzelfsprekend.
Men ging zelf beslissen over levensvraagstukken.
Alles werd ‘losser’ in de samenleving.
Impact secularisatie
Grote culturele veranderingen zorgen ervoor dat de greep van de kerk verslapt.
Mensen bepalen meer hun eigen weg. Ook komt er meer ruimte voor andere geloofsbewegingen. Op politiek gebied hebben christelijke partijen veel verliezen geleden.
Kiezers stemmen niet meer hetzelfde. Zwevende kiezers bepalen pas laat hun keuze, kiezen vaak personen i.p.v. partijen.