linking exposure to response


  • Beta-blockers

    • Werken op het perifere stelsel

      • Bewegingen die we maken

    • Autonome stelsel

      • parasympatisch → houdt zich bezig met de rust van het lichaam

        • Acetylcholine als hormoon

      • Sympatische → fight or flight

        • Adrenaline en noradrenaline als hormonen

    • Beta-blockers werken op het sympatische gedeelte

      • Propranolol was eerste beta-blocker

        • Target is receptor van adrenaline

        • We kijken naar beta-adrenoreceptor in het hart

          • Het is een GPCR met een G-eiwit

          • Na activatie heeft het downstream-effecten

      • Indicatie: angina pectoris, pijn op de borst

        • Drug atenolol

        • Je hart klopt, maar heeft te weinig zuurstof waardoor je pijn krijgt

        • PK: oraal, home-based

        • PD: measure of efficacy

          • Kijken naar bloeddruk of hartslag

          • Er is een vertraging tussen de PK en PD (oranje pijl)

        • Een PD curve heeft meestal geen S-curve, maar komt terug

          • De relatie tussen geobserveerde geneesmiddel concentraties en response is niet altijd direct

  • Onset, intensity & Duration of Effect

    • Medicijn wordt toegediend (Delivery) met bepaalde dosis (PK) en als het zich bevindt op plek van werking (Biophase) zal de drug en receptor een interactie met elkaar (DR) aan gaan

    • DR leidt tot farmacodynamiek en leidt tot een bepaalde signaalcascade en heeft dan een effect wat zal leiden tot een verandering in de response

    • Alle processen met een zandloper kosten tijd en kan leiden tot vertraging

  • Terminologie

    • Drug action

      • Interactie van medicijn met receptor

    • Drug effect

      • Verandering in de fysiologie

    • Drug response

      • Reflectie van klinische uitkomst

        • Patiënt heeft er baat bij

          • Geen klachten meer of vermindering van klacht

    • Vraag: wat betekenen deze voor atenolol

      • Action → binden aan receptor

      • Effect → verlaging inotropy en chronotropy

      • Response → vermindering van angina pectoris (pijn)

  • Direct response

    • Karakteristieken

      • Directe relatie tussen concentratie (in bloed) en gemeten response

        • Dit kan gezien worden met het model

      • Target is in bloed of weefsel dat snel in equilibrium komt met plasmaconcentraties

      • Interactie van drug met target is snel en reversibel

      • Signaal transductie is snel

  • Hysteresis

    • Vertraging tussen het effect wat je ziet en de concentratie van het bloed

      • Je ziet een counter-clockwise loop

    • Je ziet 2x een effect op dezelfde concentratie

      • De afbeelding laat zien dat bij 50% je een concentratie ziet van 1000 en 500

    • Als je de grafiek anders tekent, x-as = concentratie en y-as is Hz

      • Je kan niet rekenen met deze curve

        • Zoeken naar welk punt je kan gebruiken om de functie met EC50 te gebruiken

    • Hysteresis

  • Slow effect-site equilibration - Effect compartment model

    • We meten een vertraging met de concentratie in het bloed en waar het geneesmiddel zich bevindt

    • Snelle interactie met drug en target

      • Downstream signalling is ook snel

    • Vertraging bij het komen tot de target-site

      • Vertraging om van PK naar biophase te gaan

    • Effect-model

      • Model doet alsof er een vertraging is tussen de Ap (plasma) en Ae (effect compartment)

      • Maar als het bij de target (Ae) is is er een sigmoide curve

      • Het model heeft een hypothetisch effect-compartiment

        • In het compartiment is het medicijn met een vertraging

        • Vanuit het compartiment vindt de concentratie-effect relatie plaats

        • Vertraging en hoeveelheid in compartiment kunnen we afleiden door het schatten van parameters

        • Ook nemen we aan dat de effect-compartment een verwaarloosbare kwantiteit heeft van het geneesmiddel

          • Het zal geen effect hebben op de curve

        • Hysteresis wordt gekwantificeerd op basis van K1e en Ke0

          • Deze zijn gelijk, we kunnen het niet apart schatten

    • Grafiek

      • Langere vertraging leidt tot sterker hysteresis effect

      • Piek verschuift naar rechts en gaat omlaag als Ke0 vermindert

        • Hoe langzamer de Ke0 is, hoe meer al uit het centrale compartiment zal verdwijnen, dus kan er minder naar het effect compartiment gaan

    • Effect van de dosis

      • Hogere dosis → hogere concentratie

        • Pieken zijn altijd op dezelfde moment

          • Vertraging in biophase

      • Een model is gebaseerd op zijn data

      • Kan je met volgende curve het model kwantificeren?

