ALMZ - Infuustherapie - leerpad C

Infuustherapie

Aandachtspunten in de pediatrie

  • Merk en huisstijl

Inhoud IV-therapie

  • Bepaling

  • Doel en indicatie

  • Soorten vloeistoffen

  • Punctieplaatsen

  • Verpleegkundige zorg

    • Hygiëne

    • Veiligheid

    • Infusiesnelheid

  • Observatiepunten

Bepaling van IV-therapie

Doel van IV-therapie
  • Indicaties voor voeding met TPN (Total Parenteral Nutrition):

    • Na een operatie

    • Anorexie

    • Comateuze patiënten

    • Slokdarmatresie

    • Prematuren

  • Dehydratatie bestrijden vanwege:

    • Braken en diarree

    • Ernstige brandwonden

    • Preoperatieve situaties

    • Acidose

  • Medicatie toedienen:

    • Minder pijnlijk dan intramusculaire inspuitingen (IM)

    • Snellere werking

    • Verdunning van irriterende stoffen via buret

  • Bloeddruk verhogend:

    • Postoperatief na bloeding

    • Shock

  • Desintoxicatie:

    • Na inname van toxische stoffen

Soorten infuusvloeistoffen

  • Glucose 5%

  • NaCl 0,9%

  • Specifieke vloeistoffen voor pediatrische zorg:

    • Ped 1 en Ped 2 (UZ Gent)

  • Menginfuus via buret:

    • Voorbeeld: 2/3 Glucose 5% & 1/3 Ringer in Glucose 5%

  • Glucion 5%

  • Hypotonax 48

  • Enkele andere voorbeelden

Punctieplaatsen voor IV-infusie

  • Scalp veins (schedelvenen)

  • Subclavian veins (sleutelbeenvenen)

  • Dorsal hand veins (handrugvenen)

  • External jugular veins (buitenste halsaderen)

  • Forearm veins (onderarmvenen)

  • Dorsal foot veins (voetrugvenen)

Keuze van punctieplaats

Factoren om te overwegen:
  • Bij baby's: Schedelvenen zijn isotone oplossingen en werken voor kleine hoeveelheden.

  • Locaties: Handrug, pols, elleboogplooi, voorarm, voetrug, binnenkant enkel.

  • Hals: Centraal infuus dat door arts moet worden geplaatst.

  • Afhankelijk van:

    • Leeftijd van het kind

    • Toestand van het kind

    • Eerder aangeprikte venen (distaal starten)

    • Soort toe te dienen vloeistof

    • Morfologie van het kind

    • Duur van het infuus

    • Kwaliteit van de vene

Aandachtspunten voor infusieprocedure

  • Persoon die het kind voorbereid aanwezig moet zijn.

  • Plaatsing gebeurt in een veilige, aparte ruimte.

  • Communicatie met het kind en de ouders over de procedure is essentieel.

  • Afleidingstechnieken gebruiken, bijvoorbeeld bellenblazer, film, of spel.

  • Aangepaste pijnstilling zoals Rapydan, Emla of Babycalmine.

Materiaal voor IV-infusie bij kinderen

  • Infuusvloeistof

  • Infuustrousse

  • Kan een standaard trousse zijn of een buret met microdrip/macrodrip.

  • Polyschakelkraantjes

  • Flexibel extentiestukje

  • Hulpmiddelen voor het regelen van druppelsnelheid zoals rolklem, dial-a-flo, of pompen.

  • Vleugelnaaldje of IV-katheter

  • Steristrips, Tegaderm

  • Fixatiemateriaal

  • Infuusstaander

  • Stuwband voor grote kinderen

  • Afsluitdop

Katheter of vleugelnaald: verschillen, voor- en nadelen, gebruik

  • Epicranieel infuus: Toegang via schedelvenen.

Verpleegkundige zorg bij IV-therapie

  • Insteekplaats controleren:

    • Samenstelling van vloeistoffen.

    • Aantal inbrengpogingen met vleugelnaald of katheter.

    • Bewegingen van de katheter in het bloedvat.

    • Onderbreking van het gesloten systeem.

    • Materiaal van de katheter.

  • Hygiëne en veiligheid: Dient gewaarborgd te zijn bij alle handelingen.

Infusiesnelheid

  • Bij kinderen: Hart- en bloedvatensysteem is kleiner, dus lagere inloopsnelheid dan bij volwassenen.

    • Regelen: Aantal druppels per minuut met rolklem.

    • Standaardsset: 1ml = 20dr
      druppels.

    • Buret met macrodrip: 1ml = 20dr.

    • Buret met microdrip: 1ml = 60dr.

  • Calibratie: Aantal druppels/min = druppels/cloud / tijd in min.

  • Bij het gebruiken van buretten:

    • Geen overvulling mogelijk.

