hygiene en veiligheid deel 1

Desinfectieproces en Reiniging

Eliminatie en Preventie

  • Eliminatie verwijdert of voorkomt de toegang van pathogenen.

Engineering Controls

  • Ziekenhuisontwerp en -inrichting om de mogelijkheid van blootstelling aan pathogenen bij de bron weg te nemen of de naleving te verbeteren.

Administratieve Controls

  • Werkbeleid en -procedures die blootstelling aan pathogenen voorkomen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE)

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen die worden gebruikt om blootstelling aan en verspreiding van pathogenen te voorkomen.

Inleiding Reinigen

  • Zichtbaar organisch materiaal en vuil verwijderen.

  • Verminderen van het aantal micro-organismen vóór de desinfectie.

  • Zonder goede reiniging, nooit goede desinfectie en sterilisatie.

Noodzaak tot Reinigen op Verschillende Niveaus

  • Consultatieruimte

  • Hospitalisatie

  • Tafel

  • Chirurgische instrumenten

  • Thermometer

  • Kledij

  • Poetsmateriaal

Waarom Reinigen We?

  • Werking en levensduur chirurgisch materiaal.

  • Verminderen aantal micro-organismen.

  • Bloed en weefselresten worden overgebracht.

  • Micro-organismen worden beschermd door een laagje vuil.

  • Chemische reactie tussen het vuil en desinfectantia.

  • Dieren (en mensen) voelen zich beter in een propere en droge omgeving (WELZIJN).

  • Propere praktijk maakt goede indruk bij de eigenaars!

Manieren van Reinigen

Droog Reinigen:
  • Stof en vuil verwijderen door bezem, stofdoek, stofzuiger.

    • Stof: reservoir micro-organismen.

  • Niet voldoende bij aangehecht vuil.

  • VDL (Vloer Direct Leverbaar): vloeroppervlak onmiddellijk te gebruiken.

Nat Reinigen:
  • Altijd eerst droog reinigen.

  • (Handwarm) water en reinigingsmiddel.

  • 2-emmer systeem.

  • NDL (Niet Direct Leverbaar): kans op uitglijden.

Poetsmateriaal

  • Niet vergeten te desinfecteren na gebruik.

  • Al het poetsmateriaal en de desinfectantia in aparte ruimte bewaren.

  • Kleurcodes (bv code rood: enkel voor hospiruimte).

Aandachtspunten

  • Aandacht voor ‘tastvlakken’: deurknoppen, kooisluitwerk, kraangrepen, spoelbakken, toetsenborden, afstandsbediening, telefoon, …

  • Nood aan goed reinigbare oppervlakken en materialen.

    • Glad, niet poreus materiaal.

  • Vermijdt hogedrukspuiten: verspreiding besmettelijke deeltjes.

  • Schone voorwerpen gescheiden houden van vuile voorwerpen.

  • Check- en aftekenlijsten.

Reinigingsmiddelen (Detergents)

  • Water = altijd de basis!

  • Zeep = hydrofoob en hydrofiel

    • Juiste verdunning van vloeibare zeep.

    • Intrekken.

    • Nadien mechanische reiniging.

    • Spoelen.

    • Vuil water verwijderen.

  • Reinigingsmateriaal ook reinigen! (liever geen hout).

Reinigingsmiddelen (vervolg)

  • Stofzuiger minder stof in lucht, filter!

  • Emmer, dweil, borstel, blik.

  • Stuk papier i.p.v. stofdoek

  • Instrumenten:

    • Reinigen

    • Desinfecterende zeepoplossing + borstelen

    • Ultrasone reiniger

  • Zo snel mogelijk reinigen!!!!!

Keuze van het Reinigingsmiddel

  • Zure, alkalische of pH neutrale reinigingsmiddelen.

  • Keuze van het reinigingsmiddel is afhankelijk van het doel.

  • Dagelijkse reiniging van vloeren, wanden: neutraal reinigingsmiddel.

  • Huishoudelijke allesreiniger: lost eiwitten en vetten op.

  • Professionele allesreiniger: alkalischer, minder parfum, toxischer.

Keuze van het Reinigingsmiddel (vervolg)

Zure reinigingsmiddelen (azijn, synthetisch):
  • Verwijderen van urineaanslag.

  • Verwijderen van kalkaanslag.

  • Verwijderen van roest.

Alkalische reinigingsmiddelen (zeep, soda of synthetisch):
  • Verwijderen van organische vervuiling.

  • Faeces.

  • Bloed.

  • Voedselresten.

Aandachtspunten bij Reinigingsmiddelen

  • Zure en sterk alkalische middelen -> aantasting van verschillende materialen: zie bijsluiter.

  • Let ook op inwerktijd (zie bijsluiter).

  • PPE: persoonlijke beschermingsmiddelen bv handschoenen (gebruiksvoorschrift).

  • Voor de dagelijkse reiniging van vloeren en wanden: standaard (pH neutrale) middelen of speciale oxiderende reinigers (NIEUW).

Reinigingsmiddel: Standaard vs. Oxiderend

Standaard reinigingsmiddelen:
  • Laten residuen achter: goed naspoelen anders kans op BIOFILM.

Oxiderende reinigers:
  • Laten geen residuen achter.

  • Breken organische vervuiling af!

  • Geschikter voor een eerste reiniging.

