Arabisch-Israëlisch Conflict en Midden-Oosten Geschiedenis
Geografie en Definitie van het Midden-Oosten
Het Midden-Oosten is een cruciaal mondiaal gebied dat frequent in het internationale nieuws verschijnt vanwege aanhoudende spanningen en gewapende strijd. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn de oorlog tussen Iran en Irak, de conflicten in Libanon, en de voortdurende strijd tussen Israël en de Arabieren over het grondgebied van Palestina. De gevolgen van deze regionale conflicten reiken vaak verder dan de lokale grenzen en hebben impact op de gehele wereld.
Geografisch gezien strekt het Midden-Oosten zich uit van Iran in het oosten tot Egypte in het westen. In het noorden wordt de grens gevormd door Turkije en in het zuiden door Jemen. De islam speelt een fundamentele rol in het dagelijks leven van de bevolking in vrijwel alle landen binnen deze regio. Met uitzondering van Turkije, Iran en Israël wordt het grootste deel van de bevolking gevormd door Arabieren. Een land wordt geclassificeerd als een Arabisch land op basis van twee criteria: ten eerste moet Arabisch de officiële voertaal zijn, en ten tweede moeten de inwoners zich verbonden voelen met de Arabische cultuur. In de middeleeuwen maakte een aanzienlijk deel van dit gebied deel uit van het Arabische Rijk, wat de gedeelde taal, cultuur en religie in de hedendaagse landen verklaart.
Strategisch en Cultureel Belang van de Regio
Het Midden-Oosten wordt om diverse redenen als een essentieel gebied beschouwd. Op cultureel vlak is het de bakermat van de beschaving waar hoogontwikkelde culturen zijn ontstaan. Het is tevens het ontstaanspunt van drie wereldgodsdiensten: het Jodendom, het Christendom en de Islam. Dit maakt de regio tot een centrum voor religieuze bedevaarten naar heilige plaatsen zoals Mekka, Jeruzalem, Bethlehem en Medina.
Economisch en strategisch gezien ligt het Midden-Oosten op het kruispunt van drie continenten: Europa, Azië en Afrika. Een vitaal onderdeel van deze ligging is het Suezkanaal, dat de Indische Oceaan verbindt met de Middellandse Zee, wat onmisbaar is voor de internationale scheepvaart. Bovendien bevindt meer dan de helft van de wereldwijde aardolievoorraad zich in dit gebied, met name in landen zoals Saoedi-Arabië, Koeweit en Iran. Omdat olie gelijkstaat aan energie, kapitaal en politieke macht, oefenen grootmachten constant invloed uit op de politieke gang van zaken in deze regio.
Historische Achtergrond en de Palestijnse Kwestie
De kern van het Arabisch-Israëlisch conflict ligt bij de Palestijnse kwestie. Historisch gezien woonden zowel de voorouders van de Palestijnen als die van de Joden al sinds ongeveer voor onze jaartelling in Palestina. Het is historisch onmogelijk om met absolute zekerheid vast te stellen welk volk zich er als eerste vestigde. Gedurende de geschiedenis is het gebied herhaaldelijk onderworpen aan buitenlandse overheersers, waaronder de Perzen, Grieken en Romeinen.
Het begrip Diaspora verwijst naar de verspreiding van het Joodse volk over de gehele wereld. Gedurende deze verspreiding kregen zij te maken met Antisemitisme, oftewel Jodenhaat en discriminatie. Joden werden vaak als minderwaardig beschouwd en vervolgd; zij dienden vaak als zondebok voor economische problemen. In de eeuw ontstond als reactie hierop het Zionisme, het streven naar de stichting van een eigen Joodse staat. Tegenover dit streven staat het Pan-Arabisme, het verlangen van de Palestijnen en Arabieren naar een eigen soevereine staat. Gewelddadige uitbarstingen van Antisemitisme, zoals die onder Hitler vanaf de Tweede Wereldoorlog, worden aangeduid als Pogroms.
Redenen voor de Vervolging van Joden
De vervolging van de Joodse bevolking kende historisch gezien vier hoofdoorzaken. Ten eerste hielden christenen hen in het verleden verantwoordelijk voor de dood van Jezus. Ten tweede wekte hun succesvolle beheer van belangrijke economische sectoren haat op bij de rest van de bevolking. Ten derde was er sprake van sociale isolatie, aangezien Joden zich vaak niet vermengden met andere groepen. Ten vierde werden zij gehaat vanwege hun rijkdom en hun status als kapitaalbezitters.
De situatie in het Midden-Oosten verergerde aanzienlijk tijdens de Eerste Wereldoorlog. In dit conflict koos Turkije de zijde van Duitsland, waardoor het een vijand werd van Engeland en Frankrijk. Dit leidde tot complexe diplomatieke verwikkelingen en tegenstrijdige beloften door de Britten.
