Groeps- en Cultuurverschillen in Communicatie
Culturele Verschillen in Communicatie
Algemeen principe: Wat in de ene cultuur als een positieve intentie wordt beschouwd, kan in een andere cultuur volledig anders worden geïnterpreteerd vanwege afwijkende culturele en religieuze gewoontes.
Begroetingen en Fysiek Contact:
Italië: Het is normaal dat mannen elkaar zoenen en knuffelen bij een ontmoeting.
Zweden en Finland: Men geeft de voorkeur aan een stevige handdruk.
Turkije: In tegenstelling tot Scandinavië wordt een stevige handdruk hier als onbeleefd en te agressief beschouwd.
Oogcontact:
Afrika en Azië: Het kan respectloos overkomen om iemand met een hoge status (hooggeplaatst persoon) recht in de ogen te kijken.
Brazilië: Het wordt juist als onbeleefd ervaren wanneer men géén oogcontact maakt.
Tijd en Stiptheid:
Venezuela: Het wordt gewaardeerd om minuten te laat te komen voor een afspraak; wie stipt is, kan als ongeduldig en onbeleefd worden gezien.
België en Finland: Stiptheid wordt hier doorgaans wel verwacht.
Gebaren en Symboliek:
Thumbs up (duim omhoog): In België is dit een positief teken, maar in Griekenland, het Midden-Oosten en West-Afrika is dit een beledigend gebaar.
Gekruiste vingers: In Vietnam is dit een zware belediging omdat het symbool staat voor het vrouwelijk geslachtsorgaan.
OK-gebaar (cirkel met duim en wijsvinger): Terwijl dit in veel culturen 'goed' betekent, staat het in Frankrijk voor 'nul' () of waardeloosheid.
Specifieke Landen (Sri Lanka):
'Nee' knikken (met het hoofd wiebelen) betekent in Sri Lanka 'ja'.
Het is verboden/onbeleefd om een foto te nemen terwijl er een Boeddhabeeld achter je staat.
Openbaar knuffelen of zoenen met een partner wordt als ongepast beschouwd.
Generatieverschillen in Communicatie
De rol van technologie: Communicatieverschillen tussen generaties (bijvoorbeeld tussen ouders en kinderen) ontstaan vaak door het gebruik van digitale media zoals WhatsApp.
Het gebruik van de punt (leesteken):
Generatie Z (geboren na ): Deze generatie ervaart een punt aan het einde van een kort bericht (zoals 'ok.') als agressief, intimiderend, kortaf of een teken van woede.
Verklaring van Lauren Fonteyn (Universiteit Leiden): Bij korte berichten is het einde van het bericht al duidelijk door de verzending zelf. De extra markering van een punt voegt een negatieve connotatie toe.
Onderzoek Binghamton University (): Jongeren beschouwen sms-berichten die eindigen op een punt (bijvoorbeeld 'lol.') als 'minder oprecht'.
Uitzondering: Bij lange tekstberichten met meerdere zinnen wordt de punt wel geaccepteerd en gewaardeerd voor de structuur.
Genderverschillen in Communicatie
Onderzoek van Elias Balt: Jongens en meisjes communiceren verschillend over suïcidale gedachten (suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren tussen en jaar).
Jongens: Gebruiken vaak morbide grapjes of minder eenduidige uitspraken (bijv. "dat het allemaal niet meer hoeft"). Dit maakt het voor de omgeving lastiger om de ernst in te schatten.
Meisjes: Zijn doorgaans duidelijker in hun communicatie. Ze geven expliciet aan dat ze het niet meer zien zitten en hulp nodig hebben, wat sneller leidt tot constructieve gesprekken.
Persoonlijkheid en Vakjargon
Persoonlijkheidskenmerken: De communicatiestijl verschilt sterk tussen introverte en extraverte mensen (onderdeel van de 'Big Five' persoonlijkheidstheorie).
Vakjargon: Dit zijn specifieke termen die binnen een bepaald beroep worden gebruikt. Een communicatiemedewerker moet bepalen of de doelgroep dit jargon begrijpt of dat algemene termen nodig zijn.