Effectiviteit Reinigingsproces

  • Kritische factoren:

    • Temperatuur

    • Mechanische werking

    • Chemische werking

    • Inwerktijd

    • Verdunning

  • Goed naspoelen om biofilm te voorkomen

Biofilm Stadia

  • Attachment

  • Growth

  • Detachment

  • Planktonic bacteria adhere to surface

  • Sessile bacteria begin to secrete EPS

  • Planktonic (free floating) bacteria

  • Developing biofilm

  • Planktonic bacteria released from mature biofilm

  • Sessile (attached) bacteria

Biofilm Voorbeeld

  • Waterleiding in een stal.

  • Zelfs Spa Blauw dat hier doorheen stroomt eindigt vies in de drinkbak.

Biofilm

  • Extracellular polymeric substances (EPSS)

Desinfecteren

  • Desinfectie: doden van micro-organismen uitz. bacteriesporen, oöcysten (van protozoa).

  • Desinfectans ≠ Antisepticum: antimicrobiële middelen die weinig toxische effecten hebben op huid en wonden

  • Chemische desinfectie

  • Geen gevaar meer voor dieren met intacte huid en slijmvliezen

Het Ideale Desinfectans

  • Breed spectrum

  • Invloed van Omgevingsfactoren

  • Goed doordringen

  • Niet toxisch

  • Stabiel

  • Niet corrosief

  • Niet kleurend

  • Geurloos of aangename geur

  • Wateroplosbaar

  • Niet geïnactiveerd door hard water

  • Homogeen

  • Niet brandbaar

  • Goedkoop en eenvoudig gebruik

Ideale Desinfectans?

  • Chloor werkt niet tegen sporen

  • Aldehyden zijn irriterend voor de longen

  • Veelvuldig gebruik van Quaternaire ammoniumverbindingen -> resistentie

Veiligheidsmaatregelen bij Verdunnen

  • Zorg voor goede ventilatie

  • Gebruik indien nodig handschoenen, mondneusmaker, veiligheidsbril

  • Hou je aan de voorschriften (niet mengen)

  • Informeer alle medewerkers

  • Restanten = chemisch afval

Veiligheidsmaatregelen: Oplossingen Bereiden

  • Risico aërosolvorming en inhalatietoxiciteit!

  • Best doseersysteem gebruiken (maatbeker)

  • Sprays worden afgeraden (aërosol vorming en inhalatietoxiciteit)

  • Het regelmatig inademen van de nevel is i.v.m. huidcontact schadelijker voor de gezondheid

  • Door verdamping gaat desinfectans verloren: verschillende gebruiksconcentratie kan ≠met die in de sprayflacons

  • Alternatief: product op wegwerpdoek aanbrengen/sprayen

Tips: op de Fles Schrijven

  • Verdunningsfactor

  • Vervaldatum van de verdunning noteren!!!!!

  • Contacttijd: iedereen moet deze respecteren!

  • Niet bijvullen: op gebruiken en daarna met een nieuwe volle fles starten!!!

Verdunning Oefening

  • Verdunning 1/10: 1 deel desinfectans, 9 delen water

  • Verdunning 1/100: 1 deel desinfectans, 99 delen water

  • Product A: Concentratie 200 mg/ml

    • Verdunningsfactor 1/10

  • Product B: Concentratie 0,5 mg/ml

    • Verdunningsfactor 1/100

Verdunning Oplossing

  • Product A moet 10 maal verdund worden: 1/10

    • (200mg/ml * 1) / 10 = 20 mg/ml

    • Is dus verdund !!!

  • Product B moet 100 maal verdund worden

    • (0.5mg/ml * 1) / 100 = 0.005mg/ml

Oefening Product C

  • Product C concentratie 10mg/ml

  • Verdunningsfactor 4/25

  • (10 mg/ml * 4) / 25 = 1.6 mg/ml

Andere Oefening: IncidineⓇ

  • Maak een oplossing van dit product 1/200 op een totaal van 1 liter

Oplossing IncidineⓇ

  • 1 deel product op 200 ml

  • Hoeveel product op 1000 ml (1 liter)?

  • (1 * 1000) / 200 = 5 ml IncidineⓇ

  • Aanlengen tot 1 liter (1000ml): dus 995 ml water erbij

Andere Oefening

  • Bereid een 0,5% oplossing op 5 liter:

    • 0,5% : 0,5 ml/100 ml -> 5 ml op 1000ml -> 5 ml op 1 liter

    • Dus 25 ml op 5 liter

  • Bereid een 2,5% oplossing op 1 liter:

    • 2,5% = 2,5 ml/100ml -> 25 ml op 1000ml -> 25 ml op 1 liter

Werkingsmechanisme van Chemische Desinfectantia

  • Verandering in structuur van het micro-organisme

  • Stoppen vermenigvuldiging

  • Stoppen pathogene werking

  • Structuur van het micro-organisme bepaalt gevoeligheid tegenover desinfectantia

Gevoeligheid Micro-organismen voor Desinfectantia

  • MEEST GEVOELIG

    • VIRUSSEN

      • Met enveloppe

      • Zonder enveloppe

    • BACTERIËN, SCHIMMELS EN ANDERE MICRO-ORGANISMEN

      • Mycoplasma's

      • Gram-positieven

      • Gram-negatieven

    • Prions

  • MEEST RESISTENT

    • Schimmelspores

    • Zuurvaste bacteriën (mycobacterium)

    • Bacteriële spores

    • Coccidiën