        • Nee, je ziet alleen een verschil tussen de lijnen, maar ziet niet hoe dat komt

        • Als je de 2e fase zou hebben, kan het wel

  • Formation of active metabolite - drug-metabolite interaction model

    • (pro-) drug met actief metaboliet

    • Karakteristieken

      • Actief metaboliet zorgt voor de vertraging

      • Target is in bloed of weefsel dat snel tot equilibrium komt met plasma-concentratie

      • Drug of metaboliet heeft een snelle en reversibele interactie met target

      • Signaal transductie is ook snel

    • Model

      • Kwantificeren de PK op basis van metaboliet

        • Concentratie van geneesmiddel in het compartiment en dat wordt geklaard en leidt tot een concentratie metaboliet

        • Concentratie metaboliet wordt ook geklaard, maar deze concentratie van het metaboliet wordt gebruikt om berekeningen mee te doen in de Emax functie

  • Receptor interactions

    • Slow target binding kinetics - target equilibriation model

    • Slow signal transduction - modelling of transduction process

    • Deze twee mechanismes en modellen hebben te maken met de receptor interactie, verderop zal hierover meer gepraat worden

    • We focussen hierop

      • Slow receptor binding kinetics

        • associatie en dissociatie van binden aan de receptor kan traag zijn → hysteresis

        • Dit leidt tot een downstream effect

      • Slow signal transduction after activation

        • Downstream effect kan traag zijn → hysteresis

    • afbeelding

      • Vertraging kunnen we kwantificeren op basis van de formules

      • Eerste grafiek gaat over binding

      • 2e over signallering

      • 3e is alles bij elkaar

  • Slow target binding kinetics - Target equilibriation model

    • Karakteristieken

      • Binding of loslaten van receptor is traag

      • Target is in bloed of weefsel dat snel tot equilibrium komt met plasma-concentratie

      • Signaal transductie is snel

    • Model - Target equilibriation model

      • Occupancy neemt de vertraging in rekening door KD (ratio tussen dissociatie en associatie)

  • Slow signal transduction - Modelling of transduction process

    • Karakteristieken

      • Signaal transductie is traag

      • Target is in bloed of weefsel dat snel tot equilibrium komt

      • Drug-target interactie is snel en reversibel

    • Je weet dat er verschillende stappen zijn bij de transductie, dus maken we gebruik van transit compartments

      • We kijken dan ook hoelang het in een transit compartment zit voordat het naar de volgende gaat

        • Dit kwantificeert de vertraging

      • Er komt stof in het compartiment en er gaat ook stof uit en het effect is proportioneel bij het laatste compartiment

      • Als we dit weergeven ziet het eruit als

        • Als je meer compartimenten hebt, zal de piek lager zijn

      • Als de mean transition time korter is, verschuift de grafiek naar rechts

  • Indirect mechanism of action - Indirect physiological response model

    • Karakteristieken

      • Medicijn werkt niet op het geobserveerde effect (biosignal), maar op de formatie of eliminatie rate van biosignal

        • Je wilt dus een eiwit remmen en dat kan je doen door de aanmaak ervan te remmen of de afbraak ervan te stimuleren

        • Als je het wilt stimuleren is het dus precies andersom

      • Target is in bloed of weefsel dat snel tot equilibrium komt

      • Drug-target interactie is snel en reversibel

    • Model - Indirect response model

    • Je hebt of remming of stimulering dus

      • Concentratie in het plasma is drijvende kracht achter PKPD relatie

        • Het heeft nu alleen een effect op de aanmaak of afbraak van een response R

      • Alle 4 profielen hebben een andere curve

        • Grotere dosis → groter effect en de piek verschuift naar rechts

          • Grotere response

          • Steilere slope

          • Piek komt dus later → hogere Tmax

          • Area under the curve verhoogt

    • Vraag

      • Welk model heeft deze curve?

