Het endocriene systeem

  • Het endocriene systeem is een van de twee communicatiesystemen binnen het lichaam, naast het zenuwstelsel.

  • Het endocriene systeem staat onder controle van het zenuwstelsel en bestaat uit klieren die hormonen afscheiden, chemische boodschappers die via het bloed naar andere organen worden vervoerd.

    • Definities:

    • Endo-: betekent 'inwendig'.

    • Krinoo: betekent 'afscheiden'.

  • Het zenuwstelsel werkt met elektrische en chemische signalen; het endocriene systeem werkt uitsluitend met chemische signalen die hormonen aan het bloed toevoegen.

  • Belangrijkste endocriene klieren worden geïllustreerd in FIG. 2.32.

De Hypofyse

  • De hypofyse speelt een cruciale rol in het endocriene systeem.

  • De hypothalamus, gelegen boven de hypofyse, scheidt stoffen af die de hypofyse beïnvloeden.

  • De stoffen uit de hypothalamus regelen de activiteit van de hypofyse, die op haar beurt hormonen in de bloedbaan afscheidt.

    • Effect van hypofyse-hormonen:

    • Sommige hormonen hebben een direct effect.

    • De meeste hormonen hebben een indirect effect door de aanmaak en afscheiding van andere klieren te stimuleren of te onderdrukken.

  • Voorbeelden van hypofyse-hormonen die tevens als neurotransmitters in de hersenen voorkomen zijn onder andere noradrenaline en oxytocine.

De Bijnieren

  • De bijnieren bevinden zich net boven de nieren.

  • Het bijniermerg, het binnenste deel van de bijnier, speelt een aanzienlijke rol in de stressreactie.

  • Bij stress scheidt het bijniermerg de hormonen adrenaline en noradrenaline af in de bloedbaan.

    • Effecten van adrenaline en noradrenaline:

    • Energietoename door verhoogde glucose in het bloed.

    • Sneller kloppen van het hart, wat zorgt voor meer bloedtoevoer naar skeletspieren.

  • Mensen beschrijven soms de ervaring van het 'voelen van adrenaline door hun aderen' tijdens opwinding.

  • Het buitenste deel van de bijnieren, de bijnierschors, produceert ook mannelijke en vrouwelijke geslachtshormonen.

    • Wanneer er een stoornis in de bijnierschors optreedt, kan dit leiden tot:

    • Mannelijke kenmerken bij vrouwen.

    • Vrouwelijke kenmerken bij mannen.

    • Voorbeeld van een onderzoek:

    • Casus O'Connell et al. (2004) over een familie met genetische aanleg voor kanker:

      • 26-jarige man met een tumor op de linkerbijnierschors, leidend tot overproductie van vrouwelijke geslachtshormonen.

      • 18 maanden oude dochter met een tumor op de rechterbijnierschors, leidend tot overproductie van mannelijke geslachtshormonen.

De Geslachtsklieren

  • Geslachtsklieren zijn verantwoordelijk voor de synthese van geslachtshormonen.

    • De werkzaamheid van de geslachtsklieren staat onder invloed van de hypothalamus, via de hypofyse.

  • De hormonen die door de geslachtsklieren worden afgescheiden, zijn geslachtsspecifiek.

    • Bij vrouwen: eierstokken produceren oestrogeen en progesteron; deze reguleren de vrouwelijke menstruatiecyclus.

    • Bij mannen: voornamelijk testosteron wordt geproduceerd.

  • Er wordt aangenomen dat geslachtshormonen ook impact hebben op cognitieve prestaties.

    • Onderzoeksmethoden:

    • Het toedienen van extra hormonen aan mannen of vrouwen.

    • Testen van vrouwen op verschillende momenten in hun menstruatiecyclus (Hampson, 2018).

De Pijnappelklier

  • De pijnappelklier scheidt melatonine af, een hormoon dat in verband wordt gebracht met seizoensgebonden stemmingsstoornis (seasonal affective disorder).

    • Symptomen:

    • Depressieve gevoelens tijdens de herfst en winter.

    • Slaperigheid, verhoogde eetlust en constante vermoeidheid bij kortere dagen.

  • Zonlicht helpt bij het verlagen van de melatonineproductie.

    • Behandeling:

    • Melatonine wordt vaak gebruikt voor slapeloosheid en voor blinden die hun dag-nachtcyclus niet synchroon kunnen houden met de omgeving.

    • Fel kunstlicht kan ook helpen bij het behandelen van seizoensgebonden affectieve stoornis (Pjrek et al., 2020).

Erfelijkheid en Prenatale Invloeden

  • In HOOFDSTUK 1 is besproken dat de biologische basis van gedrag deels wordt onderzocht door erfelijkheid.

  • Er is een onmiskenbare invloed van de prenatale omgeving in de baarmoeder.

Erfelijkheid en Gedragsgenetica

  • Gregor Mendel (1822-1884) ontdekte door kruising van planten de basismechanismen van erfelijkheid:

    • Observaties:

    • Kenmerken kunnen generaties overslaan.

    • Wanneer zowel ouderplanten identieke erfelijke informatie hebben (bijvoorbeeld gladde of gerimpelde erwten), vertonen nakomelingen vaak die eigenschap.

    • Bij verschillende erfelijke informatie was er een dominantie van kenmerken.

    • Uitkomsten:

    • Dominante genen komen altijd tot uitdrukking als ze aanwezig zijn.

    • Recessieve genen komen alleen tot uitdrukking als ze aanwezig zijn in beide ouderlijke erfelijke materiaal.