Het Verraad van de Engelsen en de Mandaatgebieden
Tijdens de Eerste Wereldoorlog deden de Britten verschillende, elkaar tegensprekende beloften. Ten eerste sloten zij een geheime overeenkomst met de sheriff van Mekka, waarbij de Arabieren na de nederlaag van de Turken een onafhankelijke staat mochten stichten die ook Palestina zou omvatten. Ten tweede sloot Engeland een geheim verdrag met Frankrijk en Rusland om het Turkse Rijk na de oorlog onderling te verdelen. Ten derde was er de Balfourverklaring, waarin Engeland steun toezegde voor een nationaal tehuis voor de Joden in Palestina, op voorwaarde dat de rechten van niet-Joden niet geschaad zouden worden.
Na de overwinning van de Geallieerden moest Turkije zijn Arabische gebieden afstaan via een vredesverdrag. De Volkenbond stelde Mandaatgebieden in die door de overwinnaars moesten worden voorbereid op onafhankelijkheid, hoewel ze in de praktijk vaak als koloniën werden bestuurd. Frankrijk kreeg het mandaat over Syrië en Libanon. Engeland kreeg het beheer over Palestina, Jordanië en Irak. De Arabieren kregen enkel het Arabisch schiereiland, het huidige Saoedi-Arabië. Dit leidde tot een diep gevoel van verraad bij de Arabieren, wat verergerde toen de Britten instemden met massale Joodse immigratie naar Palestina.
Verdeling van Palestina en de Oorlog van 1948
Met steun van zionistische organisaties kochten Joodse immigranten grond van Palestijnse grootgrondbezitters, wat het voortbestaan van Palestijnse boeren bedreigde. Dit leidde tot toenemend verzet en spanningen. Joden pleitten voor een verdeling van het gebied in een Joods en een Palestijns deel. Hoewel Engeland aanvankelijk wilde meewerken, werd het Midden-Oosten vanwege de olie belangrijker naarmate de Tweede Wereldoorlog naderde. In beloofde Engeland onafhankelijkheid binnen jaar.
Na de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog keerden nog meer Joden terug naar Palestina. In gaf Engeland het mandaat terug aan de Verenigde Naties (VN) omdat zij de orde niet meer konden handhaven. De VN stelde een verdelingsplan voor: een Joods deel, een Palestijns deel en een neutraal Jeruzalem. Beide partijen wezen dit af, waarna een burgeroorlog uitbrak. Engeland trok zich terug op mei . De dag daarvoor, op mei , riepen de Joden de zionistische staat Israël uit, waar alleen Joden volledige burgerrechten genoten.
Direct na de oprichting begon de oorlog waarbij Egypte, Jordanië, Syrië, Irak en Libanon het gebied binnenvielen met als doel Israël te vernietigen. Israël veroverde echter Palestijnse gebieden, wat leidde tot een grote vluchtelingenstroom. Ondanks verzoeken van de VN weigerde Israël de bezette gebieden terug te geven, wat het begin markeerde van een langdurig en nog steeds invloedrijk conflict.
De PLO en de Koude Oorlog
In werd de Palestine Liberation Organization (PLO) opgericht om de belangen van de Palestijnen te behartigen. De doelen van de PLO zijn de bevrijding van Palestina, de verdediging van Palestijnse rechten en de stichting van een eigen staat. Hoewel de VN en Arabische landen de PLO erkennen als wettige vertegenwoordiger, voert de organisatie vaak aanvallen uit op Israël, wat leidt tot vergeldingsacties. Het conflict raakte ook verstrengeld in de Koude Oorlog door de inmenging van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De VS steunt Israël consequent, mede omdat Joodse organisaties vaak grote sponsoren zijn tijdens Amerikaanse presidentsverkiezingen.
De Suez-oorlog van 1956
De Suez-oorlog, ook wel de Suez-crisis of Sinaï-oorlog genoemd, vond plaats in . Het centrale punt was het Suezkanaal, de vitale verbinding voor handel en olievervoer tussen Europa en Azië. De directe aanleiding was de nationalisatie van het kanaal door de Egyptische leider Gamal Abdel Nasser. Nasser wilde de inkomsten van het kanaal gebruiken voor de bouw van de Aswadam, een dam essentieel voor irrigatie en elektriciteit. De VS had aanvankelijk steun toegezegd maar trok de lening in nadat Nasser weigerde lid te worden van het Bagdatpact, een prowesters pact tegen de Sovjet-Unie. Nasser voelde zich vernederd en nam de controle over het kanaal over van Britse en Franse handen.
Groot-Brittannië en Frankrijk smeedden daarop een geheim plan met Israël: Israël zou Egypte aanvallen in de Sinaï (oktober ), waarna de Britten en Fransen zouden interveniëren om 'de orde te herstellen'. Het eigenlijke doel was het herwinnen van de controle over het kanaal en het verzwakken van Nasser. Hoewel de militaire aanval slaagde, stuitte deze op enorme internationale kritiek van zowel de VS als de Sovjet-Unie. Onder deze druk moesten de aanvallers zich terugtrekken.
De oorlog had grote gevolgen: Egypte behield het Suezkanaal, de wereldmacht van Groot-Brittannië en Frankrijk nam af, en de VN stuurde voor het eerst een grote vredesmacht naar de regio. Bovendien versterkte het de positie van het Arabisch nationalisme en namen de spanningen in het Midden-Oosten alleen maar verder toe.