Voorbeelden van jargon per beroep:
Arts / Verpleegkundige: Diagnose, symptomen, patiënt, medicatie, observatie.
Marketeer / Communicatiemedewerker: Deadline, campagne, doelgroep, marketingstrategie, consumentengedrag.
ICT’er / Programmeur: Server, update, datalekken.
Leerkracht: Evaluatie, feedback, leerdoelen.
Bedrijfsmanager: Budget, investering, onderbouwd.
Ingenieur / Architect: Constructie, draagkracht, materialen, ontwerp.
Overheidsmedewerker: Procedure, dossier, goedgekeurd.
Journalist / Videomonteur: Montage, fragment, reportage.
Fotograaf: Compositie, belichting.
Jurist: Contract, clausule, juridisch waterdicht.
Kok: Mise-en-place, service.
Inclusieve Communicatie
Definitie: Rekening houden met het feit dat iedereen uniek is en op een andere manier functioneert en communiceert. Het doel is om niemand uit te sluiten of te kwetsen.
Voorbeelden van taalgebruik (Onderzoek De Standaard, ):
Autisme: Gebruik bij voorkeur "persoon met autisme" in plaats van "autist" of "autistisch".
Handicap: Gebruik "personen met een handicap" in plaats van "gehandicapten" of "andersvaliden".
Ouderdom: Gebruik "-plussers" of "de derde leeftijd" in plaats van "bejaarden" of "boomers".
Sociaal-economisch: Gebruik "mensen in armoede" in plaats van "armen" of "gebrekkigen".
Zelfdoding: De term "zelfdoding" heeft de voorkeur boven "zelfmoord" of "harakiri".
Gezondheid: Gebruik "mensen met dwerggroei" in plaats van "dwergen" of "kabouters".
Gender: "Cisgender" is de term voor iemand wiens genderidentiteit overeenkomt met het biologische geslacht.
Stereotypering versus Genuanceerd Denken
Hokjesdenken: De hersenen delen mensen automatisch in groepen in om de wereld overzichtelijk te houden en energie te besparen.
Genuanceerd denken: Verder kijken dan het eerste oordeel, rekening houden met verschillende gezichtspunten en extremen vermijden.
Star denken: "Iedereen die dat doet is dom." / "Hij is altijd zo."
Genuanceerd denken: "Sommige mensen doen dat, maar niet iedereen." / "Hij doet dat vaak, maar niet altijd."
Biologische basis:
Amygdala: Het angstcentrum van de hersenen. Het scant voortdurend op gevaar en categoriseert razendsnel (vriend vs. vijand). Bij mensen met trauma (pesten, onveilige jeugd) is dit centrum hyperwaakzaam.
Prefrontale cortex: Verantwoordelijk voor logisch redeneren en nuance. Dit deel is pas volledig volgroeid rond het ste levensjaar.
Gevaren van stereotypes: Bij stereotypering worden gelijkenissen tussen groepen kleiner gemaakt en verschillen groter gemaakt dan ze feitelijk zijn. Voorbeelden: "Voetballers zijn dom", "Rijke mensen zijn arrogant".
Casestudy: Deadnaming
Sam Bettens: In de quiz 'De slimste mens ter wereld' werd verwezen naar de oude naam (Sarah) en het oude geslacht (zij) van Sam Bettens. Dit veroorzaakte ophef.
Deadnaming: Het gebruiken van de geboortenaam of het oude geslacht van een transgender persoon zonder toestemming.
Impact: Het kan worden ervaren als kwetsend, aanvallend en alsof de nieuwe identiteit niet wordt erkend. Het herinnert de persoon aan een periode waarin hij/zij niet gelukkig was.
Mentale kwetsbaarheid: De zelfmoordcijfers bij transgender personen liggen erg hoog (+ wachtenden op zorg); uitsluiting en sociaal isolement verhogen dit risico.
Cijfers uit de context: Er staan ongeveer mensen op wachtlijsten voor zorg, terwijl er recentelijk geholpen zijn.