    • Minimale dosissen te verantwoorden.

    • Samenstelling van meerdere vloeistoffen aan te duiden.

    • Voordelen van buretten: luchtklep die voorkomt dat bloed terugvloeit en dat lucht in de leiding komt.

Standaard infuusset en buret met microdrip

  • Kenmerken:

    • Perforatiepunt, druppelkamer, lucht, beveiligingsklep, etc.

    • Verschillende types met eigen functies en afmetingen.

Debietregelaars

  • Rolklem (dr/min):?

  • Dial-a-flo (ml/u):?

  • Infuuspompen en spuitpompen (ml/u): Betrouwbaar en accuraat.

Toediening IV-vocht

  • Debiet regelen met rolklem.

  • Formule: aantal druppels/min = hoeveelheid in ml x kalibratie / tijd in min.

Voorbeeld van infusie:
  • Kind moet 720 ml infuusvocht/24u.

  • Bereken het aantal druppels per min:

    • Met macrodrip:

    • 720mlimes20extdr/(24imes60)=10extdr/min720ml imes 20 ext{ dr} / (24 imes 60) = 10 ext{ dr/min}

    • Met microdrip:

    • 720mlimes60extdr/(24imes60)=30extdr/min720ml imes 60 ext{ dr}/ (24 imes 60) = 30 ext{ dr/min}

Potentiële problemen bij infusie

  • Paraveneus inlopen.

  • Verstoppen van naald/katheter.

  • Flebitis: ontsteking van insteekplaats.

  • Afsnoering van extremiteiten.

  • Lekken bij naald of aanzetstukken.

  • Onjuiste inloopsnelheid.

  • Lucht in de leiding.

  • Druknecrose bij aanzetstukken.

Infectie van de insteekplaats

  • Steeds steriel werken en infuuscontrole. Controleer insteekplaats op (tumor, rubor, calor, dolor).

Verpleegkundige handelingen bij paraveneuze toediening

  • Grondige evaluatie van het getroffen lidmaat.

  • Flushen of aspireren is niet aanbevolen.

  • Infuus stopzetten:

    • Verwijderen van de katheter.

    • Lidmaat in hoogstand brengen.

    • Informatie verzamelen en arts verwittigen indien nodig.

Behandeling bij paraveneuze toediening

  • Aanbrengen van warme of koude kompressen.

  • Opvolgen en evalueren van het aangedane lidmaat.

  • Eventueel assistentie bieden aan de arts bij verdere medische handelingen.

  • Wondzorg:

    • Zalven zoals Flamigel®

    • Verbanden zoals Tegaderm®

IV-geneesmiddelentoediening

  • Toediening:

    • Rechtstreeks in infuuszak.

    • Via infuuszak + zijleiding aan hoofdinfuus.

    • Via bijspuitpunt van buret.

    • Via gummistuk in de leiding.

    • Via 3-wegkraan.

    • Via IV-slot.

  • Opmerking: Toegediende hoeveelheden moeten nauwkeurig berekend worden. Kleine hoeveelheden moeten inschattingen voor dode ruimte van de leiding in acht nemen.

Naaldloze systemen

  • Gebruik van naaldloze connectoren die een intermitterende toegang tot de katheter voor infusie of aspiratie bieden met minimaal risico op verstopping, lekkage of binnendringen van water of bacteriën.

  • Voorbereiding:

    • Moet steeds gepurgeerd worden met NaCl 0,9% voor gebruik.

Kenmerken van naaldloze connectoren

  • Verschillende kleuren beschikbaar, waaronder transparante modellen.

  • Twee mogelijkheden voor aansluiten:

    • Directe aansluiting via spuit door te duwen.

    • Aansluiting van een luer-lock spuit/leiding door te draaien.

Onderhoud en wissel van connectoren

  • Ontsmetten:

    • Altijd ontsmetten met een alcoholhoudend ontsmettingsmiddel (minimaal 70%) gedurende minimaal 15 seconden.

    • Minimaal één keer per dag flushen met 3 ml NaCl 0,9% bij een perifere katheter (PIVC).

Verschillende soorten connectoren

  • Connectoren met neutrale vloeistofverplaatsing.

  • Connectoren met positieve vloeistofverplaatsing die een druk genereren.

  • Connectoren met negatieve vloeistofverplaatsing die een kleine terugvloei van bloed bij afsluiten toestaan.

Berekenen van geneesmiddelen

  • Geneesmiddelen zijn vaak in vaste vorm en worden opgelost in vloeistof voor injectie.

  • Volume berekeningen bij toediening zijn afhankelijk van het gewicht of oppervlakte van het kind.

Medicatietoediening via buret

  • Dilutie en spoeling zijn cruciaal na medicatietoediening om medica in de leiding naar de patiënt te brengen.