        • Wat voor experiment kan je bedenken om te weten of je een effect compartment of een indirect response model nodig hebt?

          • Dosis heeft een effect op de Tmax bij de indirect response model en niet bij effect compartment model

          • Dus je gaat een experiment doen met verschillende doseringen

            • Als Tmax verandert heb je een indirect response model en anders effect compartment model

  • Aspirin (acetylsalicylic acid)

    • 1 van de oudste medicijnen van de wereld

    • Classificatie complex:

      • Non-steroidal anti-inflammatory drug (NSAID)

      • Inhibeert platelet aggregatie

    • Target: Cyclooxygenase (COX) inhibitie

      • COX converteert arachidonic acid naar prostaglandinen

      • COX is in bloedplaatjes

    • Thromboxane synthase converteert prostaglandinen naar thromboxane A2 (TXA2)

      • TXA2 promotes platelet aggregatie

      • Thrombose: bloedstollingen in je vatensysteem

    • Aspirine bindt irreversibel aan COX

    • Indicatie: thrombosis

    • PKPD:

      • PK: oraal, home-based

        • Pre-systemic effect: target-site is het bloed, dus het heeft al gebonden in het bloed voordat het in de lever komt

      • PD:

        • Verlaagde platelet aggregatie

        • Verlaging hartziektes

        • Risico’s van bloedingen

    • Vraag: hoelang moet je wachten met een operatie om geen risico van bloedingen te hebben

      • Een week

  • Irreversible target binding - Mechanistic model

    • Karakteristieken

      • Geen directe relatie tussen concentratie en response, effect is gelinked aan cumulatieve exposure

      • Geen EC50 waarde of Emax relatie voor concentratie-effect relatie

        • Intensiteit van effect is afhankelijk van de concentratie en duratie van de exposure

        • De duratie van de response is afhankelijk van de formatie rate van de target en niet op de klaring van het medicijn

    • Gewone oorzaken

      • Irreversibele (vaak covalent) binding van drug aan target (vaak enzymen)

    • Kwantificeren van het effect

      • We kijken naar verschillende doseringen

      • Je ziet dat er een verschil is

      • Je wilt liever een mechanistisch model waarin je alle effecten kan kwantificeren

      • Voorbeeld met aspirine

        • Je ziet dat de inhibition rate daalt gedurende de dagen

        • Dit komt puur doordat de platelets lang leven

    • Permanente effecten

      • Soms vindt irreversibele en permanente schade plaats

        • Dit komt door een langdurige blootstelling

      • Cumulatieve blootstelling over langdurige periodes is de drijvende kracht achter deze response

        • Dit leidt tot nierschade of gehoorschade afhankelijk van het geneesmiddel

  • PD

    • Kinetics van drug effecten

    • Voorbeelden

      • We zien warfarine bij transductie en turnover model

        • Dit komt dus echt door de data die je krijgt, dit bepaalt dan in welk model het past

    • Response dynamics

    • No kinetics hoort ook bij indirect response

  • No PK information

    • Karakteristieken

      • Medicijn wordt lokaal toegediend en niet via bloed

        • Je hebt geen informatie over concentratie-tijd

        • Dit is een K-PD model

      • Drug-target interaction is snel en reversibel

      • Signaal transductie is snel

    • Lokale drug administratie

      • Inhalatie

      • Creme

      • Oogdruppel

      • Oordruppel

      • Neusspray

    • K-PD model

      • PD linken aan hypothetisch compartiment

        • Dosis gaat meteen in het compartiment en gaat eruit met een bepaalde snelheid

        • We kijken naar hoe de dosis over tijd wordt afgebroken

          • Deze hoeveelheid drived het model

        • Geen hysterese, want je hebt geen X-as

        • K-PD en effect compartment model hebben een hypothetisch compartiment en beschrijven een dosis-PD relatie door een parameter