h3

Hoofdstuk 3: Definiëren en Meten van Variabelen

3.1 Constructen en Operationele Definitie

Leerdoelen
  • LO1: Definieer een construct en leg uit welke rol constructen spelen in theorieën.

  • LO2: Definieer een operationele definitie en leg het doel en de beperkingen van operationele definities uit.

Constructen en Theorieën
  1. Definitie van Variabelen: Variabelen zijn kenmerken of toestanden die veranderen of verschillende waarden hebben voor verschillende individuen.

    • Voorbeeld: Een psycholoog kan geïnteresseerd zijn in hoe depressiescores veranderen in reactie op therapie.

    • Een leraar kan willen weten hoeveel verschil er is in de leesprestaties van kinderen in groep drie versus groep vier.

  2. Constructen: Hypothetische entiteiten die niet direct geobserveerd kunnen worden maar zijn aangenomen om gedrag te verklaren en te voorspellen.

    • Voorbeeld: 'Motivatie' en 'zelfvertrouwen' zijn constructen die worden gebruikt in gedragstheorieën, ook al zijn ze niet direct waarneembaar.

  3. Rol van Constructen in Theorieën: Theorieën zijn sets van verklaringen die mechanismen omvatten die ten grondslag liggen aan gedrag. Constructen helpen om het gedrag te verklaren en voorspellingen te doen.

Operationele Definities
  1. Definitie van een Operationele Definitie: Een procedure voor het indirect meten en definiëren van een variabele die niet direct geobserveerd of gemeten kan worden.

    • Operationele definities specificeren een meetprocedure (een set operaties) voor het meten van extern waarneembaar gedrag.

    • Voorbeeld: IQ-testen meten constructen van intelligentie door middel van concrete taken.

  2. Beperkingen van Operationele Definities: Hoewel operationele definities nuttig zijn om abstracte variabelen om te zetten in waarneembare entiteiten, is er vaak geen een-op-een relatie tussen de variabelen die gemeten worden en de werkelijke constructen.

    • Voorbeeld: Bij het meten van zelfvertrouwen via een vragenlijst, kan de bereidheid van een deelnemer om zijn gevoelens te onthullen het resultaat beïnvloeden.

3.2 Validiteit en Betrouwbaarheid van Metingen

Leerdoelen
  • LO3: Definieer een positieve en negatieve relatie.

  • LO4: Definieer validiteit van meting en leg uit waarom en hoe dit wordt gemeten.

  • LO5: Definieer betrouwbaarheid van meting en leg uit waarom en hoe dit wordt gemeten.

Validiteit en Betrouwbaarheid
  1. Validiteit: De mate waarin een meetprocedure daadwerkelijk meet wat het beweert te meten.

    • Voorbeeld: Een IQ-test moet de intelligentie meten en niet de motivatie.

  2. Soorten Validiteit:

    • Gelaatsvaliditeit: De oppervlakkige schijn van een meetinstrument.

    • Gelijktijdige validiteit: De scores van een nieuwe meetprocedure moeten direct gerelateerd zijn aan scores van een gevestigde procedure.

    • Predictieve validiteit: Scores moeten gedragingen nauwkeurig kunnen voorspellen volgens een theorie.

    • Constructvaliditeit: Scores moeten op dezelfde manier reageren als de variabele zelf.

    • Convergente en Divergente Validiteit: Verhouding tussen verschillende meetmethoden.

  3. Betrouwbaarheid: De stabiliteit of consistentie van metingen.

    • Voorbeeld: Een IQ-test moet bij herhaalde metingen consistente scores opleveren.

    • Betrouwbaarheidstests zijn onder meer:

      • Test-hertest betrouwbaarheid:zelfde test meerdere keren.

      • Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid:overeenkomst tussen verschillende beoordelaars.

      • Split-half betrouwbaarheid: beoordelingen van verschillende helften van tests.

3.3 Schalen van Metingen

Leerdoelen
  • LO6: Vergelijk de vier schalen van metingen en geef voorbeelden.

Soorten Schalen
  1. Nominale Schaal: categorische verschillen zonder kwantitatieve betekenis.

    • Voorbeeld: Geslacht, burgerlijke staat.

  2. Ordinale Schaal: geordende reeksen zonder vaste afstanden.

    • Voorbeeld: Rang bij een wedstrijd.

  3. Interval Schaal: gelijke afstanden tussen waarden zonder absoluut nul.

    • Voorbeeld: Temperatuur in Celsius.

  4. Ratio Schaal: gelijke afstanden met een absoluut nul.

    • Voorbeeld: Gewicht in kilogram.

3.4 Modaliteiten van Meting

Leerdoelen
  • LO7: Benoem de drie modaliteiten van meting en leg de sterke en zwakke punten uit.

Modaliteiten
  1. Zelfrapportage: Deelnemers beschrijven hun eigen metingen.

    • Voordelen: direct en gemakkelijk te verkrijgen.

    • Nadelen: onderhevig aan sociale wenselijkheid.

  2. Fysiologische Metingen: Objectieve metingen van lichamelijke reacties.

    • Voordelen: betrouwbaar en precies.

    • Nadelen: kosten, onnatuurlijke setting.

  3. Gedragsmetingen: observeren van extern gedrag.

    • Voordelen: veelzijdigheid en directe meetbaarheid van constructen.

    • Nadelen: kan tijdelijk of situationeel zijn.

3.5 Andere Aspecten van Metingen

Leerdoelen
  • LO8: Definieer een ceiling effect en floor effect en leg uit hoe deze metingen kunnen verstoren.

  • LO9: Definieer een artefact en bespreek hoe voorbeeldige artefacten de validiteit en betrouwbaarheid van metingen kunnen bedreigen.

Effecten op Metingen
  1. Ceiling Effect: Scores stagneren aan de bovenkant van de schaal; geen verbeteringen zijn meetbaar.

  2. Floor Effect: Scores stagneren aan de onderkant van de schaal; geen afnames zijn meetbaar.

  3. Artefacten: Externe factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden, zoals:

    • Experimenter Bias: verwachtingen van de onderzoeker beïnvloeden de metingen.

    • Demand Characteristics: cues in het experiment dat deelnemers beïnvloeden.

    • Reactiviteit: deelnemers passen hun gedrag aan in een onderzoekssituatie.

Opmerkingen bij de keuzes van Metingen
  1. Sensitiviteit van Metingen: Moet subtiele veranderingen kunnen waarnemen.

  2. Meerdere Metingen: kan de validiteit verhogen maar ook problemen introduceren.

  3. Selectie van Metingen: Berust op de evaluatie van reeds uitgevoerd onderzoek.

Samenvatting van het Hoofdstuk

  • Dit hoofdstuk onderzocht hoe onderzoekers variabelen definiëren en meten in studies.

  • Operationele definities zijn nodig om abstracte variabelen meetbaar te maken.

  • Validiteit en betrouwbaarheid zijn essentieel voor het evalueren van meetprocedures.

  • Verschillende schalen en modaliteiten van meting bieden unieke voordelen en nadelen bij het meten van constructen.