gs 1.3 samenvatting
Kritiek op de kerk
De humanist Erasmus bekritiseerde in 1509 in zijn boek Lof der Zotheid de misstanden binnen de katholieke kerk, zoals de verering van heiligen en relikwieën en de hebzucht van geestelijken. Dankzij de boekdrukkunst verspreidde deze kritiek massaal. Veel gelovigen ergerden zich eraan dat de kerk afweek van het oorspronkelijke christendom.
Splitsing van de kerk.
Maarten Luther, een bewonderaar van Erasmus, wilde desnoods breken met de paus om de kerk te hervormen, in tegenstelling tot Erasmus die interne verandering zocht. In 1517 protesteerde Luther tegen de handel in aflaten, waarbij de kerk vergeving van zonden verkocht. Zijn brief verspreidde massaal door de boekdrukkunst. De paus zette Luther uit de kerk en keizer Karel V verklaarde hem bij de rijkdag van 1521 vogelvrij, omdat Luther weigerde zijn woorden terug te nemen. Met bescherming van Frederik van Saksen vertaalde Luther het Nieuwe Testament in het Duits en riep hij vorsten op tot kerkhervorming. Dit leidde tot de Protestantse Hervorming of Reformatie en een splitsing tussen katholieken en protestanten.
Katholieken en protestanten
Na Luther volgden meer hervormers, waaronder Johannes Calvijn wiens leer, het calvinisme, stelde dat men God moest dienen met een vroom en sober leven. Calvijn stond, in tegenstelling tot Luther, verzet toe tegen vorsten die het geloof bestreden. Protestanten geloofden dat redding door geloof en Gods genade kwam, en dat direct contact met God via gebed en de Bijbel mogelijk was, zonder tussenkomst van geestelijken. Protestantse geestelijken (dominees) legden de Bijbel uit, mochten trouwen en stonden niet boven gelovigen. Protestantse kerken waren kaal, zonder heiligenbeelden, relikwieën of versieringen, in tegenstelling tot katholieke kerken.
Strijd tussen godsdiensten
Vorsten profiteerden van het protestantisme door kerkrijkdommen in beslag te nemen en onafhankelijk van de paus te worden. Landen als Engeland, Denemarken en Zweden legden het protestantisme op. Karel V voerde jarenlang oorlog met protestantse vorsten in het Duitse Rijk, maar gaf in 1555 op, waarna elke vorst zelf de godsdienst in zijn gebied mocht bepalen. In Frankrijk leidde een godsdienstoorlog tot 1598 tot een katholieke staatsgodsdienst met rechten voor calvinisten. In de Nederlanden vervolgde Karel V protestanten via de Inquisitie, maar slaagde er niet in het protestantse geloof uit te roeien.