Introduction to the CNS
Wat is de cerebrale cortex?
De cortex omgeeft het hele oppervlak van de hersenen (ligt over de diepe kernen). De cortex samen met de grijze materie vormen het ‘forebrain’.
Opbouw cortex
Cortex is sterk opgevouwen. Hierdoor ontstaan sulci en gyri.
Gyri: plooien
Sulci: groeven
Fissura: grote groeven
Lobi
Het limbisch systeem
Een extra lobus is zichtbaar vanuit de mediale zijde: het limbisch systeem. Deze bestaat uit:
•Gyrus cinguli
•Gyrus parahippocampalis
Functie van het limbisch systeem
•Homeostase (hypothalamus)
•O
•Memory (hippocampus)
•Emotion (amygdala)
Grijs versus wit
• grijze materie: neuronale cellichamen
• witte materie: gemyeliniseerde axonen
In de hersenen: de cortex bestaat uit grijze materie en ligt extern van de witte materie.
In de hersenstam: de grijze materie ligt intern en wordt omgeven door witte materie.
De hersenstam
Anatomie van de hersenstam
De hersenstam kan in drie delen verdeeld worden van rostraal (~ventraal/craniaal) naar caudaal:
1. mesencephalon (midbrain)
2. pons
3. medulla
Achter de pons ligt het vierde ventrikel afgelijnd door de achterzijde pons en het velum medullare superius en inferius. Achter het vierde ventrikel ligt het cerebellum.
De anterieure en posterieure zijde
De anterieure zijde:
•Pedunculus cerebri
•Corpora mamillaria
•Nervus opticus
•Pons
•Pyramids
•Oliva
De posterieure zijde:
•Colliculus superior
•Colliculus inferior
•Pedunculus cerebellar sup
•Pedunculus cerebellar middle
•Pedunculus cerbeellar inf
•Fasciculus cuneatus
•Fasciculus gracilis
•Obex
•4e ventrikel
Het ventrikelsysteem
Het ventriculair systeem
•Ruimtes gevuld met cerebrospinaal vocht (CSF).
•CSF wordt geproduceerd door ependymale cellen van de plexus choroideus
Het ventriculair systeem bestaat uit:
•2x laterale ventrikels (cornu anterior, posterior en inferior)
•3e ventrikel
•4e ventrikel
De circulatie van het ventriculair systeem
CSF wordt gesecreteerd uit het epitheel van de plexus choroideus (aanwezig in alle 4 ventrikels). CSF beweegt van lateraal, naar 3e , naar 4e ventrikel naar villi arachnoidales. De beweging van het CSF gebeurt passief (door hydrostatische druk).
1.Laterale ventrikels
2.Foramen interventriculare
3.3e ventrikel
4.Aqueductus van Sylvius
5.4e ventrikel + cisterna magna
6.Foramina van Luschka (2x lateraal) en foramen van Magendie (1x mediaal)
7.Subarachnoidale ruimte
8.Granulationes arachnoidales/villi arachnoidales
9.Sinus sagittalis superior
Subarachnoidale cisternen: regio’s waar er substantieel meer CSF aanwezig is.